De druk van het altijd maar leuk en ambitieus moeten zijn

Geluk en werk Geluk bereik je door authentiek, succesvol en productief te zijn, toch? Die opvatting gaat gepaard met extreem individualisme, schrijft Carl Cederström.

Foto Thomas Nondh Jansen

Wees jezelf. Doe wat je leuk vindt. Reik naar de top. Tijdschriften en zelfhulpboeken promoten de zoektocht naar het geluk. Op sociale media posten mensen hun successen.

En werk? Dat moet tegenwoordig ‘leuk’ zijn: geen verplichting maar dé weg naar zelfontplooiing.

Geweldig toch?

Niet echt, meent de Zweedse onderzoeker en filosoof Carl Cederström (38). In zijn boek Ons Geluksideaal waarschuwt hij tegen het extreme individualisme dat gepaard gaat met onze huidige opvatting over geluk. Wat ooit een jaren zestig ideaal was, maakt nu deel uit van een hedonistische consumentencultuur. „De heersende opvatting is: we zijn zelf verantwoordelijk voor ons geluk”, zegt Cederström, werkzaam aan de Stockholm Business School. Hij is in Amsterdam om zijn boek te promoten. „Dat klinkt vanzelfsprekend, maar dat idee is niet zo oud.” Zo was voor Aristoteles een gelukkig mens vooral een goed mens. De christenen in de Middeleeuwen geloofden niet dat het ideale geluk op aarde kon worden bereikt. „Pas met de Verlichting werd geluk iets waar je recht op had. Nu, in het rijke Westen, menen we het te kunnen bereiken door authentiek, succesvol en productief te zijn.”

Wie dat niet bereikt, is al snel een mislukkeling. Vooral millennials zijn daar de dupe van, meent Cederström. „Tijdens een college liet ik een cover van Time Magazine zien. Het hoofdartikel ging over ‘The Me Me Me Generation’ en toonde een meisje dat van zichzelf een selfie maakte. Ik stelde mijn studenten de vraag of ze zichzelf inderdaad zo zagen. Ik verwachtte verontwaardiging, maar tot mijn verbazing bevestigden ze dit beeld. Ze beschouwden zichzelf als narcisten, niet uit vrije keuze, maar uit noodzaak. De buitenwereld vraagt hen continu te bewijzen dat ze ambitieus en bijzonder zijn.”

Protest tegen paternalisme

Die nadruk op zelfontplooiing en individualisme stamt volgens Cederström van een geluksideaal dat populair werd tijdens de tegencultuur van de jaren zestig. „Het ontstond als protest tegen paternalistische instellingen en kapitalistische uitbuiting. Vrouwen wilden achter het aanrecht vandaan, jongeren droomden van een andere, sociaal rechtvaardige wereld. Dit viel samen met de komst van een artistieke beweging die ervoor pleitte ‘je ware zelf’ te ontdekken en te laten bloeien. Denk aan de droom van vrede en geluk die John Lennon en Yoko Ono via hun bed-ins uitdroegen.”

In zijn boek besteedt Cederström veel aandacht aan de opkomst van die artistieke en spirituele beweging. Zo beschrijft hij hoe in de jaren zestig in de VS allerlei trainingscentra ontstonden voor zelftransformatie, gebaseerd op de ideeën van de Oostenrijkse psychoanalyticus Wilhelm Reich. En hoe deze ideeën over seksuele bevrijding en authentieke zelfrealisatie – uitgedragen door schrijvers als Henry Miller en Aldous Huxley – werden overgenomen door tal van therapeutische centra. Cederström: „In de jaren zestig en zeventig bezochten honderdduizenden mensen uit de VS en daarbuiten dit soort centra, in de hoop hun ware zelf te ontdekken.”

Het oorspronkelijke geluksideaal leidt dus tot uitbuiting, meent Cederström

Voor de nieuwe generatie werd het steeds vanzelfsprekender om tijd en geld te willen besteden aan zelfontplooiing. Wat ooit een zoektocht was van schreeuwende hippies, werd langzaamaan omarmd door gewone, werkende Amerikaanse mannen en vrouwen. „Mensen associeerden Reichs ideeën niet meer met het verlangen naar revolutie. Het werd deel van de reguliere psychologie – en ingezet om persoonlijk geluk te vinden. Sterker nog, het werd een manier om een hoger salaris te krijgen of een betere ondernemer te worden. En bedrijfsleiders kwamen erachter dat het een manier was om werknemers met meer toewijding te laten werken. Gelukkig zijn op je werk werd een verplichting.”

Als voorbeeld noemt Cederström in zijn boek het online bedrijf Zappos (inmiddels overgenomen door Amazon), waar jonge werknemers werken op een kantoor dat lijkt op een speeltuin, ze worden gestimuleerd ‘zichzelf te zijn’ en ‘plezier te hebben’. Of de Britse fastfoodketen Pret A Manger, waar baliemedewerkers bij het begroeten van klanten op ‘authentieke wijze moeten glimlachen’. Cederström: „Kan je nagaan, het startsalaris bij dit bedrijf ligt net boven het Brits minimumloon. En dan moet zo iemand uitdragen dat hij authentiek gelukkig is.” Terloops noemt hij ook nog ‘Big Nev’, baas van een callcenter in Wales, te zien in de BBC-documentaire The Call Centre. „Deze man verplicht zijn medewerkers om iedere ochtend te zingen, want happy people sell, miserable people don’t. Wie niet meedoet, ligt eruit.”

