Meetvest kan hartstroompjes in 3D in kaart brengen

Geneeskunde Hartritmestoornissen zijn te verhelpen door de elektrische geleiding in het hart op specifieke punten te onderbreken. Een nieuw meetvest helpt te bepalen wat de beste plek is voor die ingreep.

Een nieuw meetvest met 252 sensoren kan de elektrische activiteit van het hart meten van patiënten met hartritmestoornissen.
Een nieuw meetvest met 252 sensoren kan de elektrische activiteit van het hart meten van patiënten met hartritmestoornissen. Fokke Gerritsma

Of ik het maar liever niet wil oppakken, zeggen de cardioloog en de medisch assistent in een kamertje in het Erasmus MC in Rotterdam. Voor mij ligt een gloednieuw sensorvest, bedoeld om nauwkeurige metingen te doen aan de elektrische activiteit van het hart van patiënten met hartritmestoornissen. In het spandex kledingstuk zitten 252 sensoren, verwerkt in de twee voorpanden en het achterpand, waarmee de elektrische pulsen in het hart in een driedimensionaal beeld kunnen worden vertaald.

Het vest ligt in een grote platte kartonnen doos, ingepakt als een kostbaar schilderij, omwikkeld door beschermend papier. „Vooral dat dunne draadje daar dat uitmondt in een connector is erg kwetsbaar”, zegt cardioloog-elektrofysioloog Tamas Szili Torok die er sinds een half jaar mee werkt.

Het vest, op de markt gebracht door het Amerikaanse bedrijf Medtronic, kost drieduizend euro per stuk. Dat is kostbaar omdat het meetvest door de kwetsbaarheid slechts eenmalig gebruikt kan worden. Mede om die reden heeft Szili Torok het tot nu toe ook alleen ingezet bij patiënten bij wie eerdere ingrepen met conventionele technieken niet goed hebben geholpen.

Het Erasmus MC financiert de behandeling met het vest uit eigen middelen, en is daardoor onafhankelijk van de fabrikant. Szili Torok wil in Rotterdam een expertisecentrum voor de Benelux vestigen „In Frankrijk, met name in het universiteitsziekenhuis in Bordeaux, is het vest al bij meer dan duizend hartpatiënten gebruikt. In de Benelux zijn wij de eersten die het toepassen.”

Pulsgeleiding

Szili Torok wil met het nieuwe hulpmiddel de behandeling van hartritmestoornissen effectiever te maken. „Het vest maakt een gedetailleerd driedimensionaal beeld van het hart en meet waar eventuele verstoringen in de pulsgeleiding optreden. Zo weten we veel preciezer op welke plekken in het hart het probleem ontstaat en waar we moeten ingrijpen.”

Hartritmestoornissen treden op doordat cellen in de wand van het hart spontaan zelf elektrische prikkels gaan afgeven, of wanneer het elektrische signaal chaotisch blijft ‘rondzingen’. De prikkels zijn essentieel om het hart gecoördineerd te laten samentrekken en zo het bloed goed rond te pompen. Iedere hartslag begint met een elektrisch signaal vanuit de sinusknoop die bovenin de wand van de rechterboezem ligt. Het signaal laat eerst de boezems samentrekken, en komt dan aan in de atrioventriculaire knoop, middenin het hart. Hier wordt de prikkel even vertraagd, om dan via snelle zenuwbanen (de bundel van His en de Purkinjevezels) verder te gaan voor een krachtige samentrekking van de hartkamers.

Herseninfarct

Boezemfibrilleren is de meest voorkomende ritmestoornis (zie inzet). Veroudering, hoge bloeddruk, diabetes en slaapapneu spelen een rol bij het ontstaan ervan, maar ook genetische aanleg kan een oorzaak zijn. Bij boezemfibrilleren is het grootste risico is dat er door de onregelmatige bloedstroom stolsels in het hart kunnen ontstaan die soms losschieten en bijvoorbeeld een herseninfarct kunnen veroorzaken. Vanwege dat risico krijgen patiënten vaak antistollingsmiddelen voorgeschreven. Daarnaast krijgen patiënten medicijnen om het hartritme weer in het gareel te brengen.

„Behandeling met medicijnen, neemt echter lang niet altijd de klachten weg”, zegt Szili Torok. „Met ablatie bereiken we vaak veel meer. Bij ablatie brengen we via de lies een katheter in het hart waarbij we op bepaalde plaatsen in de hartwand littekenweefsel kunnen aanbrengen. Op die punten worden de elektrische pulsen die het samentrekken van het hart sturen niet langer doorgegeven. Zo kun je het hartritme weer normaliseren.”

Szili Toroks ervaring, wordt onderschreven door een meta-analyse van Amerikaanse artsen die een maand geleden verscheen in het blad Annals of Internal Medicine: de uitkomst van katheterablatie bij boezemfibrilleren is over de gehele linie beter dan behandeling met medicijnen.

Vooral isolatie van de longaders die het bloed vanuit de longen naar de linkerboezem voeren is daarbij effectief, zegt Szili Torok. In de longaders ontstaan vaak elektrische prikkels die het coherente ritme in het hart verstoren. Door in ringvorm littekenweefsel op de wand aan te brengen (door verhitting of bevriezing met een katheter dat meestal vanuit de lies tot in het hart wordt geschoven) wordt die storing weggenomen en functioneert het hart weer normaal.

Echter, zo’n ingreep is niet bij iedere patiënt afdoende. De cardioloog kan dan besluiten om ook op andere plaatsen te ableren. Maar dan is het vaak lastig om uit te vinden op welke plek de lesie moet worden aangebracht. Sinds een aantal jaren werken cardiologen bij die patiënten met een kroonvormige katheter die van binnenuit de elektrische activiteit in het hart kan meten. Zo proberen zij het gebied op te sporen dat de bron is van de stoornis. Dat lukt, maar het resultaat is nog beperkt.

„Het probleem hierbij is ook dat je de bron alleen kunt opsporen als er tijdens de katheterisatie ook daadwerkelijk een hartritmestoornis optreedt”, zegt Szili Torok. Dat kun je wel proberen op te wekken met elektrische stimulatie of medicijnen, maar dan nog gebeurt het lang niet altijd.”

Succes is bovendien niet gegarandeerd, zegt de cardioloog:. „Sommige patiënten hebben al vijf ablaties ondergaan en hebben nog steeds last van ritmestoornissen. Die groep patiënten wil ik nu met behulp van het vest gaan behandelen om te kijken of we zo gerichtere ablaties kunnen uitvoeren, met meer succes voor het oplossen van ritmestoornissen.” Het is nog vroeg dag om de balans al op te maken zegt Szili-Torok. Hij heeft tot nu toe twintig patiënten met hulp van het meetvest behandeld. „Pas bij een aantal van vijftig patiënten kunnen we betrouwbaar zeggen of dit beter werkt.”

    • Sander Voormolen