Betaalt de wind later uw pensioen?

Pensioengeld Pensioengeldbeheerder PGGM en olieconcern Shell staan vooraan om Eneco te kopen. Waarom?

Een medewerker van Eneco klimt in een windmolen van windpark Luchterduinen.
Een medewerker van Eneco klimt in een windmolen van windpark Luchterduinen. Foto Remko de Waal

Krijgt groene energie een oranje randje? De beoogde overname van Eneco, een energiebedrijf dat zich opwerpt als groene kampioen, door Shell en pensioengeldbeheerder PGGM zou zomaar een mijlpaal kunnen worden: de grootste investering van Nederlandse pensioenfondsen in een Nederlandse onderneming. Denk aan bedragen van een half miljard euro of meer.

Voor Shell is energie de kern van zijn voortbestaan, maar wat heeft een pensioengeldbelegger als PGGM in Eneco te zoeken?

Eneco (3.500 werknemers, 3,4 miljard euro omzet) in Rotterdam is groot in bijvoorbeeld windparken. De huidige eigenaren, 44 gemeenten, waarvan Rotterdam, Den Haag en Dordrecht de meeste aandelen hebben, willen Eneco afstoten. PGGM en Shell zijn de eerste partijen die zich publiekelijk melden. Zij verwoordden afgelopen week hun interesse in een open brief die overliep van bewondering en nederigheid. Ze „zijn onder de indruk” van de positie die Eneco heeft opgebouwd en van de „klantgerichte medewerkers” en de „dynamische en innovatieve cultuur”.

Om tegemoet te komen aan de angst onder Eneco-medewerkers dat zij bij verkoop worden uitgeleverd aan een snode opkoper die het bedrijf wil opknippen, hebben de gemeenten toegezegd de overname te toetsen op meer dan alleen financiële criteria. Ook de bedrijfsstrategie en de zelfstandigheid spelen een hoofdrol. Shell en PGGM zeggen beide te willen handhaven.

Verkoop van hun Eneco-aandelen levert de gemeenten een kapitaal bedrag op. De overnamewaarde zou wel 3 miljard euro bedragen. De gemeenten lopen na verkoop geen risico’s (energietransitie) meer en hoeven geen extra geld te investeren in de groei die Eneco ambieert.

Dat is precies andersom voor PGGM en Shell. Zij zijn ervaren investeerders.

Dat Shell in groene energie wil investeren, is logisch maar controversieel. Het concern schippert tussen zijn fossiele wortels die het niet wil loslaten én zijn duurzame ambities. Voor dat laatste heeft Shell een aparte divisie New Energies opgezet. Onder druk van zijn aandeelhouders heeft het concern eind vorig jaar al een cruciale ommezwaai gemaakt. Zo zal het de beloning van de top koppelen aan de voortgang in de klimaatdoelstellingen. PGGM onthield zich op de laatste aandeelhoudersvergaderingen overigens van stemming over de moties die Shell opriepen het beleid te wijzigen.

Lees ook: Hoe de actiegroep oliereus Shell bijstuurt

Drie keer raak

PGGM belegt het geld van pensioenfondsen. De grootste klant is het Pensioenfonds Zorg en Welzijn, dat de pensioenen voor 2,8 miljoen (oud)werknemers in de zorg regelt. Het zorg- en welzijnsfonds is na ABP (ambtenaren en leraren) het grootste Nederlandse pensioenfonds, met 207 miljard euro aan beleggingen per eind september 2018.

Hebben ABP en diens vermogensbeheerder APG ook belangstelling? Tien jaar geleden had APG zeker beleggingen op het oog in bedrijven in de infrastructuur en de energievoorziening, zoals Essent en Nuon. „Maar dan moet men ons wel rendement gunnen”, zei toenmalig topbelegger Roderick Munsters. Woordvoerders van het fonds en APG houden zich nu op de vlakte.

