Hij is zeventien jaar en de sterkste gewichtheffer van Nederland

Gewichtheffen Enzo Kuworge (17), de sterkste gewichtheffer van Nederland, is een vriendelijke knul met een grote ambitie: meedoen aan de Spelen van Tokio 2020.

Enzo Kuworge heeft voor de wereldtop nog meer dan 100 kilo te gaan.
Enzo Kuworge heeft voor de wereldtop nog meer dan 100 kilo te gaan. Foto’s Olivier Middendorp

Even voel je de kilo’s niet. Lijken de halters zonder gewicht. Het is een moment dat je bijna met lege handen staat; alleen met de stang boven je hoofd. Een gevoel van onverwinnelijkheid. Het is zo’n ultieme beurt waarin alles klopt: hurkzit in balans, vloeiende lift naar de schouders, uitstappen met links en daarna uitstoten. Tot tweehonderd kilo boven je hoofd hangen. Armen gestrekt, halsaders dik van spanning.

Het is de grote finale van een technische sport. Maar ook van een mentaal spel: met teveel ballast in je brein red je het niet. „Leeg zijn in je hoofd, anders kom je nooit onder dat gewicht. Gewichtheffen is een precisiesport, alles moet kloppen”, zegt hij altijd over de finesses van zijn sport.

Zeventien jaar is hij nog maar, maar Enzo Kuworge zuigt zaterdagavond door zijn imposante gestalte alle aandacht op. Hier in een Amsterdamse sportschool wordt het Nederlands kampioenschap gewichtheffen gehouden. Kuworge is een reus van 1,95 meter en tegen de 140 kilo. Hij heeft de groeistuipen nog maar net achter zich. Vriendelijke knul met een grote ambitie: meedoen aan de Olympische Spelen van Tokio in 2020. Hij gelooft erin. Volgens secretaris Eric Jan Kwekkeboom van de bond is Kuworge „de enige kandidaat die het in theorie in zijn gewichtsklasse zou kunnen halen.”

De student marketing en communicatie op het ROC in Nijmegen denkt dat hij voor kwalificatie ongeveer 400 kilo moet liften, met stoten en trekken bij elkaar. „Ik zit nu al op 370 kilo”, zegt hij laconiek, hoewel hij in Amsterdam niet verder komt 340 kilo.

Maar dertig kilo sterker worden in één jaar tijd „is te doen”. Het is een progressie die volgens de experts haalbaar is. De sterkste man ter wereld, de Georgiër Lasha Talakhadze, haalt met de twee olympische onderdelen 477 kilo omhoog. Kuworge heeft voor de wereldtop dus meer dan honderd kilo voor de boeg, maar voor kwalificatie mag het natuurlijk minder zijn.

Hard trainen, veel eten

Hij is nog piepjong, de topjaren liggen tussen 26 en 30 jaar. Zijn aanpak: hard trainen en veel eten, „maar geen dieet of zo”, vertelt Kuworge in een minimalistisch decor van industrieel grijs, opgestapelde tractorbanden en stalen krachtapparatuur. In Amsterdam tillen 20 mannen en 22 vrouwen voor de nationale titel. Het is steunen en kreunen in de twee wedstrijddisciplines: trekken – de halter in een vloeiende beweging omhoog – en stoten, waarbij de halter een paar seconden op de schouders rust en vervolgens na het ‘uitstappen’ wordt gelift.

Concentratie alom, ook oerkreten van bevrijde energie en doffe dreunen van stuiterende halters. Kuworge is de jongste en met zijn 140 kilo de zwaarste. Eenzaam in zijn klasse ook, maar geen overall Nederlands kampioen: dat wordt na verrekening van ROBI punten (gerelateerd aan het wereldrecord in de eigen gewichtsklasse) Karen Tovmasjan (28), die ook naar Tokio lonkt.

