Abdelkader Benali loopt de burn-out eruit

42,195 km Schrijver Abdelkader Benali maakt zich op voor de marathon van Rotterdam. Hoe bereidt hij zich voor?

Illustratie Merel Corduwener

In mijn studententijd werd ik bezocht door een burn-out. Met nadruk schrijf ik bezocht, want een burn-out is niet iets waar je tegenaan loopt of wat je opzoekt. De burn-out komt wanneer je hem niet verwacht, als een muis die via een kier het huis binnensluipt.

Eenmaal bezocht door de burn-out liet ik alles uit mijn handen vallen. Ik studeerde niet meer, ik schreef niet meer, ik meed contacten. Alles was me te veel.

Is hardlopen een wondermiddel tegen een burn-out? Ik durf er mijn hand niet voor in het vuur te steken, maar zelf wist ik door te gaan hardlopen de burn-out achter me te laten. Nu er zoveel over burn-out te doen is, wil ik vertellen hoe dat in zijn werk ging.

Voor het wegnemen van de dieperliggende oorzaak van een burn-out is hardlopen niet genoeg, denk ik, daar is tijd, rust en zelfonderzoek voor nodig. Wat er wel gebeurde: hardlopen werd een alternatieve bezigheid in het hopeloze bestaan dat ik toen leidde. Het werd een weg eruit.

Ik herinner me het tijdstip waarop de burn-out toesloeg nog heel precies: elke ochtend rond een uur of vijf. Want met de burn-out was ook de slapeloosheid gekomen. Met open ogen lag ik naar het plafond te kijken.

Aan hardlopen deed ik toen al een paar jaar niet meer, het paste niet bij mijn studentenbestaan.

Het gevoel overwinnen

Wanneer je een burn-out hebt, raak je vermoeid van de dingen waar je juist niet van vermoeid zou moeten raken: je werk en je sociale contacten. Precies om dat gevoel te overwinnen ging ik weer hardlopen, ’s ochtends heel vroeg.

Het was dan nog doodstil op straat, tijdens mijn matineuze rondje over de Witte Singel, de markante buitenring van historisch Leiden, liep ik de zonsopgang tegemoet. Het was een loop van nog geen tien kilometer, die ik in een heel rustig tempo aflegde. Ik kon ook niet harder, daarvoor had ik te weinig conditie. Weer thuis viel ik onmiddellijk in slaap.

Beetje bij beetje werd het hardlopen een activiteit waarin ik me vrij voelde. Wie een burn-out heeft, voelt zich de hele tijd onderworpen aan een grote, bijna onmenselijke druk. Door hard te lopen liet ik die druk achter me.

Lees ook: Burn-out lijkt veel voor te komen, maar wat is het nu eigenlijk?

Het maakte ook niet uit hoe hard ik ging of hoe lang ik liep. Het zetten van een enkele stap deed me al goed: ik ervoer opnieuw de blijheid en opwinding die ik voelde toen ik als kind het hardlopen ontdekte. Een burn-out koppelt je los van de spontaniteit die in het leven besloten ligt. Door hard te lopen kreeg ik weer zin om dingen te doen.

Zo liep ik een jaar lang een paar ochtenden in de week over de Witte Singel. Ik ging beter slapen, ik begon me fitter te voelen.

En ik kreeg weer vertrouwen in mezelf. Ik begon ervan te dromen een marathon te lopen, als ultieme uitdaging. In 2005 liep ik in Budapest mijn eerste marathon. In een roes kwam ik over de finish.

Soms kan de burn-out ook iets positiefs opleveren. Als je er maar voor wilt rennen.

    • Abdelkader Benali