Minister Grapperhaus wil uitzetting FD-journaliste evalueren

Ans Boersma Hoe zag de informatie-uitwisseling tussen Nederland en Turkije over journalist Ans Boersma eruit?

Minister Grapperhaus (Justitie, CDA) Foto Christiaan Krouwels
Minister Grapperhaus (Justitie, CDA) Foto Christiaan Krouwels

Minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) wil de uitzetting van journalist Ans Boersma uit Turkije „na afloop van het strafrechtelijk onderzoek” laten evalueren. Dat zei hij vrijdag na afloop van de ministerraad.

Grapperhaus wil onder meer uitzoeken hoe informatie over Boersma precies is gedeeld met de Turkse autoriteiten. Boersma, correspondent voor Het Financieele Dagblad in Turkije, werd donderdag naar Nederland uitgezet.

Het lopende onderzoek door het Openbaar Ministerie (OM) heeft „niets te maken met haar journalistieke werk”, benadrukte Grapperhaus vrijdag meermaals. „Ze is gewoon als burger verdacht van een strafbaar feit.” Waarvan Boersma precies verdacht wordt, wil hij niet zeggen.

Valse naam

Vermoedelijk gaat het om lopend onderzoek naar een Syriër die verdacht wordt van lidmaatschap van terreurgroep IS en onder een valse naam naar Nederland is gereisd. Boersma zou tot 2015 een relatie met hem hebben gehad. Volgens bronnen van Nieuwsuur zou ze hem hebben geholpen valse documenten te verkrijgen om naar Nederland te reizen. Grapperhaus wilde dit vrijdag niet bevestigen.

Nederlandse diensten hebben in september bij de Turkse autoriteiten een verzoek om informatie over Boersma neergelegd. Dat ging om de „gebruikelijke aanpak”: via de zogeheten liaison van de Turkse politie die op de ambassade in Nederland werkt. Hij zet de vragen vervolgens door naar de politie in Turkije. Het is een standaardprocedure, die overigens niet geautomatiseerd is: ambtenaren van Nederlandse opsporingsdiensten doen het verzoek. Nederland heeft volgens het OM feitelijke vragen gesteld en niet verzocht om uitzetting, aanhouding of uitlevering.

Waarom Boersma vier maanden later dan toch is uitgezet, moet volgens Grapperhaus ter sprake komen bij het evalueren. De vraag wat de zaak betekent voor toekomstige justitiële samenwerking tussen Nederland en Turkije, wil Grapperhaus daarna pas beantwoorden.

‘Intensieve samenwerking’

Die vraag is van belang: Nederland en Turkije doen onderling jaarlijks honderden rechtshulpsverzoeken in strafrechtelijke onderzoeken. De justitiële samenwerking tussen de twee landen is „zeer intensief”, schreef toenmalig Justitie-minister Ard van der Steur (VVD) begin 2016 aan de Tweede Kamer.

Lees ook: ‘Valse papieren voor vriend’

Beide landen moeten op elkaar kunnen vertrouwen: als niet om uitlevering is gevraagd, waarom gebeurde dat dan toch? Grapperhaus wilde er vrijdag niet over speculeren.

Europese landen en Turkije delen de laatste jaren steeds meer informatie met elkaar over criminelen en terroristen. Het gaat dan vooral om informatie over Syriëgangers die terugkeren naar Europa. Nederlandse diensten kunnen de Turken informeren over een Syriëganger die zich in het land bevindt, die vervolgens wordt aangehouden en teruggestuurd. Of andersom: Turkije informeert juist Nederland dat een Syriëganger zelfstandig terugkeert.

Boersma is na aankomst in Nederland niet aangehouden en verhoord, wat „in principe” wel gebeurt bij teruggestuurde Nederlanders die „gerelateerd kunnen worden aan terrorisme”, schreef Van der Steur in 2016 aan de Tweede Kamer.

    • Mark Lievisse Adriaanse