Recensie

Een kale ‘Radamisto’ eist veel van operatalent

Opera Het is bewonderenswaardig hoe in de karigheid van decor en regie zes jonge zangers de inspiratie vooral uit zichzelf putten in de Händel-opera Radamisto.

Het karige decor van de voorstelling Radamisto. Foto Jan Hordijk
Het karige decor van de voorstelling Radamisto. Foto Jan Hordijk

Het onbarmhartige decor bestond uit verschuifbare arcaden en de personenregie leek afkomstig uit een stoffig handboek met toneelgebaren – hindernissen die zes zangtalenten van de Dutch National Opera Academy moesten overwinnen om Händels koningsdrama Radamisto tot leven te wekken. Moedig sloegen ze zich erdoorheen met dank aan de fabuleuze muziek en de steun van dirigente Judith Kubitz die met het Residentie Orkest de hartslag van het verhaal kloppende hield.

Voor een barokopera kent Radamisto een overzichtelijk plot. Hoofdlijn zijn de machinaties van de Armeense tiran Tiridate. Hij is getrouwd met de Thracische prinses Polissena, maar koestert een obsessie voor Zenobia, vrouw van zwager Radamisto. Tiridate trekt zelfs voor die wellust ten oorlog. Zijn legers blijken onverslaanbaar door een verbond met prins Tigrane van het buurland Pontus – hier om onverklaarbare redenen een prinses. Deze bevelhebber valt op zijn beurt voor Polissena. En ten slotte zucht Farasmane, de koning van Thracië, vader van Polissena en Radamisto, als gijzelaar in Tiridates kerkers.

Acteervermogen van de zes zangers

De karigheid van decor en regie – ongetwijfeld een geldkwestie – eiste veel van het acteervermogen van de zes zangers en de zeggingskracht van hun stemmen. Voor hen was dit niet alleen een publiek optreden, maar ook een ijkmoment in hun opleiding aan het Haagse Koninklijk Conservatorium.

Het meeste vuurwerk kwam van de Canadese sopraan Adanya Dunn en de Zuid-Koreaanse countertenor Minho Jeong als het opgejaagde liefdespaar Zenobia en Radamisto. Hun rollen kennen ook de meeste dimensies. Zo bezingt Zenobia in de aria ‘Empio, perverso cor!’ in twee splijtende regels zowel de haat tegenover Tiridate als de liefde voor Radamisto.

Ook beide karakters van sopranen Judith Weusten (Polissena) en de Franse Marion Dumeige (Tigrane) boden genoeg verscheurdheid. De Roemeense bariton Antoniu Butiurca (Farasmane) bleef daarentegen in zijn boosheid nogal eendimensionaal en de Spaanse tenor Carlos Negrin López (Tiridate) wist zijn stem en karakter niet boosaardig in te kleuren. Met blauw maatpak en fatterige gebaartjes leek hij eerder een overspannen CEO bij een bedrijfsovername dan een bloeddorstige killer.

De aria ‘Ombra cara’ uit Radamisto door de Franse countertenor Philippe Jaroussky

    • Joost Galema