Verschil in arbeidsparticipatie mannen en vrouwen opnieuw kleiner

Vorig jaar werkte gemiddeld 63,2 procent van de vrouwen en 72,5 procent van de mannen. Het verschil tussen de seksen nam opnieuw met 0,3 procentpunt af.

Al vijftig jaar wordt het verschil in arbeidsdeelname tussen de seksen langzaamaan steeds kleiner.
Al vijftig jaar wordt het verschil in arbeidsdeelname tussen de seksen langzaamaan steeds kleiner. Foto via iStock

Het verschil in het percentage mannen en vrouwen dat een baan heeft, is dit jaar opnieuw geslonken. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zaterdag op basis van nieuwe cijfers.

Gemiddeld werkte afgelopen jaar 63,2 procent van de vrouwen en 72,5 procent van de mannen. In 2017 was dit nog respectievelijk 61,9 en 71,5 procent. Het verschil tussen de seksen kwam daarmee op 9,6 procentpunt te liggen: 0,3 procentpunt minder dan een jaar eerder. Het gat tussen mannen en vrouwen slonk daarmee net zoveel als tussen 2016 en 2017.

Kanttekening daarbij is dat de cijfers van het CBS gaan over de 15- tot 75-jarigen die betaald werk hebben, niet over het aantal uur dat ze werkzaam zijn. Gemiddeld genomen werken vrouwen 26 uur per week en mannen 36 uur, waardoor mannen verhoudingsgewijs veel vaker economisch zelfstandig zijn.

Lees ook dit artikel over de ongelijkheid in kansen tussen mannen en vrouwen in Nederland, en in de rest van de wereld:
Nederland loopt achter met vrouwen in de top

Een slinkend gat

Het verschil in arbeidsdeelname tussen mannen en vrouwen werd de afgelopen vijftig jaar steeds kleiner. In 1969 werkte nog ruim vier van de vijf mannen en iets meer dan eenderde van de vrouwen. Een kwart eeuw later, in 1984, was dat verschil van ongeveer 50 procentpunt geslonken tot iets meer dan 30. Nu, opnieuw bijna 25 jaar later is daar dus nog maar 9,6 procentpunt van over.

Onder jongeren is het gat tussen de seksen het kleinst. Bij de Nederlanders tussen 15 en 25 jaar zijn het al zo’n tien jaar de vrouwen die vaker een baan hebben dan de mannen. Ook in de categorie van 25 tot 45 jaar wordt het gat steeds kleiner, al is daar het verschil nog 8,4 procentpunt.

In november 2018 had 68,4 procent van alle Nederlanders een baan, het hoogste percentage ooit. Over het hele jaar genomen was gemiddeld 67,8 procent van Nederland werkzaam. Dat is nagenoeg gelijk aan het hoogste jaarcijfer van voor de financiële crisis van 2008.

    • Kasper van Laarhoven