Varroamijt parasiteert niet op bijenbloed, maar op vet

Ecologie Amerikaanse ecologen hebben ontdekt dat de varroamijt die parasiteert op honingbijen het voorzien heeft op het vet van de bij.

Dwarsdoorsnede van een varroamijt, vastgezogen op de rug van een bij.
Dwarsdoorsnede van een varroamijt, vastgezogen op de rug van een bij. Foto UMD/USDA/PNAS

Al ruim 30 jaar zorgt hij in Nederland voor grootschalige sterfte onder honingbijen: Varroa destructor, de varroamijt. En al zo’n 50 jaar denken wetenschappers dat deze wereldwijd voorkomende parasiet zich voedt met het bloed van de bijen. Dat blijkt niet te kloppen. De ronde, platte mijt heeft het gemunt op het vetlichaam van de bijen, schrijven entomologen van de universiteit van Maryland in PNAS. Die nieuwe informatie kan in de toekomst wellicht leiden tot effectievere bestrijding van de mijt.

De varroamijt is verwant aan de teek en andere bloedzuigende mijten. Daarom lag het voor de hand dat hij zich zou voeden met hemolymfe, het kleurloze bloed van insecten. Maar opvallend genoeg zijn de uitwerpselen van Varroa destructor heel droog en eiwitrijk – niet zoals je zou verwachten bij vloeistofdrinkende mijten.

De Amerikanen kwamen dus met een alternatieve theorie: de dodelijke parasiet zou zich met vetlichamen voeden. Die komen bij alle insecten voor, en bevatten naast vet ook koolhydraten en aminozuren. Verder zijn ze betrokken bij de afbraak van afvalstoffen; ze zijn te vergelijken met de menselijke lever. Een honingbij met slecht functionerend vetlichaam is vatbaarder voor ziektes en pesticiden, en kan minder goed overwinteren.

Met verschillende kleurstoffen in het vetlichaam en de hemolymfe van de bij toonden de Amerikanen aan dat de mijt inderdaad van het vetlichaam at. In het lab bleek ook dat mijten zich op een dieet van vetlichaampjes succesvol voortplantten.

De Leidse hoogleraar Koos Biesmeijer: „Dit is nu topwetenschap. Stukjes bewijs kloppen niet met de hypothese dat de mijten bloed drinken, je bedenkt dus een alternatief en gebruikt de nieuwste technieken om dit uit te zoeken. Heel goed gedaan!”