‘Kun je nu nóg geen baan vinden?’

Starters De arbeidsmarkt is krap, de werkloosheid historisch laag. Toch zijn er nog steeds starters voor wie het lastig is een baan te vinden. „Hoopvol ben ik niet meer.”

Illustratie Getty Images

Op het visitekaartje van Brandon Pakker (34) staat ‘filosoof’. Dat vond hij wel tof staan, en hij ís het ook daadwerkelijk – in 2014 afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht. „Maar een baan vinden met zo’n visitekaartje is een tweede.”

Want ondanks de aantrekkende economie en zijn academische graad, is het aantal vacatures in zijn straatje niet om over naar huis te schrijven. De afgelopen vier jaar hopte hij van baantje naar baantje. Van recruiter bij een uitzendbureau, naar een ‘social impact traineeship’ bij de gemeente, tot zijn huidige baan bij de webcare-afdeling van de Belastingdienst.

„Geen verkeerde plek, maar het liefst zou ik als journalist schrijven over maatschappelijke vraagstukken, of werken als adviseur in de politiek. En ik heb de afgelopen vier jaar niet gemerkt dat het makkelijker is geworden om een baan te vinden in die hoek.” De groei, zegt Pakker, ziet hij vooral in het aantal vacatures in sectoren als de IT of de techniek. „In de geesteswetenschappen is het aanbod altijd al schraal geweest. Ook nu.”

Een universitaire bachelor en master in communicatie- en informatiewetenschappen lijkt op het eerste gezicht meer mogelijkheden te bieden, maar dat valt tegen, ondervindt Yorien Stroosnijder (26). „Ik vraag me weleens af: ik ben jong, woon middenin Utrecht, communicatie en marketing is een superhippe sector, dan móét het toch lukken om ertussen te komen?”

Stroosnijder zoekt een baan in de marketing of als eventmanager, liefst bij een bedrijf dat zich bezighoudt met duurzaamheid. Al is dat laatste geen harde eis. Maar ondanks minstens honderd brieven en twee keer een ‘klus’ van een half jaar, heeft Stroosnijder nog niet een fijne baan in haar vakgebied kunnen vinden. „Telkens ben ik óf te weinig óf juist te ervaren voor de functie. Te oud voor de junior-rol, te jong voor de medior-rol. Ik heb het gevoel tussen wal en schip te vallen.”

Twentse afgestudeerden verlaten de regio massaal, en dus zijn er grote tekorten

Kok, conciërge, bibliothecaris

Uitkeringsinstantie UWV komt dinsdag met een analyse over de vijftien beroepen waar het aantal werklozen of afgestudeerden aanzienlijk groter is dan het aantal openstaande vacatures. De drie beroepen waarnaar op dit moment de minste vraag is zijn instellingskok (in bijvoorbeeld een verzorgings- of verpleeghuis) conciërge en bibliotheekmedewerker.

Daarnaast bestaat het lijstje uit een aantal administratieve beroepen die door digitalisering bedreigd worden (secretarieel medewerker, baliemedewerker bij een bank of postkantoor) en simpelweg populaire beroepen als dierenverzorger, marketingmedewerker of reisleider.

In deze beroepsgroepen heeft slechts krap een kwart van de mensen met een WW-uitkering binnen zes maanden weer werk. Gemiddeld is dat een derde, zo meldt het UWV. Precieze cijfers over het aantal vacatures versus het aantal sollicitanten deelt het UWV niet. Om tot die top-15 te komen, gebruikt de instantie verschillende indicatoren, zoals het aantal werkhervattingen van WW’ers en een vergelijking van het aantal vacatures met het aantal geregistreerde werkzoekenden.

Ook uitzendbureau Randstad maakte een lijst van beroepsgroepen waarin veel en juist weinig banen zijn. De hottest jobs op dit moment liggen – niet geheel verrassend – in de bouw, ICT en techniek. De sectoren waarin het lastig is om werk te vinden, vind je volgens Randstad in de administratieve hoek (medewerker facilitair management, administratief medewerker planning) en de creatieve en taalkundige sector (journalisten, verslaggevers, maar bijvoorbeeld ook dirigenten).

Opvallend is dat in krappe sectoren niet alle beroepen even gewild zijn. Neem de zorgsector: daar hebben verpleegkundigen en verzorgenden het voor het uitkiezen, terwijl het voor fysiotherapeuten en manueel therapeuten nog steeds niet makkelijk is om aan een baan te komen.

Eenzelfde soort verhaal doet zich voor in het onderwijs. De overheid beraamde dat het lerarentekort in het primair onderwijs in 2020 op zal lopen tot 4.000 fte, maar tegelijkertijd staat onderwijsassistent in de top-15 dat het UWV maakte van beroepen waarnaar de vraag het kleinst is.

Frustrerend, vindt Gerinda Schreurs (27) uit Rijssen. In 2010 rondde ze de opleiding voor onderwijsassistent aan het ROC in Almelo af. „Als er weer zo’n nieuwsbericht over een schreeuwend tekort aan leraren voorbij komt, zeggen mijn ouders: ‘Joh, jij bent zo goed met kinderen, dat zou je makkelijk kunnen!’ Maar met een mbo-diploma mag je niet als eindverantwoordelijke voor de klas staan, en voor een assistent hebben scholen vaak geen budget.” Schreurs doet nu administratief werk bij een cosmeticawebshop.

Studenten kiezen massaal hetzelfde, zodat er een overschot aan managers ontstaat

Alles uit de kast

Ze heeft inmiddels alles uit de kast getrokken om ertussen te komen. Twee jaar geleden nog vroeg Schreurs bij de gemeente Rijssen-Holten de scholengids op, om vervolgens naar alle veertig scholen binnen de gemeente een open sollicitatie te sturen. Ze kreeg van drie scholen een brief terug: dat er niemand nodig was.

Van haar oud-studiegenoten is een deel doorgestroomd naar de Pabo. Van de rest is volgens Schreurs slechts een enkeling werkzaam als onderwijsassistent, vaak op invalbasis. Zelf doorstromen naar de Pabo is voor Schreurs geen optie. „Ik ben niet echt een rekenwonder. Ik denk dat de lat op het hbo voor mij echt te hoog ligt.”

Yorien Stroosnijder heeft zich inmiddels bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als freelance tekstschrijver. Zo genereert ze, onder meer via haar blog Meisje zonder werk, nu zelf een inkomen. Een eerste klus is al binnen. „Ik had genoeg van het idee dat ik iemand anders nodig zou hebben om geld te verdienen. Na al die teleurstellende sollicitaties dacht ik: weet je wat, ik zoek het zelf wel uit.”

De studiegenoten van filosoof Brandon Pakker zijn „overal en nergens” beland. „Een aantal heeft een extra master gedaan om te kunnen doceren, ik weet ook dat een oud-studiegenoot nu bij de NS werkt.” Hoopvol van berichten over de aantrekkende arbeidsmarkt en dalende werkloosheid wordt hij niet meer. „Dit zal wel nooit een bloeiende sector worden. Ik probeer nu gewoon zoveel mogelijk netwerkgesprekjes te hebben met mensen die werken bij een interessant bedrijf. Ooit moet die zoektocht leiden naar een job waar ik écht enthousiast van word.”