Opinie

Wereldverbeteraars gaan vaak selectief te werk

Michel Krielaars

Ik was een avond in Groningen om in Sociëteit De Harmonie een lezing over de Russische literatuur te geven en stapte al op het NS-station de onvoltooid verleden tijd binnen. Nu hangt die sensatie ongetwijfeld samen met de provinciale sfeer in die stad, waar buitenlui hun inkopen doen en het studentenleven nog iets negentiende-eeuws heeft – op het duel en de daarbij behorende Schmisse na.

Over de Grote Markt lopend en luisterend naar het Groninger dialect op koopavond miste ik ineens de dichter Jean Pierre Rawie, die zo onderhand toch bij het beschermd stadsgezicht hoort. Ik hoopte dan ook dat hij naar mijn lezing zou komen, al was het maar omdat hij de Nederlandse Poesjkin is en grossiert in wetenswaardige faits divers uit de wereldgeschiedenis.

Ter voorbereiding op een mogelijke ontmoeting had ik zijn nieuwe bundel beschouwingen Verstrooid van de schoot gelezen. Die beschouwingen bevatten behalve vermakelijke en soms ontroerende terugblikken op zijn leven als dichtende domineeszoon in de noordelijke gewesten van ons land ook kritiek op de huidige wereld die, behalve in Groningen, steeds sneller verandert. Om je niet gek te laten maken door de huidige revolutionaire ontwikkelingen is het daarom interessant om je door iemand als Rawie, die losstaat van de hijgerige actualiteit van alledag, een spiegel voor te laten houden. Al was het maar om al die agressieve debatten te kunnen relativeren en te beseffen dat de geschiedenis zich steeds weer min of meer herhaalt en elke revolutie op den duur zijn eigen kinderen verslindt.

In zijn beschouwing ‘Koude Oorlog’ hekelt Rawie het onderwijs in ons land aan de hand van een interview dat hem werd afgenomen door twee studentes. Toen ze hem vroegen wat hij aan het lezen was, antwoordde hij dat hij zich zojuist verdiept had in The Zhivago Affair, waarin de pogingen van het Kremlin worden gereconstrueerd om de publicatie van Boris Pasternaks Dokter Zjivago tegen te houden. De studentes bleken nog nooit van die roman of die schrijver te hebben gehoord. Rawie nam het hen echter niet kwalijk, omdat algemene ontwikkeling tegenwoordig nu eenmaal schaars is. Maar toen ook de begrippen KGB en Koude Oorlog de studentes vreemd waren, werd het hem droef te moede.

Ook op het gebied van politieke correctheid zijn Rawies woorden het overdenken waard. Zo vindt hij het streven van een Britse universiteit om ‘door het kolonialisme besmette’ filosofen als Plato, Descartes en Kant in de ban te doen ten gunste van denkers uit de Derde Wereld gedram, dat hem aan de zuiveringsacties van Stalin doet denken. Terecht wijst hij je erop dat wereldverbeteraars vaak selectief te werk gaan. Als voorbeeld noemt hij de PvdA, die de Berlijnse Muur indertijd een ‘historische noodzakelijkheid’ noemde, maar de Jodenvervolging niet. Nu kun je dat afkeuren van de Jodenvervolging alleen maar toejuichen, maar het verdedigen van die Muur (uit solidariteit met de linkse DDR) toch echt niet.

Sommigen zullen Rawie onthecht noemen, wat hij niet is. Onthecht is wel de door hem opgevoerde paus Franciscus, die onlangs bekende al 25 jaar geen televisie meer te kijken en daardoor al die jaren geen voetbalwedstrijd had gezien. Nee, Rawie is een antirevolutionair met een heldere kijk op het publieke schouwtoneel. Jammer dat ik hem die avond in Sociëteit De Harmonie niet heb weergezien.