Het kabinet houdt geld over

Investeringsplannen Rutte III Het kabinet heeft het afgelopen jaar minder uitgegeven dan gepland, 1,4 procent minder dan mogelijk was. Het CPB spreekt van ‘onderschrijding’.

Minister Wopke Hoekstra van Financiën presenteert op Prinsjesdag in de Tweede Kamer het koffertje met de rijksbegroting en miljoenennota.
Minister Wopke Hoekstra van Financiën presenteert op Prinsjesdag in de Tweede Kamer het koffertje met de rijksbegroting en miljoenennota. BART MAAT

Het Centraal Planbureau was nog wel zo enthousiast aan het begin van vorig jaar. Met het verse regeerakkoord in de hand voorspelden de rekenmeesters in het Centraal Economisch Plan van maart dat de overheidsbestedingen in 2018 met 3,5 procent zouden groeien. Na jaren van bezuinigingen zou het nieuwe kabinet immers weer flink gaan investeren in de publieke sector: 5 miljard in 2018, oplopend tot bijna 13 miljard na 2021.

En hoewel het CPB niet per se fan is van procyclisch begrotingsbeleid – extra geld uitgeven als de economie toch al goed draait – zag het planbureau ook voordelen aan alle investeringsplannen. Door bijvoorbeeld hogere zorguitgaven en honderden miljoenen extra voor defensie en het onderwijs zou de economie „per saldo verder worden gestimuleerd”.

Inmiddels denken economen er anders over. Aan het eind van het jaar moest het CPB constateren dat „er vertraging optreedt bij de geplande intensiveringen” op de rijksbegroting. Naar verwachting wordt 1,4 procent ervan „niet gerealiseerd”, schrijft het planbureau in de Decemberraming. Oftewel: 3,7 miljard euro. Volgens het economisch bureau van ABN Amro zullen de uitgaven van het Rijk in 2018 daarmee niet de voorziene 3,5 procent maar slechts 1,1 procent groeien.

Lees ook: Van Hoekstra hoeft het geld niet op

Meer handen gezocht

Voor de overheidsfinanciën is een begrotingstekort al een paar jaar veilig uit zicht. De nieuwe kwaal van de rijksbegroting is een luxeprobleem dat met lelijk jargon wordt beschreven: onderuitputting, onderschrijding of onderbesteding. Er wordt nu niet te veel geld uitgegeven, maar te weínig. Het ‘onderschrijdingspercentage’ van 1,4 procent is volgens het CPB „opvallend hoger” dan in recente jaren.

Deze macro-cijfers stroken met het beeld uit een steekproef die NRC een jaar geleden startte. We volgden tien concrete investeringsplannen van het derde kabinet-Rutte. Van 10 miljoen voor de uitbreiding van het diplomatieke netwerk in de wereld, tot 775 miljoen voor de ondersteuning en modernisering van de krijgsmacht. Van 30 miljoen voor armoedebestrijding onder gezinnen met kinderen tot 577 miljoen voor extra handen aan het bed in verpleeghuizen.

Samen tellen deze beloften voor 2018 op tot ruim 2,6 miljard euro, iets meer dan de helft van de totale 5 miljard die als extra uitgaven in het regeerakkoord voor het afgelopen jaar waren aangekondigd. De uitgaven kwamen langzaam op gang, constateerden we al in februari en juni, inmiddels is duidelijk dat na een vol kalenderjaar lang niet alles van die potjes is besteed.

Hoofdoorzaak van het moeizame uitgavenpatroon is de krappe arbeidsmarkt. Veel investeringen in de publieke sector zijn bedoeld om personeelstekorten aan te pakken.

Luister ook de aflevering van Haagse Zaken Waarom Rutte III geld uitgeven moeilijk vindt

Het (basis)onderwijs, de zorg, defensie en politie schreeuwen om grotere capaciteit: meer handen aan het bed, meer blauw op straat. Met een historisch lage werkloosheid – 3,6 procent – is het lastig om al die extra arbeidsplaatsen snel te vullen. Daarbij zullen verschillende overheidsdiensten met elkaar concurreren.

De Belastingdienst heeft mensen nodig en de douane ook.

Dat probleem zal naar het zich laat aanzien niet snel kleiner worden. Sterker: dit jaar komt er juist méér overheidsgeld beschikbaar voor verschillende beleidsterreinen om nóg meer personeel aan te trekken.

Een deel van de niet bestede miljarden uit 2018 schuift door naar dit jaar; en er stond voor 2019 al 8 miljard euro klaar.

Macro-economisch gezien speelt er nog een ander probleem: met een uitgavenpost van een kleine 300 miljard euro is de overheid een grote speler in het economisch verkeer. Als het rijk minder in staat is om geld te laten rollen, is dat zonder meer van invloed. Heel concreet becijferde het CPB een maand geleden dat als de overheidsbestedingen dit jaar met 1,5 miljard achterblijven, de economische groei met 0,2 procentpunt wordt geremd.

    • Philip de Witt Wijnen