Opinie

‘Fotografen, het is tijd voor gele hesjes: dit moet stoppen’

Fotografen worden zo zwaar onderbetaald dat ze amper van hun salaris kunnen leven. Het protest van vrijdag komt te laat, vreest .

2017 Spijkenisse - PVV-leider Geert Wilders tussen fotografen en cameraploegen.

Remko de Waal/ANP

Veel Nederlandse fotojournalisten maken op 25 januari voor één dag geen foto’s uit protest tegen de lage vergoedingen die zij voor hun werk krijgen. Voorafgaand aan de actie heeft de belangenvereniging van fotografen NVF een aantal eisen aan de uitgevers voorgelegd: naast een directe tariefverhoging van 14 procent, wil zij dat de vergoedingen voor online gepubliceerde foto’s worden gelijkgetrokken met de tarieven voor afgedrukte foto’s. Fotografen moeten ook weer de beschikking krijgen over de rechten van hun werk. Mocht de komende actie geen resultaat opleveren, dan sluit de belangenvereniging vervolgacties niet uit.

Het is verbazingwekkend dat fotografen nu pas protesteren. Sinds jaar en dag zijn de vergoedingen voor fotojournalistiek hard gedaald en het viel dus te verwachten dat de toekomst van het metier ernstig in gevaar zou komen. „Als er niets verandert kan over vijf tot tien jaar niemand meer van de fotojournalistiek leven”, verklaarde Garcia Lopez van de NVF begin deze maand. Sterker: velen kunnen dat nu al niet meer.

Een veel gehoorde verklaring van de malaise betreft de dalende oplage van gedrukte media. Uitgevers schermen er graag mee en gebruikten het om de neo-liberale bedrijfsvoering die de markt graag hanteert, door te drukken: met zo weinig mogelijk mensen zo veel mogelijk winst maken, het liefst tegen zo laag mogelijke vergoedingen. Zelfs in de hoogtijdagen van de media werd het al geprobeerd. Toen ik in de jaren tachtig onder contract stond bij de Nieuwe Revu, kwam de directie opeens met het verhaal dat er zeven mensen ontslagen moesten worden omdat de oplagen daalden. Een moedige redactieraad zocht het uit. Het bleek nepnieuws. De daling viel mee, en de ontslagen moesten worden herroepen.

Zonder een vuist te maken

Nu zal niemand ontkennen dat er sinds de jaren tachtig een achteruitgang van oplagen is geweest, maar de vraag rijst of die het dieptepunt in de vergoedingen rechtvaardigen. Wie de omzet en winst van de Persgroep van de laatste drie jaar bekijkt, zal vraagtekens zetten bij de verlaagde tarieven.

Bovendien kregen fotojournalisten te maken met de onderlinge concurrentie van de groeiende nieuws- en stock bureaus (bureaus die foto’s in voorraad hebben die niet nieuwsafhankelijk zijn) die de prijzen voor de online fotografie naar een onacceptabel niveau deden kelderen. Al die tijd stond de NVF erbij en keek ernaar, zonder een vuist te kunnen maken.

Voor de toekomst, waarin de gedrukte media geleidelijk zullen verdwijnen en vervangen worden door online uitgaven, zijn juist vergoedingen voor online publicaties van belang. Er zijn tekenen dat de ontwikkeling van druk naar online gunstig verloopt. Elsevier spreekt al van een succes. Maar ik moet nog zien dat online foto’s waarvan geaccepteerd is dat ze voor een habbekrats over de toonbank gaan, een normaal prijspeil bereiken. Zeker nu er steeds meer beeld bijkomt van mensen die denken het vak ook te beheersen.

Het is goed dat er op 25 januari eindelijk actie wordt gevoerd, al was het maar om aandacht voor de zaak te vragen. Ik vrees echter dat het protest te laat komt. Veertien procent bij een karige vergoeding zal er nog steeds niet voor zorgen dat fotojournalisten weer van hun vak kunnen gaan leven. Ondertussen is de macht van de grote uitgevers door fusies en overnames gegroeid. Misschien moeten de fotojournalisten eens een geel hesje aantrekken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.