Na verkoop van Eneco hebben Rotterdam en Den Haag een volle kas

PGGM schiet met een geslaagde overname drie keer raak. Een investering in Eneco telt om te beginnen als een investering in duurzaamheid. Dat is precies wat het kabinet vraagt van professionele financiers. PGGM zat al aan een zijtafel toen het bedrijfsleven en de landbouw klimaatafspraken maakten.

Het zorgpensioenfonds zelf probeert zijn hele beleggingsportefeuille duurzamer te maken, met in 2020 minimaal 20 miljard euro beleggingen in bedrijven en projecten in waterbeheer, klimaatverandering en gezondheidszorg. Eneco past in deze portefeuille.

Tweede voordeel: Eneco telt ook als een investering in Nederland. Politici, werkgevers en vakbonden klagen al jaren dat de pensioenwereld zo weinig investeert op zijn thuismarkt. Pensioenfondsen staan huiverig tegenover deze pleidooien, omdat zij zelf willen beslissen over hun beleggingskeuzes.

Het merendeel van de 1.400 miljard euro aan beleggingen van pensioenfondsen zit in beursgenoteerde aandelen en obligaties. Maar ze steken ook rechtstreeks geld in grote ondernemingen. Eind 2017, het laatste jaar waarover gedetailleerde cijfers beschikbaar zijn, had het zorg- en welzijnfonds bijna 9 procent van zijn vermogen in Nederland belegd. Dat komt overeen met 17 miljard euro. Op dat bedrag is wel het nodige af te dingen. De bulk bestaat uit obligaties, waarvan 12,7 miljard euro aan staatsobligaties. De grootste belegging in een Nederlands bedrijf (exclusief de vastgoedsector) was Shell, met bijna 200 miljoen euro. De grootste belegging in een bedrijf buiten de beurs is LeasePlan in Almere. Dat aandelenpakket stond toen voor 100 à 150 miljoen euro in de boeken. LeasePlan had vorig jaar plannen voor een beursgang, maar trok die rap weer in na tegenvallende belangstelling bij grote beleggers.

Pas op voor de Russen

Het derde voordeel van een Nederlandse investering in Eneco heeft een geopolitiek aspect: de veiligheid van cruciale infrastructuur. Op de Haagse én Europese politieke agenda’s heeft dat de laatste jaren steeds hogere prioriteit. Nederland zal de gasproductie in Groningen tot nul terugbrengen. Dan moet de energiezekerheid, gezien de stijgende politieke spanningen, in handen zijn van een vertrouwde partij (lees: geen Chinezen of Russen).

De ambitieuze overnamepoging van Eneco illustreert dat de pensioenfondsen duurzame investeringen in Nederland willen doen, maar wel op eigen voorwaarden. Het voordeel van een investering in een grote onderneming als Eneco buiten de beurs is dat de pensioenbelegger zeggenschap heeft over het bedrijfsbeleid, maar het ondernemen kan overlaten aan de topmanagers. Anders gezegd: de Eneco-top zit bij de energietransitie met de politiek aan tafel, de aandeelhouders staan op afstand.

De pensioenfondsen zijn in die situatie als beleggers niet zo kwetsbaar voor druk van de politiek om – voor het ‘goede doel’ van klimaatpolitiek, investeringen in modern openbaar vervoer of woningbouw – genoegen te nemen met lagere opbrengsten dan het marktrendement.

Die politieke verlangens zijn nooit ver weg. Deze week sloten de gemeenten Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Amsterdam en het kabinet een akkoord over samenwerking bij aanleg van infrastructuur en woningbouw. Zij hebben voor een deel van de benodigde financiering een oogje op pensioengeld. Bij een overname van Eneco kunnen de onderlinge verhoudingen tussen de vier betrokken gemeenten en de rijksoverheid gespannen raken. Rotterdam (bijna 32 procent van de Eneco-aandelen) en Den Haag (bijna 17 procent) kunnen honderden miljoenen of meer incasseren bij verkoop van hun Eneco-bezit. Amsterdam en Utrecht niet. Maar Rotterdam en Den Haag kunnen na die verkoop niet meer schermen met een tekort aan eigen investeringsgeld en een beroep doen op de pensioenwereld.