Opinie

De centrale bank die boven de wet staat

Menno Tamminga

Geld witwassen mag niet. Wie dat toch doet of dat als bank faciliteert en wordt gesnapt, wacht straf. Maar hoe zit het met de baas van de bank die wordt gesnapt? De samenleving verwacht niet dat bestuurders van banken allemaal heiligen zijn. Wel dat ze betrouwbaar en geschikt zijn. Burgers, bedrijven en overheden vertrouwen immers hun geld toe aan de banken. Daarom staan banken, hun bestuurders en commissarissen onder formeel toezicht, maar koekfabrikanten niet.

De Nederlandsche Bank toetst de leiding van een bank op geschikheid en betrouwbaarheid. Als er tijdens hun werk nieuwe serieuze informatie opduikt, kan hertoetsing volgen. Met misschien wel een negatief resultaat.

Maar hoe werkt dat toezicht bij een grote bank, zoals ING? Die schoot jarenlang tekort bij de controle van witwaspraktijken en trof een schikking met justitie van 775 miljoen euro. Een record. Geen personeelslid wordt strafrechtelijk vervolgd. Onvoldoende bewijs.

Lees ook deze column over de macht van centrale banken: Gaan zij verliezen van politici

Een van de onbeantwoorde vragen is: was er een nieuwe toetsing voor een of meer ING-bestuurders? Voor de goede orde: dat is geen pleidooi voor het ontslag van bijvoorbeeld topman Ralph Hamers, maar wel voor adequaat en controleerbaar toezicht van De Nederlandsche Bank.

De Tweede Kamerleden Erik Ronnes en Pieter Omtzigt (beide CDA) sloegen eerder dit jaar de spijker op z’n kop. Hun vraag aan minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) luidde: „Is het vanaf nu mogelijk om als bank te faciliteren dat miljarden worden witgewassen en als bestuurder niet eens onafhankelijk getoetst te worden?”

Hoekstra’s antwoord is een rookgordijn. Dat integriteit zo belangrijk is. Dat De Nederlandsche Bank er bovenop zit. En dat „onverkort overeind” staat dat er een nieuwe toetsing volgt „als sprake is van een redelijke aanleiding om een al getoetste persoon opnieuw te beoordelen.” Een tautologie.

Maar is de ING-top ook echt opnieuw getoetst? Helaas. „Dat weet ik niet”, antwoordde Hoekstra. Hij wíl het ook niet weten, want de wetgever laat dit over aan „onafhankelijke toezichthouders”. Dat was bij grote banken vroeger De Nederlandsche Bank, nu is dat de Europese Centrale Bank. Hoekstra verklaart zichzelf in deze zaak verder machteloos.

Raar. Hoekstra is minister in een kabinet met een democratisch mandaat. En hij staat feitelijk garant voor ons spaargeld. Want bij een nieuwe kredietcrisis à la 2008 kun je wel zwaaien met nieuwe Europese afspraken dat belastingbetalers niet de rekening krijgen voor het redden van banken, maar daar lachen rekeninghouders bij de geldautomaat alleen maar om. Die trekken er zoveel mogelijk geld uit.

Bij de toetsing van de bancaire top moet Hoekstra dus erkennen dat Mario Draghi, de president van de ECB, die géén kiezersmandaat heeft, maar een benoemde functionaris is, dat-ie toch machtiger is. Anders gezegd: dat de ECB én De Nederlandsche Bank boven de wet staan. En dus die bankbestuurders ook. Vorige week klaagde de Europese Rekenkamer ook over de geheimhoudingsdrift bij de ECB.

Op de geheime diensten is nog een soort van democratische controle. De Nederlandsche Bank en de ECB hebben een wettelijke vrijbrief bij toetsing van bestuurders. Een Tweede Kamer coalitie (CDA, ChristenUnie, GroenLinks, PvdA) vroeg afgelopen woensdag in een debat per motie of dat niet anders kan. Kan niet wettelijk worden vastgelegd dat er bij affaires van het ING-kaliber verplichte hertoetsing volgt?

Natuurlijk moet dat. De huidige situatie is ongezonde ongecontroleerde macht.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.