Opinie

    • Michel Kerres

Duitsland zet stapje richting hard power, maar blijft naïef

Merkel en Macron tekenen dinsdag het Verdrag van Aken. De Frans-Duitse motor zoemt, schrijft Michel Kerres. Maar een vaste V-raad-zetel voor Duitsland?

De Amerikaanse overheid is al weken gedeeltelijk gesloten omdat president Trump en de Democraten het niet eens worden over de bouw van een grensmuur. De Britse politiek lijkt bevangen door anarchie en snelt van de ene historische stemming naar de volgende in een poging met zichzelf in het reine te komen over Brexit. De oude democratieën worden op hun stormbestendigheid getest door de populistische poolwervelwind.

Te midden van dat tumult klinkt een vertrouwd internationaal geluid: de Frans-Duitse motor. De twee vijanden van weleer willen hun vriendschap opnieuw aanhalen. In 1963 sloten bondskanselier Adenauer en president De Gaulle een samenwerkingsovereenkomst, het Elysée-verdrag. Nu moet dat verdrag een vervolg krijgen, het Verdrag van Aken, dat kanselier Merkel en president Macron dinsdag ondertekenen.

Het is een verdrag voor wie nog gelooft in de idee dat je samen sterker staat dan alleen. Sommige plannen zijn goedmoedig, op het kneuterige af. Het verdrag wil iets doen voor burgers in de grensregio. Zo moeten wegen, het spoor en digitale voorzieningen op elkaar afgestemd worden. Er moet gezamenlijke instellingen voor gezondheidszorg komen en zelfs Frans-Duitse crèches. Daarnaast voorziet ‘Aken’ in de vorming van een ‘economische ruimte’ met gezamenlijke onderzoeksprogramma’s en grensoverschrijdende arbeidsbemiddeling. Verbroedering door samenwerking, te beginnen bij de zindelijkheidstraining.

Pikanter zijn de plannen voor defensie en buitenlands beleid. Er komt een Frans-Duitse veiligheidsraad die Europa slagvaardiger moet maken. De twee landen denken aan gezamenlijke militaire missies, het gezamenlijk opleiden van militairen en gezamenlijke ontwikkeling van nieuwe wapensystemen. Er wordt al gewerkt aan een Frans-Duits gevechtsvliegtuig, een Frans-Duitse drone ligt in het verschiet. De voornemens zijn afgestemd met Europese partners.

Het is weer een stapje op weg naar Europese zelfstandigheid. Het is vooral verheugend dat Duitsland, na een verhoging van de defensiebegroting, nu weer meer verantwoordelijkheid wil nemen op het gebied van hard power. Zouden de Duitsers dan toch een beetje Franser gaan denken?

Gezien de prioriteiten van Trump kan dat geen kwaad. Hij maakt al lang duidelijk dat de NAVO wat hem betreft niet hoeft en dreigde op een top al eens met opstappen.

Toch spreekt uit het verdrag ook een Duitse naïviteit die niet meer van deze tijd is. Frankrijk en Duitsland beloven zich sterk te maken voor een permanente zetel in de VN-Veiligheidsraad voor Duitsland. Op lange termijn moet dat dan een EU-zetel worden.

Behalve Duitsland heeft niemand het over zo’n Europese zetel. De EU is er nu niet rijp voor en er kunnen nu alleen landen lid zijn van de raad, geen instellingen.

Ook een Duitse zetel ligt niet voor het grijpen. Europa zou dan drie veto’s hebben in een raad waar China maar één stem heeft. Zelfs als je de raad zou uitbreiden met permanente zetels voor Azië en Afrika blijft dat probleem. Bovendien: zou Trump, kampioen Duitsland-bashing, dit steunen?

De V-raad is nu een afspiegeling van de wereld van 1945. Dat is op den duur inderdaad onhoudbaar. Maar met groeiende spanningen in de wereld is het niet slim om je nu juist hierin vast te bijten. Het is goed nabuurschap van Frankrijk dat het de Duitse droom ondersteunt.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.
    • Michel Kerres