Opinie

Mag je houden van Silicon Valley?

Silicon Valley Rechtse populisten in Europa en Amerika zijn het over één kwestie niet eens: Big Tech. Een zegen voor hun politieke campagnes of symbool van het hebzuchtig grootkapitaal?

Illustratie Hajo

Je kunt de wereldwijde op komende beweging van rechts-populisten veel verwijten – maar ze kiest haar vijanden goed. Of Steve Bannon, voormalig adviseur van Trump en een van de aanvoerders van de alt-rightbeweging, nu uithaalt naar paus Franciscus; Matteo Salvini, vice-premier van Italië, tekeergaat tegen ‘goeddoeners’ bij humanitaire ngo’s of Marine Le Pen, Frans oppositieleider, afgeeft op die domme technocraten in Brussel – de populisten richten hun pijlen op een reeks voorspelbare, weloverwogen doelen.

Toch zijn de Amerikaanse rechts-populisten en hun kompanen in de rest van de wereld het over één kwestie niet met elkaar eens: wat te vinden van Silicon Valley.

Natuurlijk zijn de digitale diensten en platforms een zegen voor de populisten geweest, want door deze diensten is hun bereik aanzienlijk toegenomen en kunnen ze zeer persoonlijke boodschappen aan potentiële kiezers richten. Dit werd nog eens duidelijk door het fiasco met Cambridge Analytica, afgelopen jaar, toen bleek dat dit Amerikaans-Britse databedrijf gegevens van Facebook kreeg – die vervolgens werden misbruikt bij de verkiezingscampagne van Donald Trump.

Lees ook: Facebook: strenger bij politieke reclame

Inmiddels begrijpen beginnende en nieuwe rechtse partijen als het Spaanse Vox intuïtief het primaat van de digitale strijd; Vox, dat pas eind 2013 werd opgericht, heeft nu al de meeste Instagram-volgers van alle Spaanse politieke partijen.

De populistische eensgezindheid houdt echter op bij deze pragmatische omarming van de digitale platforms – de intellectuele inschatting van de betekenis van Silicon Valley is nogal een kakofonie.

Aantrekkelijke schietschijf

Amerikaanse rechts-populisten zien Big Tech doorgaans als een aantrekkelijke schietschijf; in deze kringen geldt Silicon Valley als een bizarre mengeling van hebzuchtige kapitalisten en ‘cultuurmarxisten’ die hun gebruikers met linkse ideeën willen indoctrineren, terwijl ze stinkend rijk worden van hun gegevens.

De populisten in de rest van de wereld daarentegen, zien de platforms van Silicon Valley juist als de beste kans om te ontsnappen aan de intellectuele hegemonie van de ‘cultuurmarxisten’ in eigen land, stevig genesteld in elite-instituten als de media, de academische wereld en de Deep State.

In augustus 2018 noemde Steve Bannon in een interview met nieuwszender CNN de leidinggevenden van het „kwaadaardige” Silicon Valley „totale narcisten” en „sociopaten”. De gegevens die hun bedrijven bijeen graaien, zei hij met klem, zouden „publiek bezit” moeten zijn. Hij voorspelde ook dat Big Tech een van de hoofdthema’s van de presidentsverkiezingen in 2020 zou worden.

Lees ook: Koester de globalisering, maar leer van het verleden

Dat lijkt een redelijke voorspelling, niet in de laatste plaats omdat ook ter linkerzijde de woede tegen Silicon Valley groeit. Zo deed Alexandria Ocasio-Cortez, de jongste sensatie van de Amerikaanse linkse politiek, onlangs een spraakmakende aanval op het welkomstpakket van drie miljard dollar dat de stad New York aan Amazon wil schenken, in ruil voor de vestiging van een nieuw hoofdkantoor in Queens.

Obama’s nalatenschap

Het heeft er alle schijn van dat Silicon Valley een ideale vijand is voor de krachten buiten het Amerikaanse centrum – wie het op de korrel neemt, doet ook direct afbreuk aan de nalatenschap van Obama en Clinton. Zij immers, hebben Silicon Valley vooral mogelijk gemaakt.

Brad Parscale, de digitale-mediadirecteur van Trumps campagne in 2016, klaagde dat „Big Tech-monsters als Google en Facebook niets minder dan broedplaatsen voor ultralinks-liberale ideologieën zijn geworden. Ze doen er alles aan om conservatieve ideeën en hun aanhangers van het internet te verdrijven”.

