Recensie

Volop hilariteit in puntgave nieuwe show Brigitte Kaandorp

Cabaret Na acht jaar is cabaretière Brigitte Kaandorp terug met een volwaardig programma. Vanaf het eerste moment laat ze de zaal gieren van de lach.

Brigitte Kaandorp: nieuwe show ‘Eh...’ Foto Mark Engelen
Brigitte Kaandorp: nieuwe show ‘Eh...’ Foto Mark Engelen

Het is alweer ruim zeven jaar geleden dat Brigitte Kaandorps vorige cabaretsolo in première ging. Tussendoor maakte ze een handjevol best-of-shows en gelegenheidsvoorstellingen en nam ze de nodige rust.

Dat Kaandorp nu weer terug is met een volwaardig cabaretprogramma, is goed nieuws. De titel van haar nieuwste voorstelling Eh… doet vermoeden dat de avond zoals vanouds rommelig zal verlopen, maar niets is minder waar. Kaandorp kondigde in interviews aan dat ze niet haar hele carrière kon volhouden dat ze het vak niet beheerst. Het is dan ook zeer verfrissend dat Kaandorp in Eh… geen moment doet alsof ze niet weet wat ze op het podium te zoeken heeft. Eh… is in de regie van Wimie Wilhelm een strak gecomponeerd programma geworden met puntgave conferences en stemmige liedjes.

Ouderdomstaboes

De setting is sober: Kaandorp speelt op een zo goed als leeg toneel. De aandacht gaat vooral uit naar Kaandorp als verteller, in knalrood kostuum, en naar pianist Bernd van den Bos, die haar vakkundig begeleidt. Kaandorp wijdt nog wel een korte conference aan de afwezigheid van haar decor (‘Ik had er een besteld bij AliExpress, maar dat is nooit aangekomen’), maar deze gimmick voelt eigenlijk als een overbodige verontschuldiging. Het eenvoudige toneelbeeld, met alleen wat lichteffecten hier en daar, past goed bij de inhoud van deze voorstelling, waarin Kaandorp zonder opsmuk vertelt over het ouder worden.

Kaandorp stelt het leven nooit mooier voor dan het is. Ze prikt daarmee burgerlijke ideaalbeelden door en maakt taboes bespreekbaar. In vorige voorstellingen stelde ze het ideaalbeeld van het gelukkige gezinnetje uit de Libelle ter discussie. Dit keer is het Kaandorps nuchtere kijk op lichamelijk ongemak en de ‘kan-mij-wat-schelen’-mentaliteit die de overgang met zich meebracht (‘Mijn eieren zijn toch al op’) die zeer bevrijdend werkt. Zo vertelt ze op komische wijze over de aankoop van huidkleurige heupslips.

Gieren van de lach

In haar ontspannen vertelde verhalen is nog wel alle ruimte voor de stunteligheid die ze als performer achter zich heeft gelaten, zoals in het grappige relaas over een bezoekje aan een deftig banket met Willem-Alexander en Máxima. Hoewel deze vertrouwde Kaandorp-humor weinig verrassingen biedt, toont Kaandorp zich in dit genre zeer bedreven. De ene hilarische conference is nog niet afgelopen of de volgende wordt alweer ingezet, en Kaandorp weet de zaal vanaf het eerste ogenblik te laten gieren van het lachen.

Ze bespreekt daarbij niet alleen haar eigen verouderingsproces, maar ook dat van haar hoogbejaarde ouders en volwassen kinderen. De conference over een bezoekje aan het tuincentrum vormt daarbij een hoogtepunt. Kaandorp kan als geen ander uitbeelden hoe ingewikkeld het is om je handen te wassen op een modern toilet. Ook vertelt ze op treffende wijze over haar kinderen, die al lang het huis uit zijn, maar voortdurend opbellen als ze in de problemen zitten („Ik kan hen heel goed loslaten, maar zij mij nog niet”).

Klopboor

De liedjes die Kaandorp tussendoor zingt, vallen wat tegen. De melodieën zijn mooi, maar de teksten weinig creatief. Zo zingt ze een wel erg behoudend en weinig grappig lied over haar verlangen naar een ‘echte man’: ‘Het klinkt dan misschien wel niet heel feministisch / Maar een man met een klopboor, dat is mijn vent.’ Nee, zo’n lied haalt het niet bij de Kaandorp-klassiekers over Andries Knevel en een zwaar leven. Gelukkig speelt Kaandorp die liedjes als toegift, op verzoek van het uitzinnige publiek.

    • Dick Zijp