Hoe gevaarlijk is seconde- lijm?

Durf te vragen Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag. Vandaag: secondelijm doet wat het belooft, dus pas op.

Illustratie Rik van Schagen

Even snel het losgeraakte deel van mijn koptelefoon vastplakken. Dat was het plan. Maar een paar seconden later zaten mijn vingers aan elkaar vast. De naam blijkt niet overdreven. Secondelijm werkt echt heel snel. Dat komt doordat de stof via een chemisch proces razendsnel uithardt, vertelt hoogleraar chemie Rint Sijbesma van de Technische Universiteit Eindhoven aan de telefoon. De meeste andere soorten lijm werken doordat ze een oplosmiddel bevatten dat geleidelijk verdampt. Zo hardt de lijm langzaam uit en houdt het twee oppervlaktes aan elkaar.

„Secondelijm werkt anders”, vertelt Sijbesma. Daar vindt een zogeheten chemische polymerisatiereactie plaats. Daarbij worden moleculen uit de lijm aan elkaar vastgeregen tot een lange polymeerketen. Daardoor verandert de vloeistof in een stevige vaste stof.

Waterdamp

Secondelijm is niet het enige plaksel dat gebruik maakt van een polymerisatiereactie. Epoxylijmen doen dat ook, maar daarbij gaat de reactie minder snel. Dat zijn meestal tweecomponentenlijmen waarbij twee stoffen samengebracht moeten worden om de reactie op gang te brengen. „Het bijzondere aan secondelijm is dat je er niets aan toe hoeft te voegen”, vervolgt Sijbesma zijn uitleg. „De reactie wordt gestart door water. En daar is genoeg van beschikbaar als waterdamp in de lucht en op het oppervlak dat je wilt lijmen.”

Dat is de reden dat mijn vingers zo snel en stevig aan elkaar vastplakten; op je huid zit veel vocht en het is bovendien een prettig ruw oppervlak, waardoor de lijm extra goed hecht.

Naast je huid zijn er nog wat materialen waar je beter geen secondelijm op kunt smeren. Zo vertelde een kennis dat ze geprobeerd had om haar spijkerbroek met secondelijm te repareren. Daarbij kwam er witte rook vrij die in haar ogen prikte. „Bij de meeste chemische reacties komt warmte vrij”, vertelt Sijbesma. „Bij de broek ging de reactie van het uitharden van de lijm zo snel dat er genoeg warmte vrijkwam om rook te veroorzaken.”

Dat komt doordat de moleculen in katoen net als watermoleculen OH-groepen hebben. Die bestaan uit een zuurstofatoom (O) en een waterstofatoom (H). Die OH-groepen starten de chemische polymerisatiereactie in secondelijm. Katoen heeft een heleboel van die OH-groepen waardoor de reactie sneller gaat en er meer warmte vrijkomt dan wanneer waterdamp de reactiestarter is. In extreme gevallen kan het katoen zelfs vlam vatten.

Niet inademen

Op enkele websites wordt secondelijm als survivaltip genoemd om in geval van nood vuur te maken. Maar verschillende YouTube-filmpjes laten zien dat er lang niet altijd vlammen ontstaan. Wel is er altijd die witte rook. Die prikt niet alleen in je ogen, maar is ook niet goed voor je gezondheid. Adem de rook dus niet in.

Andere materialen waarbij secondelijm minder goed werkt, zijn materialen met extreem gladde of droge oppervlakten. Daaronder vallen sommige plastics, zoals polyethyleen, dat onder andere gebruikt wordt voor plastic flesjes en waterleidingen. Daar plakt de lijm niet goed op vast.

Maar als secondelijm goed plakt, dan zit het ook meteen vast. Pas dus op als je ermee werkt. Een verdwaalde druppel op je kleding kan een brandwondje veroorzaken. En in contact met je huid plakt het nog sneller dan op andere oppervlakten. Mijn twee aan elkaar geplakte vingers waren gelukkig gemakkelijk los te krijgen met wat nagellakverwijderaar (aceton).

Ook een vraag? durftevragen@nrc.nl

    • Dorine Schenk