Kuworge heeft al een aantal beste prestaties op zijn cv: Europese jeugdrecord stoten (161 kg) op zijn vijftiende, Nederlands record stoten (193 kg) bij de senioren op zijn zestiende. Hij won vorig jaar in Buenos Aires brons op de Jeugd Olympische Spelen met een totaal van 365 kilo: 162 trekken en 203 stoten.

Bezoedeld imago

Kortom: hij is meer een stoter dan een trekker. Als jochie was hij ook een getalenteerde ijshockeyer, maar Kuworge koos al op zijn achtste voor gewichtheffen: een lagere contributie en de uitdaging om grenzen te verleggen bracht hem naar de sportschool. Hij weet dat zijn sport een bezoedeld imago heeft, ook over hem zijn er soms praatjes; zo jong pas en toch al zo sterk? Maar Kuworge – Ghanese vader en Nederlandse moeder – was als baby al fors. Bij zijn geboorte woog hij negen pond.

Geen sport die zo onder doping gebukt gaat als gewichtheffen. Grootschalig gebruik op de Olympische Spelen, verdachte plasjes op WK’s, anabolen hier en vervuilde multivitamines daar. Sinds 2008 hebben vijf landen – Rusland, Kazachstan, Azerbeidzjan, Armenië en Wit-Rusland – 130 dopingzondaars in hun gelederen. Dat spoort met het aantal medailles voor die landen.

Door alle affaires staat de olympische status van deze traditionele sport op het spel. Als het zo doorgaat zijn de Spelen van Tokio voor het gewichtheffen de laatste, zo heeft het Internationaal Olympisch Comité gedreigd.

De internationale bond IWF heeft inmiddels twee olympische kampioenen geschorst. „Met uitsluiting van de sport raak je de gewichtheffer in zijn hart. Op de moderne Spelen is het gewichtheffen er altijd bij geweest”, zegt secretaris Kwekkeboom. Doping geeft wel vijftig tot zestig kilo voordeel, zegt Remco Eenink, voorzitter van de Nederlandse Gewichthefbond (NGB) en nationaal kampioen in 1967. „Het verschil is onvoorstelbaar. En landen nemen het niet zo nauw, ook omdat ze ten koste van alles willen winnen voor hun prestige.”

NK zonder dopingcontroles

Het laatste dopinggeval in het Nederlandse gewichtheffen was in 2011, het betrof het gebruik van een regulier medicijn waarvoor geen ontheffing was aangevraagd. Bij het NK zaterdag houdt de Dopingautoriteit geen controles. Maar Kuworge deed twee maanden vóór de Jeugd Olympische Spelen vijf controles en ook tijdens het toernooi.

De NGB zegt een streng antidopingbeleid te voeren. De kleine bond heeft geen geld om boetes voor betrapte atleten te betalen. En affaires kan de bond ook niet gebruiken: in het kielzog van nieuwe sporten als crossfit is er eindelijk groei in het ledental – van de vierhonderd leden is de helft vrouw. Er worden programma’s voor kinderen ontwikkeld en de bond praat met NOC*NSF over financiering van Kuworges begeleiding. Schone kilo’s zijn noodzaak.

Zwaar gevecht

Kuworge moet voor olympische kwalificatie in zes grote, internationale wedstrijden minimaal een klassering in de top acht halen. Te beginnen in maart in Las Vegas en een maand later bij het EK senioren in Georgië. Dat wordt een belangrijk meetmoment, zegt Kuworge. Het wordt een „bijzonder zwaar gevecht”, schetst secretaris Kwekkeboom.

Er gloort dus enige hoop dat het Nederlandse gewichtheffen na meer dan halve eeuw weer eens aan de Spelen meedoet. Delftenaar Piet van der Kruk was de laatste (1968, Mexico).

Kuworge is optimistisch over zijn kansen om Tokio te halen. Met een vrolijk gezicht: „Als er meer concurrenten met doping worden gepakt, zakt het niveau van de rest. Ik word elk jaar ouder en beter.”

    • Harry Meijer