Lees ook: Internationale kritiek op Facebook in hoorzitting

De recente uitsluiting van extreemrechtse en conservatieve lieden door sociale media en online fondsenwervingsplatforms heeft dergelijke opvattingen over Silicon Valley versterkt. Ook Donald Trump klaagde dat Google „conservatieve stemmen onderdrukt en gunstige informatie en goed nieuws achterhoudt” – een „zeer ernstige toestand” die naar hij beloofde „zal worden aangepakt”.

Rechts-populisten elders ter wereld krijgen heel anders tegen Silicon Valley aan. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een videofilmpje van de recente inauguratie van president Jair Bolsonaro van Brazilië, waarbij zijn aanhang massaal „WhatsApp, WhatsApp! Facebook, Facebook!” scandeert.

‘Lang leve Facebook!’

Dat sentiment is verre van ongebruikelijk. In 2017, toen hij nog afgevaardigde in het Europees Parlement was, hield Matteo Salvini een felle toespraak tegen de pogingen om nepnieuws te bestrijden. Ook verkondigde hij dat de oude, elitaire manieren om de publieke agenda te bepalen voorbij waren.

Salvini sloot zijn toespraak af met „Lang leve Facebook!” (Zoals hij die site ook bedankte nadat zijn partij Lega het goed had gedaan in de verkiezingen van 2018.)

Salvini’s coalitiepartners van de Vijfsterrenbeweging hebben afstand genomen van mensen als Bannon en Bolsonaro. Als beweging die is begonnen door een blogger en die het moet hebben van sociale media, zijn ze gecharmeerd van Big Tech.

Een gevecht vorig jaar over de omstreden auteursrechtrichtlijn van de Europese Unie, illustreert goed de bizarre vriendschap tussen Silicon Valley en de Europese populisten. Die richtlijn is een steen des aanstoots voor de digitale platformen omdat ze hun toezicht op geüploade content moeten opvoeren (Ook veel maatschappelijke groeperingen hebben geklaagd dat deze wetgeving ideeën en zelfs het delen van weblinks kan criminaliseren).

Tijdens de stemming in het Europees Parlement, in september 2018, verzetten de Poolse partij Recht en Rechtvaardigheid, de Italiaanse Vijfsterrenbeweging en Lega en de Britse UKIP zich het hardst tegen de richtlijn. En laten zij nu net de weinige bondgenoten van Silicon Valley in Brussel zijn.

Baudet, de uitzondering

Zolang er geen grote geopolitieke en handelsbreuk met Washington komt, zullen de Europese populisten hun mening over Big Tech vermoedelijk niet herzien.

(De enige uitzondering tot nu toe is het Forum voor Democratie, waarvan leider Thierry Baudet à la Steve Bannon de techbedrijven in Silicon Valley heeft uitgemaakt voor linkse manipulators van de publieke opinie.)

Lees ook: Frankrijk gaat techreuzen als Google en Facebook belasten

De Europese populisten zullen juist politiek kapitaal blijven opbouwen door de gevestigde politici te verwijten de digitale platforms alleen te willen reguleren om zo hun populistische tegenstanders te censureren. Macrons optreden met betrekking tot de online mobilisatietactieken van de gele hesjes-beweging is hierbij van essentieel belang: elke bemoeienis met de digitale platforms door de Franse staat, die al zo gebrand was op de invoering van een strenge nepnieuwswet, zou spectaculair averechts werken.

Maar ook de Amerikaanse populisten zullen hun toon niet matigen en een ander doelwit kiezen. Als het om Silicon Valley en zijn macht gaat, staat Steve Bannon dichter bij George Soros dan bij Matteo Salvini. Deze paradox zouden slimme progressieven moeten kunnen uitbuiten, al was het maar door de rechts-populisten buiten Amerika te vragen eens uit te leggen waarom ze toch zoveel van een bedrijfstak houden die zelfs Steve Bannon als „kwaadaardig” beschouwt.

Maar daarop zal geen antwoord komen, omdat de rechts-populisten ongeacht hun retoriek geen gedegen analyse maken van de wereldeconomie of de rol van Big Tech daarin (evenmin helaas als veel van hun niet-populistische tegenstanders). Hoe sneller dit manco wordt blootgelegd, hoe beter.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.