Opinie

    • Mirjam de Winter

Stappen

De ochtend na de Sweet Sixteen party van mijn jongste zoon, waar de jarige zelf natuurlijk niet mocht drinken, had ik ondanks mijn goede voornemens de eerste kater van het jaar al weer te pakken. Toen het feestvarken eenmaal in bed lag, hadden we met wat volwassen achterblijvers de stoelen aan de kant geschoven en gedanst op plaatjes (op de pick-up!) van The Police, Bryan Ferry, en Doe Maar. We (allemaal vrouwen) swingden als wilden, ik op de badslippers van mijn zoon. En we namen ons voor weer eens wat vaker te gaan dansen, desnoods op die mutsige 40-up dansfeesten in club Annabel. Toen ik de volgende ochtend met een hoofd vol watten mijn boodschappen deed op de markt kwam ik langs Museum Rotterdam waar vorig weekend de expositie Party People werd geopend, over 30 jaar uitgaan in Rotterdam. Bij de ingang stond een etalagepop met de outfit van Dj Bootsy Paul. Ja! Nostalgie! Bootsy Paul! Die gast die altijd met zijn lange bontjas door de stad rolschaatste! Ik wilde meer en dat had vast te maken met mijn stemming en ouderwetse hangover.

Via een koptelefoon met verschillende muziekstijlen werd ik langs drie decennia Rotterdams nachtleven geleid. De originele lichtbak met het iconische logo van Nighttown, een levensgrote projectie met dansende gabbers (hakkuh!), wanden vol foto’s van twee generaties party people, tientallen etalagepoppen met de favoriete stap-outfits van ‘bekende’ Rotterdammers, heel veel Now&Wow (partygoeroe Ted Langenbach is gastcurator), een documentaire over de Rotterdamse gabberscene (met de Energiehal als gabbertempel), om uiteindelijk te eindigen in een soort darkroom als eerbetoon aan de Rotterdamse nacht met op de muren al die illustere namen van Rotterdamse uitgaansgelegenheden uit heden en verleden. Van Parkzicht tot Dizzy, van Annabel tot BAR. En o ja, de Tudor Bar, ooit de ruigste discotheek van de stad waar je alleen ladderzat nog naartoe ging om je stapavond te eindigen. Ik weet er bijna niets meer van, behalve dat er achterin een soort vensterbank was waar openlijk cocaïne vanaf gesnoven werd. Of de Cita2000, waar de hoogbejaarde ‘Nico Cita’ plaatjes draaide en zijn veel jongere vriend Hennie achter de bar stond. En ach, de Full Moon, met die lange trap naar boven die eindigde bij een grote spiegelwand waar je op dat tijdstip maar beter niet in kon kijken. Dáár had ik graag foto’s of filmpjes van willen zien of anekdotes over willen horen. Maar ik moest het doen met mijn eigen, vage herinneringen, die (oké, ook dankzij de tentoonstelling) in flarden naar boven kwamen. Want de expositie geeft verder nauwelijks duiding, geen bijschriften en geen uitleg op de koptelefoon. Jammer.

Wel had ik het ineens te doen met mijn puberzoon, die nog twee jaar moet wachten voordat hij eens fatsoenlijk kan gaan stappen en het voorlopig moet doen met een ongure hangplek in het park en een stiekeme joint. Op zijn leeftijd danste ik (met mijn permanentje en superstrakke Levi’s) de hele nacht op het podium van Parkzicht en dronk bij zonsopgang nog een laatste biertje in De Drie Musketiers aan de ’s-Gravendijkwal. Het is jammer dat ik me er nog zo weinig van kan herinneren en dat ook een expositie als Party People mijn blinde vlek uiteindelijk niet weg kan nemen. Het zal de drank wel zijn geweest, toen en nu.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.

    • Mirjam de Winter