Brieven

Brieven 19/1/2019

Verkoop aan musea

Als deskundige in Nederlandse schilderkunst ben ik een frequent bezoeker van Nederland en een groot bewonderaar van Nederlandse musea. Tijdens mijn huidige bezoek was ik verbaasd en erg teleurgesteld toen ik hoorde van de verkoop van een aantal tekeningen uit de Nederlandse koninklijke collectie, eind januari in New York.

De bijzonderste van deze tekeningen is een mooie en krachtige zwarte krijttekening van Rubens, een voorstudie voor zijn grote altaarstuk, De Kruisoprichting, in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen. Ik had deze tekening bekeken en bewonderd, zonder de herkomst te kennen, toen zij tentoongesteld werd bij Sotheby’s in Londen vorige maand. Ik vind het opmerkelijk dat Nederlandse musea niet de mogelijkheid is geboden om deze tekeningen te verwerven, voordat ze aan Sotheby’s toevertrouwd werden. De Britse koninklijke collecties worden in een trust bewaard, waardoor het voor een lid van de koninklijke familie onmogelijk is om op deze manier een stuk uit de koninklijke collectie te halen. Ik hoop dat de inbrenger van de werken bij Sotheby’s ze vóór de veiling zal terugtrekken en Nederlandse musea de mogelijkheid geeft om ze te verwerven.


oud-directeur Ashmolean Museum, Oxford, en voormalig curator van de Nederlandse schilderijen in de National Gallery, Londen

Genant

Vooropgesteld: respect voor het Huis van Oranje, zij het geen onvoorwaardelijke liefde. Maar de beschamende trucs – anders kan ik het niet benoemen – die het in de loop der jaren veilen van de kunstcollectie begeleiden (Koninklijke cadeaus, vorstelijke problemen, 17/1) duidt op parvenugedrag en bepaald niet op noblesse oblige. Het spijt me, voor de dames en heren, maar dit is en blijft – oer-Nederlands – genant.

Kinderachtig

En weer werden er vele pagina’s in de NRC gewijd aan het probleem van de Oranjekunst, verkwanseld nationaal erfgoed (Koninklijke cadeaus, vorstelijke problemen, 17/1). Zouden kunstwerken niet van hier naar het buitenland mogen worden verkocht, omdat ze hier in particulier bezit zijn geweest (Rubens, Fabergé)? Nederland komt geen kunst te kort. Onze musea proppen het in hun depots en kelders, omdat ze geen plaats hebben om het te tonen. Aan de kunstvoorraad gaat af en er komt bij; Nederland is niet arm (Oopje). Heel anders ligt het volgens sommigen met het particulier bezit van de Oranjes. De NRC heeft in navolging van nazikunst en roofkunst het begrip ‘Oranjekunst’ in omloop gebracht. De koninklijke familie is toch al zo bevoorrecht, ze eten immers uit gouden borden en rijden in gouden koetsen, dat er wel wat gecompenseerd mag worden en zij wel wat gepest mogen worden. Hun kunstbezit moet onder curatele! Deze campagne is klein en kinderachtig.

Rubens was erfenis

In de publicaties rond de actuele veiling van koninklijk kunstbezit staat de krijttekening Naakte man met opgeheven armen van Peter Paul Rubens centraal (richtprijs tussen tweeënhalf en drie miljoen euro). Deze tekening wordt in het artikel over de omgang van de Oranjes met koninklijke geschenken (Koninklijke cadeaus, vorstelijke problemen, 17/1) opgevoerd als een cadeau aan koning Willem III. Dat is onjuist. De tekening is, via een paar belangrijke verzamelingen, door de latere koning Willem II verworven uit de verzameling van de Britse kunstenaar sir Thomas Lawrence (1769-1830). Toen de collectie van Willem II, na diens dood, in 1850 werd geveild om de schulden van de koning te kunnen betalen, is deze tekening ‘opgehouden’, omdat niemand er meer dan 35 gulden voor bood. Een bedrag dat wat de koopkracht betreft vergelijkbaar is met zo’n 870 euro in 2019. Zij is daarna in het bezit van de Oranjes gebleven, en hing in 2014 op de tentoonstelling Willem II. De koning en de Kunst in het Dordrechts Museum, die toen is geopend door koning Willem Alexander. De tekening was dus geen geschenk aan koning Willem III maar een onderdeel van diens erfenis.

Vaker op tv!

In het interview met Jan Raes, algemeen directeur van het Koninklijk Concertgebouworkest, lees ik dat men in de toekomst streeft naar meer optredens op de publieke omroep (‘Het is mijn taak mijn personeel te beschermen’, 17/1). Ik neem aan ook op televisie, want sinds de Tweede Wereldoorlog is ons ‘klinkend erfgoed’ slechts één keer per jaar live te zien tijdens de traditionele Kerstmatinee. Op de radio zijn het ook alleen de matinees op zondagmiddag waarop de AVRO (-TROS) al sinds mensenheugenis het alleenrecht op uitzending bezit. Op de Frans-Duitse tv zender Mezzo zijn wel regelmatig live avondconcerten door het Concertgebouworkest vanuit het Concertgebouw te horen en te zien.

De onzichtbaarheid van een van de beste orkesten van de wereld bij de publieke zenders is niet bevorderlijk voor de werving van een nieuw (jonger!) publiek en dat besef lijkt nu eindelijk door te dringen. Nu nog de in beton gegoten omroepschema’s open wrikken!

Debacle

Zijn we er toch ingetuind!

Dit riep Herman Kuiphof bij de 2-1 van Gerd Müller in de WK-finale Duitsland-Nederland van 1974. Nederland verloor en was in shock, het werd een nationaal trauma.

Een debacle van dezelfde grootte zien we nu weer gebeuren, maar dan in onze natuur. We dachten dat het akkoord van Parijs ons hielp te ‘verduurzamen’, maar dit gaat niet overal op. In het Energieakkoord voor duurzame groei uit 2015 werd de bijstook van biomassa, bomen, in voormalige kolencentrales als duurzaam bestempeld. Vanaf dat moment kon er geld verdiend worden aan bomenkap. Dit bleef niet zonder gevolgen. Natuurorganisaties als Staatsbosbeheer en zelfs Natuurmonumenten gingen houtafval leveren aan energieleveranciers als RWE om onze economie te steunen in haar verduurzamingsmissie. Maar wie de honger kent van kolencentrales als de Eemscentrale en de Amercentrale in Geertruidenberg, weet dat geen bos tegen deze honger kan groeien. Niet in Nederland, niet in Canada, niet in de VS, niet in de Baltische staten, waar de pellets met name vandaan komen. Nederland staat in de top-5 van importeurs van houtpellets uit Canada, stond vorige week in de krant (10/1). Ons kleine landje. Zijn we er toch met zijn allen – weer – ingetuind.

Correctie (23 januari 2019): In een eerdere versie van de brief ‘Vaker op tv!’ stond ‘de matinees op zaterdagmiddag’. Dat is veranderd in: de matinees op zondagmiddag.