Opinie

    • Caroline de Gruyter

De jungle en het lege huis

Afgelopen week, in Londen, vertelde een Brit van middelbare leeftijd dat hij is gaan hamsteren. Hij had blikken gekocht met vis en groenten, en gedroogde bonen, extra bloem, dat soort dingen. Omdat bijna al het wc-papier geïmporteerd wordt, had hij ook dat ingeslagen. Je weet nooit, zei hij. Hij grinnikte erbij, alsof het idioot is om zoiets te doen.

Maar zo idioot is dat niet. De dolgedraaide chaos van Brexit heeft deze week een nieuwe episode beleefd, en er zullen er meer volgen. „Gouverner, c’est prévoir”, schreef de Franse journalist en politicus Emile de Girardin, „als je niet vooruitdenkt, ga je tenonder.” Als de chaos aanhoudt, en politieke compromissen onmogelijk zijn, is het zomaar mogelijk dat de winkels over een paar maanden leegraken.

Het vasteland kijkt met verbazing toe. Maar ook bij ons gebeuren er dingen die we lang niet voor mogelijk hadden gehouden. Grofheid, onbeschoftheid en geweld zijn terug, in het debat en op straat. De Nederlandse premier zegt zonder een spier te vertrekken dat hij zin had om raddraaiers op hun gezicht te slaan. De Hongaarse premier Orban consolideert zijn macht met peperdure, vileine campagnes tegen één man, George Soros. Een van Orbans spindoctors beaamde dat deze negatieve campagnes, die nu overal dankbaar worden gekopieerd, zo succesvol zijn dat de wereld er eigenlijk slechter op geworden is. De burgemeester van Gdansk is doodgestoken. Een Duitse parlementariër is op straat aangevallen. Sommige wijken van Parijs zijn op zaterdag een slagveld.

Velen zijn op zoek naar historische vergelijkingen. Zijn de gele hesjes poujadisten, of is dit meer 1968? Lijkt de politieke versplintering van nu op die tijdens het interbellum? Of liggen er meer parallellen met de periode voor de Eerste Wereldoorlog?

Op zich is het goed dat we ons weer in de geschiedenis verdiepen. Maar niet om parallellen te trekken. Ook niet om schrikbeelden op te duiken van het autoritarisme of nazisme dat ons te wachten zou staan na de ondergang van „het liberale westen”. Daar schieten we niets mee op. De geschiedenis herhaalt zich niet, zei Voltaire, het zijn ménsen die zichzelf herhalen.

Wij hebben ruim zeventig jaar in de illusie geleefd dat de mens steeds beter wordt. Na 1945 creëerden we een paradijs voor onszelf. Door de Koude Oorlog zaten we veilig in het westerse kamp. Amerika deed onze geopolitiek. De Europeanen bouwden onbezorgd hun verzorgingsstaten en verfijnden de kunst van het compromissen sluiten – een reactie op het extremisme dat de eerste helft van de vorige eeuw hoogtij had gevierd. Dat was echt een waanzinnige prestatie. Maar het was ook uitzonderlijk. En dat laatste, dat realiseren we ons niet zo.

In zijn boek The Jungle Grows Back schrijft Robert Kagan dat de mens verlangt naar individuele rechten, vrijheid, tolerantie en gelijkheid. Daarom trekt het liberalisme hem aan. Maar hij heeft ook diepe verlangens die het liberalisme minder kan bevredigen: naar veiligheid, sterke leiders en eigen clan eerst. Die verlangens zijn lang latent geweest. Veel Europeanen dachten dat ze overwonnen waren. Voor altijd. Maar nu keren die verlangens terug. Dat is de jungle, die graag bezit neemt van een leeg huis.

Hoe we die jungle kunnen beheersen en op afstand kunnen houden, zijn we vergeten. We moeten dat weer dringend leren. Het liberalisme is velen te hol geworden. Tegelijkertijd valt de transatlantische veilige ‘bedding’ weg. Alles komt nu tegelijk op drift. Iedereen moet zijn plaats opnieuw vinden: landen, sociale klassen, partijen. Politiek bedrijven vergt meer tact dan ooit.

Op Bond Street kun je in de uitverkoop over de hoofden lopen. Alsof ons niet zoveel kan overkomen. Je mag hopen dat de hamsteraar zijn voorraden voor niets heeft gekocht.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.
    • Caroline de Gruyter