‘Het liefst zou ik het conservatorium volgen’

Spitsuur Nurdan Günaltay (41) begint om zes uur ’s ochtends als ontbijtchef in een hotel. Haar man Tahsin (53) is zelfstandig ICT’er en deelt zijn eigen weken in. Zo kan altijd iemand dochter Duru naar school brengen of ophalen. „Voor onze dochter is het fijn.”

Nurdan: „Ik ga nog af en toe naar Turkije, naar mijn familie.” Tahsin: „Ik ga één keer per jaar, voor mijn moeder. Toen ik Nurdan leerde kende woonde ik weer even in Turkije. Maar ik voelde mij daar een buitenlander.”
Nurdan: „Ik ga nog af en toe naar Turkije, naar mijn familie.” Tahsin: „Ik ga één keer per jaar, voor mijn moeder. Toen ik Nurdan leerde kende woonde ik weer even in Turkije. Maar ik voelde mij daar een buitenlander.” Foto David Galjaard

Tahsin: „Wij zijn geen negen-tot-vijfkantoormensen.”

Nurdan: „Ik werk halve dagen bij een hotel, als ontbijtchef.”

Tahsin: „Ik heb, sinds ik in 1989 naar Nederland kwam, altijd in de ICT gewerkt. Eerst als programmeur, nu werk ik in de cybersecurity, als zelfstandig ondernemer. Samen met een collega testen we netwerken van bedrijven, banken en webshops, zodat hackers niet kunnen inbreken.”

Nurdan: „Meestal begin ik om zes uur ’s ochtends in het hotel en werk ik tot elf of twaalf uur. Ik bereid het buffet voor, maak gebak, roerei en leg de salami en kaas klaar. Of croissants en een fruitsalade.”

Tahsin: „Ze maakt alles klaar voor de gasten.”

Nurdan: „Het moet in één uur klaar zijn, allemaal tussen zes en zeven. Daarna komen de gasten. Er zijn zakenmensen, maar ook toeristen.”

Tahsin: „Bij mij is elke week anders. Afgelopen woensdag was ik hier thuis, maar in de avond had ik in Den Haag een presentatie tot half twaalf. Per week kijk ik naar mijn afspraken en plan ik mijn week.”

Nurdan: „Voor onze dochter is het fijn, voor het naar school brengen en ophalen.”

Tahsin: „Mijn werkdag begint nadat ik onze dochter naar school heb gebracht. Als het een lange dag is, dan haalt mijn vrouw haar ’s middags van school, maar anders doen we het samen.”

Nurdan: „De school is in Uithoorn, drie kilometer van hier.”

Tahsin: „Als Nurdan haar brengt, gaat ze met de fiets. Ik neem meestal de auto.”

Nurdan: „Ik heb een rijbewijs, maar dat is Turks. Nu heb ik hier rijles, ik ben nu bijna drie maanden bezig.”

Tahsin: „Het is zo anders. In Nederland zijn verkeersregels, in Turkije is het een jungle. Vooral Istanbul. De laatste keer dat ik daar reed, bijna twintig jaar geleden, was mijn hele rug nat van de stress. Toen heb ik gezegd: ‘Ik ga nooit meer in Istanbul rijden.’”

De Jordaan

Tahsin: „18 november 1989: dat was mijn eerste dag in Nederland. Ik was afgestudeerd en had een baan gekregen als programmeur bij de Gouden Gids in Amsterdam. Het was verleidelijk, ik zou tien keer meer gaan verdienen dan in Turkije. Niet twee, niet drie – nee, tíén keer zoveel. En ik wilde graag internationale ervaring opdoen.”

Nurdan: „We komen eigenlijk uit Ankara. Mijn moeder woont daar nog steeds.”

Tahsin: „Het is de hoofdstad, maar het is meer een middenstad, er zijn veel ambtenaren en studenten.”

Nurdan: „Het is een mooie stad.”

Tahsin: „Het is er fijn, maar in Amsterdam voel ik mij écht thuis. De eerste twee jaar hier woonde ik in de Jordaan. Het was klein: een eenkamerappartement op de derde verdieping – ik heb nog met zo’n touw de wasmachine omhoog getrokken. Elk weekend deed ik met mijn internationale collega’s een kroegentocht: Thijssen, Café Nol – Lindengracht, Prinsengracht. Gezellig.”

Nurdan: „Ik heb daar nooit gewoond.”

Tahsin: „Ik heb Nurdan pas vele jaren later ontmoet, rond 2010, toen ik even terug in Ankara was. Een achterneef liet ons kennis maken. We waren in een café, dronken bier. Ik sprak met haar en vond haar een leuke, aantrekkelijke vrouw. Ik heb haar mailadres gevraagd en terug in Nederland hebben we veel geschreven en op MSN gezeten. Na anderhalf jaar zijn wij getrouwd. Het was heel mooi. Iedereen danste. Er was Turkse en Koerdische muziek, op het einde van de avond waren we zo moe.”

Mezzosopraan

Nurdan: „Ik heb het bijna een jaar volgehouden als ontbijtchef. Nu mijn contract afloopt, wil ik eigenlijk wat anders.”

Tahsin: „Ze wil liever vanaf acht uur werken, in plaats van om zes uur.”

Nurdan: „Zingen, dat zou ik het liefste doen. Ik zing met het reArt Wereldmuziekkoor in Amsterdam. Soms geven we een concert, met Nieuwjaar met het Concertgebouworkest.”

Tahsin: „Ze heeft een heel mooie stem.”

Nurdan: „Ik ben een mezzosopraan, dat is vrij hoog. Het liefste zou ik het conservatorium volgen. Maar eerst moet ik goed de Nederlandse taal leren. Ik leer het al vijf jaar, maar het is moeilijk. Boeken begrijp ik, luisteren gaat oké – maar praten, dat is lastig.”

Tahsin: „Thuis praten we vooral Turks.”

Nurdan: „Daar kan ik mij het best in uitten. Mijn dochter heeft ook goed contact met de Turkse taal. Ze spreekt nu al vloeiend Nederlands en Turks. En ze helpt mij. Gisteren gingen we klanken oefenen. Bijvoorbeeld de ghhh en de ahhh.”

Tahsin: „Ze bekritiseert ons. Dan zegt ze: ‘papa, je zegt het fout.’ En dan zeg ik: ‘Duru, toen ik hier kwam wonen was ik al 22 jaar, niet twee zoals jij.’”

Nurdan: „Ik ga nog af en toe naar Turkije, naar mijn familie.”

Tahsin: „Ik ga één keer per jaar, voor mijn moeder. Toen ik Nurdan leerde kennen, woonde ik weer even in Turkije. Maar ik voelde mij daar een buitenlander. Het is een chaos, het is duur. Toen ik na het boodschappen doen bijna werd overreden zei ik tegen Nurdan: ‘Ik wil terug naar Nederland. Als ik hier blijf, word ik gek.’ Nu doen wij veel in Uithoorn, maar ook in Amstelveen, daar is een grote Turkse expatgemeenschap. Maar we hebben ook Engelse en Amerikaanse vrienden. Een van mijn beste vrienden woont in Dublin.”

Nurdan: „We hebben overal vrienden.”

Tahsin: „Wij voelen ons niet alleen Nederlanders of Turks, wij zijn wereldburgers.”