Opinie

Schandaal met gemanipuleerd WODC is groter dan gedacht

Wetenschap

Commentaar

Het schandaal met de politiek gemanipuleerde onderzoeken van huisleverancier WODC van het ministerie van Justitie en Veiligheid is in ernst en omvang groter gebleken dan eerst gedacht. Het slotrapport dat deze week uitkwam laat weinig ruimte voor relativering, laat staan voor opluchting. Uitgerekend in een tijd van nepnieuws, wantrouwen en publieke samenzweringslust blijkt een voorheen gerenommeerd onderzoeksinstituut op aanmerkelijke schaal ambtelijk te zijn misbruikt voor politieke doelen. Terwijl toch uitgerekend het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatie Centrum, dat jaarlijks zo’n 90 onderzoeken uitvoert, boven iedere verdenking verheven zou moeten zijn. Dankzij een moedige klokkenluider (en Nieuwsuur) ging de bal in 2017 rollen.

Vorige week kwam het laatste onderzoeksrapport uit, van drie in totaal, en kan de rekening worden opgemaakt. Minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) heeft de Tweede Kamer prompt laten weten de aanbevelingen op te volgen. Er komt meer afstand tussen beleid en onderzoek, het instituut wordt elders gevestigd, buiten de Justitie-torens, er komen meer garanties voor onafhankelijkheid, een nieuwe directeur en een handvol functionarissen die de onafhankelijkheid zullen „borgen”. Verder zal het „transitieproces” worden „gemonitord” en de aanspreek- en meldcultuur verbeterd. De beleidsambtenaren zullen zich ‘te allen tijde’ houden aan de „richtsnoeren” voor de onafhankelijkheid.

Eigenlijk is dit een beschamend rijtje. De burger moet er maar op vertrouwen dat de beleidsambtenaren zich bij wetenschappelijke resultaten in politiek delicate kwesties voortaan zullen inhouden. Dat vraagt dus in de eerste plaats om een minister die, in kennelijke tegenstelling tot zijn voorganger, wel het vermogen heeft om de wetenschap z’n werk te laten doen. En die dus in staat is om feiten de plaats te geven in het politieke en maatschappelijk debat die eraan toekomt. Ook als die feiten zijn opvattingen niet ondersteunen. Dat vraagt om eerlijkheid en integriteit: het vermogen om wetenschap in haar waarde te laten. En verder zal men er zich in Den Haag rekenschap van moeten geven dat het vertrouwen in het WODC niet zomaar terug is. Dat komt immers te voet en gaat te paard. Aan de horizon is nu een stofwolk zichtbaar.

Het helpt dan niet als de interim-directeur in Trouw opgelucht verklaart dat het WODC in het onderzoek de „botsproef heeft doorstaan”. Zij meent dat de onderzoekers „geen enkel onderzoek hebben kunnen vinden dat onbetrouwbaar is”. Dat die niet expliciet zijn aangewezen, is eerder een daad van barmhartigheid jegens een beschadigd instituut dat nog verder moet. Het onderzoek noemt het namelijk „aannemelijk” dat bij „ten minste enkele onderzoeken” daadwerkelijk sprake is geweest van oneigenlijke beïnvloeding. Die onderzoeken zouden zo snel mogelijk moeten worden geïdentificeerd, herijkt en voorzover nodig worden gerectificeerd. Het WODC heeft mogelijk grote verborgen schade die publiekelijk moet worden hersteld. Er zijn conclusies aangepast, onderzoeksvragen gewijzigd, publicaties zijn uitgesteld. Het zou gaan om 25 onderzoeken! Vooral die met een politiek gevoelig aspect. Zowel bij de opzet, de uitvoering als de publicatie zijn daar normen overschreden, zegt de commissie. De tekortkomingen in de relatie tussen wetenschap en het beleidsdepartement bleken structureel. Naast de maatregelen van Grapperhaus dient er ook inhoudelijk schoonmaak te worden gehouden. Dit is niet zomaar weggepoetst.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.