Gezocht: géén 9-tot-5-mentaliteit

Essay De achturige werkdag werd hard bevochten, maar wee de werknemer die zich er strikt aan houdt: die is saai, egoïstisch en niet van deze tijd.

Illustratie Pepijn Barnard

Toen de banken in 2008 op omvallen stonden en de Nederlandse tak van ABN Amro werd genationaliseerd, grapte een bevriende bankmedewerker dat hij nu officieel „ambtenaar was geworden”. Hilariteit ten top natuurlijk, want wie wilde dat nou, dachten wij. Ambtenaren, dat waren van die mensen die aan regelzucht leden en elke dag om stipt vijf uur het pand verlieten. Het toonbeeld van een kleurloos, burgerlijk bestaan.

Zoals wij die ambtenaar suf vonden, zo stellen werkgevers nauwgezetheid nog altijd gelijk aan onvermogen. De term ‘geen 9-tot-5-mentaliteit’ is al jaren een favoriete functie-eis in vacatures, liefst in combinatie met allerlei krachttermen als ‘kartrekker’, doorzetter en een positieve instelling.

De ideale werknemer let niet op de tijd, daar is hij veel te fanatiek voor.

Lui, ongeïnspireerd en egoïstisch

In 1817, tijdens de Industriële Revolutie in Groot-Brittannië, bedacht Robert Owen, grondlegger van het Britse socialisme, de leus: Eight hours labour, eight hours recreation, eight hours rest. In de overtuiging dat mensen geen machines zijn, streed hij voor de invoering van een acht uur durende werkdag. Die nam op dat moment nog rustig zo’n twaalf tot veertien uur in beslag – de zaterdagen incluis.

Een ruime eeuw later, in 1919, werd de acht-urige werkdag wettelijk vastgelegd in verschillende landen, waaronder Nederland.

Zo’n werkdag van acht uur is nog altijd grotendeels de norm. Ware het niet dat de 21ste-eeuwse mens steeds vaker overwerkt (gemiddeld drie uur per week, volgens TNO) en een onverbiddelijke mening heeft over werknemers die dénken recht te hebben op zulke grenzen. Die zijn lui, ongeïnspireerd en egoïstisch. Ze komen elke dag op een vast tijdstip op kantoor, klokken daar rigide het aantal uren, laten hun werk – of het nu af is, of niet – uit handen vallen als de klok dat aangeeft en zadelen hardwerkende collega’s zo met allerlei losse eindjes op. Verwacht er daarom vooral geen baanbrekende ideeën of toewijding van (sáái!).

Maar hoewel de term anders doet vermoeden, gaat het bij de 9-tot-5-mentaliteit helemaal niet zozeer om arbeidsuren, blijkt bij nabellen van een tiental vacatures. Afspraken over precieze werktijden worden meestal onderling gemaakt, laten werkgevers weten, bijvoorbeeld bij het opstellen van een contract. En of dat dan een halve werkdag, een dag van tien tot zes, of om een avonddienst van drie tot elf is – dat is allemaal bespreekbaar. Vaak liggen zulke afspraken bovendien al vast in cao’s.

Waar het werkgevers in hun zoektocht naar de ideale kandidaat wél om gaat, is de manier waarop werknemers die werktijden vervolgens interpreteren. „Ik krijg echt jeuk”, zegt Danny Steenstra Toussaint bijvoorbeeld, „van mensen die hun uren tot op de minuut nauwkeurig bijhouden in een Excelbestand”.

Illustratie Pepijn Barnard

Hij is manager bij een softwarebedrijf en verantwoordelijk voor de vacature waarin een „bevlogen kartrekker”, zonder 9-tot-5-mentaliteit wordt gezocht. Niet dat Steenstra Toussaint erop uit is de werktijden van zijn collega’s zo ver mogelijk op te rekken, maar van zo’n houding gaat volgens hem een zeker egoïsme uit: „Zo van: ik ben hier klaar en wat jullie verder doen, dat interesseert me niet.” Terwijl hij juist iemand zoekt die goed kan samenwerken.

Dat zegt ook Agnes Akkerman, hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Een 9-tot-5-mentaliteit heeft volgens haar vrij weinig met werktijden, en veel meer met vermeende loyaliteit te maken. Wie op strikte tijden werkt, laat blijken „wel erg op de minuut” te zijn. Zo’n houding vereenzelvigen we vervolgens met het eigenbelang: wel nemen, maar nooit bereid zijn te geven – in dit geval ten koste van het bedrijf. „Daartegenover staat de werknemer die bereid is zo nu en dan eens iets te doen wat níét is afgesproken”, zegt Akkerman. Gewoon, omdat het zo uitkomt. Of omdat zoiets ‘spontaan’ in hem of haar opkomt.

Het gaat dus vooral om karakter. Wie een 9-tot-5-mentaliteit heeft, wordt als star en rechtlijnig gezien.

