Film over plastic: ook een geel deksel uit de zee heeft een ziel

Zap Plastic is een plaag. Maar in de documentairereeks ‘Ik, plastic’ kijkt Menno Bentveld er met veel verbeelding naar, alsof het een curieus diersoort is.

Menno Bentveld in een ‘kathedraal van aangespoeld plastic’ in Forks (VS)
Menno Bentveld in een ‘kathedraal van aangespoeld plastic’ in Forks (VS) BNNVARA

‘The plastic will take over’, zegt de Amerikaanse strandjutter die al 42 jaar met liefde verzamelt wat de Grote Oceaan achterlaat op het strand in de buurt van Seattle. Een paar jaar geleden waren dat veel spullen van de tsunami die Japan in 2011 trof. „Het doet er zes jaar over om door de stroming hier te komen”, zegt de jutter. „Grote spullen doen er drie jaar over. Die worden voortgeblazen door de wind.”

De jutter heeft in zijn „kathedraal van aangespoeld plastic” bezoek van Menno Bentveld in de tweede aflevering van Ik, Plastic de vierdelige documentaireserie van BNNVARA die is geregisseerd door Floris-Jan van Luyn. Een verrassend onderwerp is plastic niet. Je kunt staande houden dat plastic de wereld allang heeft overgenomen. Als onze spullen niet van plastic zijn, zitten ze er wel in verpakt. Plastic is onze vijand: het is goedkoop en lelijk, de productie ervan put de aarde uit, en het spul weigert te verdwijnen. Plastic zit in de zee, in de vissen, in de vogels.

We weten dat en het zit ook allemaal in het programma, maar toch is >Ik, plastic een verrassende, mooie serie geworden. De makers hebben namelijk precies datgene de ruimte gegeven wat vaak in de tv-verdrukking komt: de verbeelding. Want hoewel Bentveld plastic „het nieuwe kwaad” noemt, kijkt de Vroege vogels-presentator er onbevangen naar, alsof het een vreemde plant of curieuze diersoort is. Het resultaat is bijzonder – en ook erg zorgvuldig afgewerkt, tot de vele langswaaiende songs over plastic aan toe.

Die verbeelding zie je bijvoorbeeld in hoe Bentveld omgaat met een groot geel deksel uit Japan dat hij van de Amerikaanse jutter heeft gekregen. Tsunami-afval. Bentveld nam het mee naar Japan. Daar bezocht hij, het deksel naast zich op de grond, een shinto-priesteres met de vraag of een mens ook van een plastic deksel kan houden. Zo’n voorwerp kan een ziel hebben, zei de vrouw, en dan kan het gevonden worden.

Lees ook het opiniestuk We eten, drinken en ademen plastic.

Later sprak hij de directeur van een school die bij de tsunami was weggevaagd. De kinderen waren gered, een onderwijzer was verdronken; de directeur ging eenmaal per jaar terug naar de rampplek. Zo ging het al een paar minuten helemaal niet over plastic toen Bentveld zijn deksel tevoorschijn haalde. De directeur keek en zei dat ze inderdaad wel noedels in bakken met dat soort deksels bewaarden. Maar geen gele, dacht hij. Bentveld trok verder met zijn deksel, dat hij weliswaar niet had kunnen thuisbrengen, maar dat toch een mooie ontmoeting had opgeleverd.

Plastic meisje op de achterbank

Mooie ontmoetingen bevat Ik, plastic in weldadige overvloed – en allemaal doen ze je anders naar plastic kijken. Al was dat bij de Japanner die autotochtjes maakt met siliconen meisjespoppen op de achterbank („bij een vriendin heb je weer te maken met een mens”) wel een beetje creepy.

In de eerste aflevering zat de burgemeester van Freeport, het hart van de wereld-plasticindustrie. Deze Texaan zong de lof van het product, de economische kracht van de industrie. Bentveld wees op plastic zwerfafval in het gras. De burgemeester zag het en zei: „Ja! Dat moet worden opgeruimd, verwerkt en gerecycled. Weet u wat dat betekent? Nóg meer banen!” Bentveld was verbijsterd, maar moest toegeven dat hij er zo nog niet naar had gekeken.

Ook was er de ondernemer van Indiaanse afkomst die op het punt stond een groot bedrijf te beginnen dat uit plastic weer olie gaat maken: een van de vele geïnspireerde mensen in wat een uitzonderlijk geïnspireerd programma is geworden, jagend op de geest van ons plastic.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Arjen Fortuin