Opinie

Kamer, kijk niet toe bij afbraak rechtsbijstand

De minister wil experimenteren met de rechtsbijstand. Gewone wet- en regelgeving geldt dan niet, schrijven en . Dat mag het parlement niet laten gebeuren.

Studio NRC

Als advocaten weten wij het als geen ander: de meeste mensen gaan niet voor hun plezier naar een advocaat. Hoe belangrijk goede rechtsbescherming daarom is, beseffen we meestal pas als we het echt nodig hebben. Dat geldt ook voor de tijd en kosten die ermee zijn gemoeid. Geen probleem voor wie het kan betalen, maar heeft een ander niet evenveel aanspraak op adequate rechtshulp? Wie zijn rechten niet kan kennen of uitoefenen, heeft niets aan de onvolprezen rechtsstaat Nederland. Zeker niet, als je je moet verweren tegen de overheid of andere machtige opponenten met diepe zakken. Wie ooit zelf partij was in een juridisch geschil, weet hoe belangrijk het is om een onafhankelijke specialist aan je zijde te hebben.

De minister voor Rechtsbescherming, Sander Dekker (VVD), heeft in november zijn hervormingsplannen voor het stelsel van rechtsbijstand aangekondigd. Woensdag vergadert de Tweede Kamer erover. De rechtsbijstand kan beter en het moet goedkoper en informeler, is het devies. Er zou een nieuwe, extra instantie moeten komen die toetst of rechtsbijstand wel echt nodig is. Een soort juridische huisarts, een poortwachter. En er moeten ‘rechtshulppakketten’ komen voor verschillende rechtsgebieden, waarbij de toegang tot een advocaat niet meer vanzelfsprekend is. Met een keur aan pilots en een ‘experimenteerwet rechtspleging’ wil de minister het stelsel op de schop nemen. Hij wil drastisch kunnen ingrijpen in de toegang tot het recht, en wil daarvoor een vrijbrief van het parlement.

Lees ook: Advocaten staken half uur tegen plannen Dekker

De Kamer hoeft, als het aan de minister ligt, straks namelijk niet mee te beslissen in welke omstandigheden de rechtzoekende aanspraak kan maken op een gesubsidieerde advocaat. In de ‘experimenten’ geldt de gebruikelijke wet- en regelgeving niet. Een rechtzoekende in een ‘experiment’ kan straks minder rechtsbijstand ontvangen dan onder de huidige Wet op de rechtsbijstand.

En de experimenten met het stelsel worden veelal per Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), een uitvoeringsbesluit, doorgevoerd. Adequate democratische controle is dan niet mogelijk, want deze AMvB’s hoeven in principe niet aan de Kamer worden voorgelegd. De minister tornt aan de ankers van de rechtsstaat als hij zonder volwaardige parlementaire controle burgers wil kunnen verplichten om aan zijn experimenten mee te doen. Met zijn beoogde experimentenwet zal de minister de grondrechten van burgers – op toegang tot de rechter, op rechtsbijstand en op gelijke behandeling in een eerlijk proces – kunnen omzeilen.

Overheid gaat niet over wie naar rechter mag

Het is juist de overheid die deze grondrechten dient te garanderen. Dus ook die nieuwe toetsende instantie, met overheidsgeld bekostigd, die ‘aan de voorkant’ moet oordelen over eventuele toegang tot advocaten, is geen goed idee. Want het is dezelfde overheid die in het gros van de gevallen waarin gesubsidieerde rechtsbijstand wordt verleend, aan de andere kant van de rechtszaal staat. De overheid mág daarom principieel niet gaan over de vraag wie wel en wie niet naar de rechter kan. Dat spanningsveld is ook de reden waarom deze zaken bij wet geregeld moeten worden. ‘Bij wet’ wil zeggen dat het parlement erover gaat. Het is dan ook niet te verantwoorden dat de minister zulke belangrijke beslissingen over onze rechtsstaat en grondrechten, buiten ons democratisch gekozen parlement om denkt te mogen nemen. Een trias politica onwaardig.

De voorstellen van de minister leiden tot rechtsonzekerheid. Met een onvoorspelbare keur aan democratisch gebrekkig gelegitimeerde experimenten zullen de plannen de kwaliteit van wet- en regelgeving niet verbeteren maar verslechteren. Het labyrint van de overheid wordt nog onoverzichtelijker voor burgers.

Intussen zal de animo onder advocaten om degenen die hun werk niet kunnen betalen bij te staan nog verder wegzakken. De minister erkent al dat de vergoedingen te laag zijn. Inderdaad ontvangt de Nederlandse Orde van Advocaten al wekelijks berichten van advocaten die met gesubsidieerde rechtsbijstand stoppen of daarover nadenken, omdat het financieel niet te doen is. Hoe de minder vermogende rechtzoekende zich een weg moet vinden in het voorgestelde woud aan regelingen is helemaal een raadsel.

Het is de verantwoordelijkheid van ons parlement ervoor te zorgen dat iedere burger, vermogend of niet, een eerlijke kans krijgt om zijn geschil aan een rechter voor te leggen. Die verantwoordelijkheid kan en mag het parlement niet uit handen geven.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.