Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Verschil tussen mannen en vrouwen bij deelname op arbeidsmarkt daalt verder

Het verschil in het percentage mannen en vrouwen dat een baan heeft, is dit jaar opnieuw geslonken. Dat meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zaterdag op basis van nieuwe cijfers.

Het afgelopen jaar werkte gemiddeld 63,2 procent van de vrouwen en 72,5 procent van de mannen. In 2017 was dit nog respectievelijk 61,9 en 71,5 procent. Het verschil kwam daarmee op 9,6 procentpunt te liggen: 0,3 procentpunt minder dan een jaar eerder. Het gat tussen mannen en vrouwen kromp daarmee net zoveel als tussen 2016 en 2017.

Kanttekening daarbij is wel dat de cijfers van het CBS gaan over de 15- tot 75-jarigen die betaald werk hebben, niet over het aantal uur dat ze werkzaam zijn. Gemiddeld genomen werken vrouwen 26 uur per week en mannen 36 uur, waardoor mannen verhoudingsgewijs veel vaker economisch zelfstandig zijn.

Lees ook: Nederland loopt achter met vrouwen in de top

Het verschil in arbeidsdeelname tussen mannen en vrouwen werd de afgelopen vijftig jaar steeds kleiner. In 1969 werkte nog ruim vier van de vijf mannen en iets meer dan eenderde van de vrouwen. Een kwart eeuw later, in 1984, was dat verschil van ongeveer 50 procentpunt geslonken tot iets meer dan 30.

Onder jongeren is het gat tussen de seksen het kleinst. Bij de Nederlanders tussen 15 en 25 jaar zijn het al zo’n tien jaar de vrouwen die vaker een baan hebben dan de mannen. (NRC)