Opinie

Elk afgerond verhaal kleineert het leven

Marjoleine de Vos

Dit is het beeld dat hij achteraf van hun verhouding heeft: hij, de jonge man, houdt zijn twintig jaar oudere geliefde bij haar polsen vast terwijl zij uit het raam hangt. Als hij haar los zou laten, zou ze vallen. Haar naar binnen trekken kan hij niet, sterker: hij moet oppassen dat ze hem niet mee naar buiten trekt.

Julian Barnes maakt het tot het centrale beeld van zijn roman The only story, een echte Barnes, waarin achteraf over een heel leven wordt verteld en gedacht. Met alles wat zo’n verhaal ‘achteraf’ maakt: weet van de afloop, van de duur, van de complicaties, én van de verschillende manieren om het te vertellen.

Het boek geeft er sowieso twee: het verhaal van het begin, van hoe verliefd ze waren en hoeveel plezier ze hadden, hoe zijn ouders (hij was pas 19, zij 48 en getrouwd) de verhouding afkeurden, al werd er nooit over gesproken en deed iedereen alsof het gewoon vriendschap betrof. Dit was zijn eerste grote liefde, en het lag in de lijn der verwachting dat het een tijdelijke affaire zou zijn, maar nee: zij scheidde, nam een huis in Londen waar hij zogenaamd haar huurder was en ze bleven nog twintig jaar bij elkaar.

Dat is het ene verhaal. Het andere vertelt over die twintig jaar: hoe zij geleidelijk in een alcoholist veranderde. Hij werkte, zij zat thuis met weinig omhanden, misschien lag het daaraan. Hoe dan ook, de alcohol nam haar helemaal over.

Welke herinneringen zijn de waarheid, vraagt de verteller zich af, de goede of de slechte? Het is een beetje rare vraag, alsof je zou moeten kiezen. De waarheid, een andere waarheid, is juist dat elk afgerond verhaal dat je vertelt het leven kleineert en vereenvoudigt. Het enige verhaal kan niet verteld worden, en dat laat dit boek ook heus zien.

Waarom blijft de jonge man, Paul geheten, zo lang bij de steeds onmogelijker wordende Susan? Uit liefde zegt hij aanvankelijk. Tuurlijk. Hij houdt van haar, zonder of onder of achter die drank is ze nog steeds diezelfde vrouw van wie hij hield. Maar later vraagt hij zich af of dat wel waar was. Of wat hij ‘liefde’ noemde niet veranderd was in een mengeling van boosheid en medelijden.

Susan drinkt zo constant dat haar geestelijke vermogens worden aangetast, op den duur herkent ze mensen niet meer, ook Paul niet echt, ze spreekt haar zinnen mechanisch uit. Die leuke zinnen waar hij vroeger zo van genoot: „Where have you been all my life?

Zinnen waarvan hij zich nog weer later realiseert dat ze die ook tegen haar echtgenoot zei, of de echtgenoot tegen haar – zij heeft ze overgenomen. Liefde gehuld in tweedehands taal, voor hem fonkelnieuw.

Of dat pijnlijk is of niet? Het is gewoon zo. Net zoals het zo is dat hij op een gegeven moment Susans dochter belt met de mededeling dat zij nu voor haar moeder moet zorgen. Hij laat los.

Maar nog weer later vraagt hij zich af of dat wel de juiste manier van zien is. Heeft hij haar losgelaten? Of heeft zij hem, ook, mee naar buiten getrokken en is hij nooit meer heel geworden?

En ja, denkt de lezer, het is niet zo dat de één op stevige grond staat en de ander boven de afgrond hangt. Ook alweer te afgerond, te eenduidig. Er zijn die beelden van dat verliefde stel dat zo’n lol heeft. Er is de sterke verbondenheid en het ongelukkige getob. Er is het beginnen, er is het verlaten. Er is de liefde, de boosheid en het medelijden. Allemaal de waarheid.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.