Recensie

We liggen van alle kanten onder vuur

De bedreigde democratie In een levendige bundeling van buitenlandse reportages beschrijft journalist Casper Thomas de opkomst van een nieuwe, wereldwijde anti-democratische stijl van regeren.

Foto Getty Images

Wat mensen stemmen mogen ze helemaal zelf weten, zolang ík de stemmen maar kan tellen. Het zou Stalins kijk op democratie zijn geweest en deze maakt weer opgang. Dat blijkt uit de bundeling van reportages die journalist Casper Thomas (1983) maakte voor De Groene Amsterdammer en Het Financieele Dagblad in Turkije, India, Hongarije, Rusland en de Verenigde Staten. Thomas ging op zoek naar de contouren van de ‘illiberale democratie’. Dat is het politieke systeem dat van verkiezingen een schijnvertoning maakt, omdat de leider (Donald Trump, Vladimir Poetin, Viktor Orbán, Narendra Modi, Recep Erdogan) de boel openlijk naar zijn hand zet.

We denken graag dat democratie betekent dat partijen elkaar afwisselen in een regering, dat er onafhankelijke rechters zijn, dat de media mogen schrijven wat ze willen en dat welvaart gedeeld wordt – kortom, dat democratie en vrijheid hand in hand gaan. Thomas zegt op basis van veel reisreportages: democratie wordt steeds meer een voertuig voor alleenheersers. Hij spreekt zowel wilde denkers als keurige bureaucraten uit de omgeving van de verschillende ‘illiberale’ leiders, in cafés en ministeries. Het zijn vaak filosoferige types, trots op de nieuwe ideologieën die ze helpen scheppen voor Erdogan, Poetin en de andere borstroffelaars.

Chaos

Russen associëren democratie met chaos, Hongaren maken zich drukker om hun cultuur, Amerikanen maken zich drukker om migratie. De nieuwe leiders spelen daar handig op in, met varianten op ‘eigen volk eerst’. Wanneer ze aan de macht komen en ze rechters ontslaan, de vrije pers de mond snoeren en de oppositie verbieden, dan doen ze dat mét mandaat van het electoraat. Wat ze hun eigen achterban bieden is orde, identiteit, trots. Wat ze de rest van de wereld bieden is intimidatie, geweld, cynisme. Thomas’ ondertoon is geëngageerd, alarmistisch. ‘We liggen van alle kanten onder vuur’, vertelt de Amerikaanse politicoloog Francis Fukuyama hem. Waarna Thomas hem vraagt: ‘Wie zijn ‘we’?’ Fukuyama: ‘Wij, zij die geloven in ware liberale democratie.’

De reportages zijn sterker dan de overkoepelende analyse. Daarin duidt Thomas de politieke ontwikkelingen in India, Hongarije, Turkije, Rusland en de Verenigde Staten als een eenduidig proces richting een ‘antiliberale wereldorde’. Maar Rusland is een vergrijsde wereldmacht in verval en was al een dictatuur toen Mozes nog in een korte broek liep. Terwijl India anderhalf miljard inwoners heeft waarvan de helft jonger is dan 25, en net een paar decennia experimenteert met democratie. Je kunt je afvragen of de overeenkomsten tussen Poetin en Modi en de andere leiders niet toevallig zijn.

Seksschandalen

Daarmee staat Thomas’ punt dat de liberale democratie in gevaar is nog overeind. Maar zijn de macho-mannen die hij beschrijft niet vooral ontremde vaandeldragers van een dieper geworteld maar muisstil autoritarisme? Het Chinees staatskapitalisme en de lobbynetwerken van multinationals kijken wel uit om reutelende filosofen alternatieve wereldbeelden te laten verzinnen, maar ze hebben evenzeer maling aan pluralisme. En wanneer we wegkijken bij de geld- en seksschandalen van de Clintons (Kennedy’s) maar ons wél opwinden over Donald Trump, voeden we dan dat stille autoritarisme niet met onze zelfgenoegzaamheid?

Dat soort kwesties komt al lezend op, maar het zijn misschien geen vragen voor een journalistiek boek. Als crash course internationale politiek is De autoritaire verleiding wel degelijk geslaagd.

    • Menno Hurenkamp