‘Je moet vertragend kijken’

Deze serie gaat over Rotterdammers en hún stad. Over mensen van betekenis die toch niet zo vaak in de krant staan. De Rotterdammer die ertoe doet van deze week: Guno Zwakke.

Waarom doet u wat u doet?

„Ik ben een verbindende ondernemer. Of een ondernemende verbinder. Oog voor anderen hebben, en niet afwachten maar ideeën uitwerken, is mijn levenshouding.

„Na het vwo heb ik nooit een studie afgemaakt, maar cursussen gevolgd. Ik ben begonnen in de kledingwinkel van mijn moeder aan de West-Kruiskade. Vroeger experimenteerde ik ook al met een artiesten- en evenementenbureautje. In het begin was ik nog even de manager van Sabrina Starke.

„Het Keti Koti Festival organiseer ik zo’n elf jaar, nu in Wijkpark Het Oude Westen met een optocht erbij. Het thema, de afschaffing van de slavernij en emancipatie, wordt door steeds meer partijen gedragen, merk ik. Zo wordt het een gezamenlijke geschiedenis.

„Als verbindende ondernemer moet je je oordeel parkeren. Vertragend naar situaties, anderen én jezelf kunnen kijken. Als je in de spiegel een mens met sterke en zwakke punten ziet, zie je vaak ook jezelf in de ander.”

Wat lukt wel en wat lukt niet?

„In het begin verloor ik de financiële kant uit het oog. Ik vond het belangrijker een Keti Koti Festival neer te zetten, hoe klein ook, dan vooraf te berekenen: ik moet er zo- en zoveel aan overhouden om de kosten te dekken. Nu lukt dat steeds beter. Ook omdat andere partijen, zoals Rotterdam Festivals zeggen: ‘Kom met een goed plan, we denken met je mee, Guno.’ Het mooie is: om het zakelijk goed te regelen, moet ik aan mezelf werken.

„Bij Wi Masanga werd ik een jaar geleden gevraagd. We hebben een soos, een hulplijn en bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding. Qua tijd was het even balans vinden; ik heb een vriendin die ook wel eens aandacht wil. En in een nieuw bestuur duurt het even voordat je elkaar kunt vinden. De programmering, daar moeten we echt nog aan werken. Maar de saamhorigheid binnen het gebouw en het bestuur is steeds beter. Het nieuwe beleid is: kijken met welke andere partijen we in de stad kunnen samenwerken, én tegelijkertijd ons Surinaamse erfgoed bewaken.”

Waarom woont u in Rotterdam?

„Ik was vijf toen we met mijn moeder naar Nederland kwamen. Mijn vader was hoofdopzichter van het gouvernementspaleis in Suriname en bleef. Ik heb altijd in Rotterdam gewoond, tot mijn 37ste in West, na mijn scheiding in Noord en nu al acht jaar op Zuid.

„Rotterdam is rauw en puur. Een échte stad met uitdagingen en kansen. Amsterdam is geweldig om uit te gaan, maar te hectisch. In Rotterdam kun je de rust opzoeken, in het Kralingse Bos of Het Park bij de Euromast.

„Mooi is dat alle bevolkingsgroepen hier toch redelijk vreedzaam met elkaar omgaan. Hoewel de politiek de laatste jaren is gepolariseerd en bepaalde mensen daar in meegaan. Ik hoop dat dat niet doorzet.

„Bij Stichting Rotterdam is probeer ik met twee Nederlands-Marokkaanse bestuurders juist mensen bij elkaar te brengen. Voor wijkactiviteiten, meer veiligheid, werk en ondernemerschap en goed onderwijs.”

Wat is onbegrijpelijk aan deze stad?

„Dat het stadhuis heel centraal en tóch veraf is. Het zou fijn zijn als het college en raadsleden verspreid door de stad zouden werken. Al was het maar twee uurtjes per week, om aanspreekbaar te zijn in de wijken. Anders blijft de macht aan de mensen die weten hoe het werkt, hoe je de raad aanschrijft en commissies bereikt. Er zijn genoeg mensen die het lef niet hebben, maar misschien wel als ze de wethouder zouden tegenkomen.”

Wat is uw geheime tip in Rotterdam?

„De Afrikaanderwijk. Zo’n mooie wijk, met heel veel potentie en hele lieve, trotse mensen. Ga er wat vaker wandelen, rond de markt en bij cultureel centrum ’t Klooster. Omarm dat stukje écht Rotterdam.”

Kent u nog een mooi verhaal?

„Tien jaar geleden begonnen we met de aanpak van de West-Kruiskade. De adviseur van woningcorporatie Woonstad, Daan Vrauwdeunt, moest de boel opzetten. Hij vroeg me naar mijn visie, luisterde en gaf me toen zó de sleutels van zijn kantoor. Zo van: ga maar je ding doen. Dat was een voorbeeld van talent zien, een kans geven en faciliteren. Het heeft mij gestimuleerd tot wat ik nu ben.”