Het lijken onschuldige voorbeelden, maar Cederström beschouwt ze als uitwassen van het huidige neoliberalisme. „Afgestudeerde jongeren moeten tegenwoordig blij zijn dat ze stage mogen lopen bij een hip bedrijf. Ze moeten accepteren dat ze urenlang zinloos werk doen zonder betaling.” Intussen brokkelt de grens tussen werk en privé steeds verder af. „Werk maakt deel uit van je persoonlijke vrijheid, dus ga je door. Werknemers beantwoorden nog steeds e-mails als de werkdag al voorbij is en werken weekends en vakanties door. Het gevolg: paniekaanvallen en burn-outs. We zijn niet meer in staat niets te doen en dat terwijl in Europa jarenlang is gestreden voor een 40-urige werkweek.”

Lees ook: Burn-out lijkt veel voor te komen, maar wat is het nu eigenlijk?

Lennon vs Trump

Het oorspronkelijke geluksideaal leidt dus tot uitbuiting, meent Cederström. De beat-generatie vond kantoorwerk geestdodend. Maar nu bedrijven de boodschap van vrijheid en geluk promoten op de werkvloer, kan er uit naam van die vrijheid grenzeloos veel worden gevraagd van werknemers. Om dit te illustreren, trekt Cederström in zijn boek een vergelijking tussen John Lennon en Donald Trump. Waar Lennon nog de dromerige kant van het oude geluksideaal symboliseerde door productief en authentiek te zijn, personifieert Trump nu de donkere schaduwzijden van dit sixties-ideaal. „Ook Trump wordt authentiek genoemd. Maar dat betekent dat het hem niets kan schelen wat mensen van hem vinden of zeggen. Hij presenteert zichzelf als iemand die kan doen wat hij wil, zonder zich te hoeven verontschuldigen. Net als Lennon streeft ook hij het recht op genot na, maar dan wel een recht waar alleen de machtigen aanspraak op kunnen maken. Zijn boodschap is: grab ’m by the pussy, en je kunt er nog mee wegkomen ook.”

In ieder geval moeten bedrijven stoppen met het vals promoten van ‘authenticiteit’

Wat dat betreft is onze huidige geluksopvatting een uitgesproken mannelijk ideaal. „Het is het idee van de selfmade man. Trump is ook de eerste die van het presidentschap een merk heeft gemaakt. Jongeren leren dat ze dit ook moeten doen. Het gaat om self-branding, om leren hoe je jezelf moet verkopen. Gaat dat goed, dan word je gelukkig.”

Zelf gelooft Cederström niet in zoiets als een ‘authentiek zelf.’ „Jezelf afpellen als een ui om zo bij een kern te komen? Ik denk het niet. De Franse dichter Arthur Rimbaud schreef het al: Je est un autre, ik is een ander. We worden beïnvloed door alles en iedereen om ons heen, dat vormt ons. Toch groeien mensen nu op met de boodschap: vind authenticiteit in jezelf. Doe je dat niet, dan heb je iets fout gedaan.”

Nieuw ideaal

Hoog tijd dus voor een nieuw geluksideaal. Maar wat zou dat moeten zijn? In zijn boek komt Cederström niet verder dan een feministisch geluksideaal te promoten, een ideaal „dat zowel het geluk als de kwetsbaarheid van andere mensen serieus neemt” en waarbij we „niet langer onder de indruk zijn van mannen die hun doelen nastreven ten koste van anderen”. Hij geeft toe dat het wat naiëf klinkt. „Ik moet dit nog verder uitdenken. Maar kijk naar de #MeToo-beweging. Het stemt hoopvol dat vrouwen zich massaal verenigen om mannen, die menen te kunnen doen wat ze willen, een halt toe te roepen.”

Lees ook: Je ware zelf? Dat bestaat niet

In ieder geval moeten bedrijven stoppen met het vals promoten van ‘authenticiteit’. „Niet dat werknemers niet zichzelf zouden mogen zijn, maar er moet beter gekeken worden naar de voorwaarden waaronder werk plaatsvindt. De huidige trend is: we doen meer werk met minder mensen. Na een ontslagronde wordt er even een motivational speaker ingevlogen die zegt: ‘We gaan het nu beter doen.’ Maar hoe kan dat als je maar met de helft van de werknemers bent? Je moet gewoon eerlijk zeggen: we zijn met minder, dat gaat meer tijd kosten. Ik pleit voor de waarheid. Stop met liegen.”

Carl Cederström. Ons geluksideaal, een nieuwe blik op een versleten idee. Ten Have, 18,50 euro.

    • Rosan Hollak