Bart Maat

Van Hoekstra hoeft het geld niet op

Wopke Hoekstra | minister van Financiën

Minister Hoekstra denkt dat er dit jaar meer kan worden geïnvesteerd in de publieke sector. ‘Dat geld gaan we nu gewoon uitgeven.’

De meeste ministers van Financiën uit recente kabinetten hadden als vaste, zware taak ervoor te waken dat hun collega-ministers niet te véél geld zouden uitgeven. Hand op de knip was het devies, want de schatkist kende sinds 2000 doorgaans een begrotingstekort.

Voor minister Wopke Hoekstra (CDA) ligt dat totaal anders. Toen hij eind 2017 aantrad, waren de overheidsfinanciën weer gezond. Het kabinet-Rutte III gaf hem de opdracht juist extra geld beschikbaar te stellen om na jaren van bezuinigen weer te investeren in de publieke sector. Meteen al 5 miljard euro in 2018, oplopend tot bijna 13 miljard na 2021.

Dat bleek nog niet zo gemakkelijk in het eerste regeringsjaar. Hoekstra kampt met een nieuw probleem: zijn collega-ministers krijgen al die miljarden lang niet allemaal op. Uit zijn recente Najaarsnota bleek dat het Rijk vorig jaar 3,7 miljard euro minder heeft weten uit te geven dan het van plan was.

Hoe komt het toch dat u al die extra miljarden maar niet weet uit te geven?

„Dit probleem, of beter gezegd: deze situatie, heeft een aantal oorzaken. Allereerst zijn die investeringen gewoon heel veel extra geld bovenop de reguliere uitgaven die ook al oplopen. Het is bestemd voor zo’n beetje alle grote beleidsterreinen: defensie, onderwijs, zorg, veiligheid. Dat is nu eenmaal niet snel en gemakkelijk weg te zetten.

„Daarnaast is dit kabinet laat begonnen. We traden eind oktober [2017] aan met een regeerakkoord waarin de coalitiepartners al meteen ambitieuze investeringsplannen voor 2018 hadden. Om die uit te kunnen voeren is er altijd enige aanlooptijd nodig. Het duurt gewoon even voor je al die plannen kunt uitvoeren en dus dat geld daadwerkelijk kunt uitgeven.

„Tot slot zitten we in een steeds krappere arbeidsmarkt. We hebben steeds minder mensen die structureel werkloos zijn. Gelukkig maar! Dat is ontzettend goed nieuws. De consequentie is wel dat het voor zowel de publieke als private sector lastiger is om mensen aan te trekken.”

In hoeverre is deze mate van onderbesteding een probleem? Als het niet lukt om te investeren in de publieke sector komen alle beloofde extra politieagenten en verplegers er misschien wel niet.

„Het kabinet heeft de doelstelling om drie dingen te doen. Een forse investering in de samenleving, lastenverlichting en het verder op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daar gaan we heel hard mee door. Het geld blijft in de komende jaren dan ook gewoon beschikbaar.

„Overigens: in euro’s klinkt het inderdaad fors, maar relatief gezien is 3,7 miljard ruim 1 procent van de totale overheidsuitgaven. Het lukt om het overgrote deel van de rijksfinanciën op een goede manier te besteden.”

Als minister van Financiën kunt u ook denken: met al het geld dat overblijft kan ik mooi versneld de staatsschuld aflossen?

„Zeker niet. Ook ik sta voor die drie doelstellingen. Ik ga op geen enkele manier op de rem trappen. Het is belangrijk dat we al die investeringen in de samenleving doen.

„Ik zeg er wel bij: de uitgavenkaders van onze begroting zijn maxima. Het geld hóeft niet op. En de staatsschuld moet óók verder omlaag.”

Met ingang van vorig jaar is de wettelijke verantwoording van de rijksfinanciën aangescherpt. Alle departementen moeten nu eerst bestedingsplannen bij u indienen voor het beloofde geld daadwerkelijk beschikbaar is. Heeft dat het geld uitgeven niet ook wat geremd?

„Uiteraard kijk ik in het bijzonder naar de effectiviteit van alle overheidsbestedingen. Het is geld van de burger. Dat moet op een verstandige manier worden uitgegeven Met deze nieuwe comptabiliteitswet, waartoe het vorige kabinet terecht al had besloten, is de doelmatigheidstoets vooraf inderdaad aangescherpt. Ja, er worden dan soms extra vragen aan de bewindspersonen gesteld. Daar is binnen het kabinet begrip voor. Maar deze nieuwe procedure was geen factor in de vertraging van de uitgaven. Die komt echt vooral door de aanlooptijd en de werving van personeel.”

Lees ook: Het kabinet houdt geld over

Wordt het probleem van de onderbesteding niet alsmaar groter? Er schuift nu geld van vorig jaar door naar dit jaar, terwijl er voor 2019 op zich al veel meer investeringsgeld op de begroting is uitgetrokken. Het stuwmeer met miljarden wordt groter, terwijl de arbeidsmarkt niet snel ruimer lijkt te worden.

„Ik verwacht dat de onderbesteding aan het eind van dit jaar significant minder zal zijn, maar daar kan ik geen keiharde garantie op geven.”

Waar baseert u dat op?

„De publieke sector zal nog wel even blijven kampen met krapte op de arbeidsmarkt. Voor de werkgelegenheid moeten we dat toch vooral als iets positiefs zien. De twee andere factoren, het aanloop- en timingeffect, worden minder. Bijvoorbeeld bij defensie gaat het vooral om investeringen in hardware, bij infrastructuur om grote projecten. Ik zie dat daar echt keihard wordt gewerkt om dit jaar een inhaalslag te kunnen maken. Dat geld gaan we nu gewoon uitgeven.”