Bewijs daarvoor levert een dierenkliniek in Hoorn, op zoek naar een nieuwe dierenarts. Hoewel de praktijk dagelijks van negen tot vijf open is, twee avondspreekuren daargelaten, zoekt de kliniek een dierenarts zónder 9-tot-5-mentaliteit. Daarmee bedoelen ze, laat een medewerker weten: als er om vijf voor vijf een gewond konijn wordt binnengebracht, moet je dus niet denken zomaar naar huis te kunnen.

Kwestie van geven en nemen

We worden, kortom, geacht een beetje flexibel te zijn en enigszins soepel met gemaakte afspraken om te kunnen springen. Werkgevers hopen, niet geheel verrassend, dat we iets minder loyaal zijn aan onze eigen agenda en iets méér aan die van hen.

Maar dat roept de vraag op: hóé flexibel? Wat is de bandbreedte van al die flexibiliteit? Is dat een konijntje om vijf voor vijf, of een noodgeval om tien voor tien, waarvoor je de hele avond bereikbaar moet zijn?

Zo plakte een elektronicabedrijf, op zoek naar een hardware-ontwerper, achter de eis: „Geen 9-tot-5-mentaliteit” de wens: „Flexibiliteit om werk en privé te combineren.” Gevraagd naar de betekenis van die functie-eis, antwoordt manager Herman Rave dat dit, wederom, een kwestie van „geven en nemen” is. Als een werknemer met moeite een co-ouderschap probeert rond te krijgen, dan zijn zij de beroerdste niet om hem of haar uit de brand te helpen met aangepaste werktijden of een thuiswerkdag. „Maar zit het bedrijf ’s avonds een keer omhoog, dan moeten we jou ook kunnen bellen.”

Het raakt aan de discussie over de scheiding tussen werk en privé: in hoeverre willen en moeten we instemmen met een vervaging van de grens tussen beide? Door technologische ontwikkelingen kunnen we werk en privé steeds gemakkelijker combineren. Een mixed blessing, noemde de Sociaal-Economische Raad dat in 2016. Het is handig, denk aan die thuiswerkdag, maar heeft ook een keerzijde. Stress ligt meer dan ooit op de loer en overal bereikbaar zijn is voor de een prettiger dan voor de ander.

Blogger Cindy Stechweij leest in het openlijk afwijzen van een 9-tot-5-mentaliteit zelfs een ordinaire oproep tot overwerken. „Negen van de tien werkgevers bedoelen hier niets anders mee dan: ik wil dat je zo vroeg mogelijk op werk bent, en tot minstens zes uur doorwerkt”, schrijft ze in een blog op haar site cinincarriere.nl. Werktijden zijn voor haar helemaal niet heilig, dekt ze zich in, maar van structuur en regelmaat houdt ze dan weer wel. Dus wat is er eigenlijk mis met het hebben van een voorspelbaar ritme?

Duidelijke scheiding

Dat niet iedereen op een partijtje agenda’s uitwisselen zit te wachten (een beetje geven, een beetje nemen), bleek vorig jaar ook uit een peiling van onderzoeksbureau Markteffect, in opdracht van telecomprovider Tele2. Het bureau onderzocht in hoeverre de in 2016 ingevoerde Wet flexibel werken ervoor heeft gezorgd dat we onze werktijden nu anders indelen.

De conclusie: het merendeel van de werkgevers (zo’n 75 procent) verwacht dat werknemers hun werk- en privétijd soepeler verdelen, terwijl 42 procent van de werknemers nog altijd een duidelijke scheiding hanteert tussen die twee.

Simpelweg omdat we dat overzichtelijker vinden, of omdat we tóch niet zo goed kunnen multitasken als we misschien dachten.

„De combinatie van bepaalde verwachtingen en niet zo strak omlijnde normen blijft gewoon gevaarlijk”, zegt hoogleraar Akkerman daarover. Want juist dan ontstaat een ondefinieerbare ruimte waarbinnen mensen geen ‘nee’ meer durven zeggen. Waarbinnen ze net iets te vaak, net iets te veel dingen ‘extra’ doen – met name de iets minder mondige werknemers.

Minder snel opgebrand

Het bijhouden van werkuren in een Excelsheet kan dus weliswaar rigide overkomen, maar heeft tegelijkertijd een belangrijke functie: wie zijn eigen grenzen bewaakt, raakt minder snel opgebrand. En dat is nauwelijks nog een overbodige luxe te noemen. In november vorig jaar meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek dat 16 procent van de werknemers tussen de 15 en 75 jaar zich minstens een paar keer per maand psychisch vermoeid zegt te voelen door het werk.

We hebben van onze passie ons werk gemaakt, en vinden geluk in een baan. Pas op, zeggen een filosoof, een onderzoeker en een psychiater. Onze identiteit bestaat uit zo veel meer dan een baan.

Een beetje voorspelbaarheid zou voor die groep best weleens fijn kunnen zijn. Maar ook voor het niet-opgebrande deel van de mensen geldt dat het, bij het ontbreken van een 9-tot-5-mentaliteit, best handig is een paar afspraken te maken. Over wanneer je bereikbaar bent, bijvoorbeeld.

En maakt dat je dan een saaie versie van een 21ste-eeuwse mens? Dáár valt over te discussiëren.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.