NRC checkt: ‘Ruim 46.000 kinderen kunnen niet meer thuis wonen’

Dat stelt de stichting Het Vergeten Kind deze week in een campagne.

De aanleiding

Sinds maandag loopt een campagne met een petitie om „onnodig leed” van uit huis geplaatste kinderen te voorkomen. Stichting Het Vergeten Kind stelt in persberichten en in media dat 46.000 kinderen in pleeggezinnen of instellingen wonen. „Kinderen bij wie het zo mis gaat dat ze niet meer thuis kunnen wonen.”

Waar is het op gebaseerd?

Directeur Margot Ende-Van den Broek van Het Vergeten Kind, een stichting die opkomt voor kwetsbare kinderen, vertelt aan de telefoon dat het cijfer van 46.000 is gebaseerd op tellingen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). „Het is goed dat het cijfer wordt gecheckt, want er zitten mitsen en maren aan en er wordt niet goed geteld binnen jeugdzorg.”

En, klopt het?

Er waren in 2017 volgens het CBS 46.185 kinderen tot 18 jaar en, in uitzonderingen, tot 23 jaar die op enig moment niet thuis sliepen. Ze maakten gebruik van ‘jeugdhulp met verblijf’ zoals dat in de statistieken wordt genoemd; ze overnachtten in crisisopvang of pleeggezin, in leefgroepen van kindertehuizen of in een gezinshuis, waarbij gastouders tegen betaling maximaal vijf tot zes kinderen opvangen. Kinderen in de maatschappelijke opvang zoals daklozencentra zijn niet meegeteld, evenmin als kinderen in azc’s.

Het aantal van ruim 46.000 is „redelijk stabiel”, stelt orthopedagoog Tom van Yperen van het Nederlands Jeugdinstituut, tevens bijzonder hoogleraar Monitoring en innovatie zorg voor jeugd bij de Rijksuniversiteit Groningen. Wel is het lastig vergelijken met vóór 2015, het jaar waarin de jeugdzorg van het Rijk werd overgeheveld naar de gemeenten. Het aantal uithuisplaatsingen is „relatief hoog” vergeleken met andere Europese landen. Van Yperen: „Dat heeft ook met culturele verschillen te maken. In andere landen is het wat gebruikelijker om te worden opgevangen door een oma of een tante als het thuis niet meer gaat. Dan komt het niet tot een formele uithuisplaatsing.”

Er lopen programma’s om het aantal uithuisplaatsingen te verminderen, onder meer door intensieve hulp aan gezinnen (soms wel zestien uur per week). Maar stoppen met uit huis plaatsen doe je niet zomaar, want voor je het weet speelt zich een fataal drama af. „De maatschappelijke druk om in te grijpen is groot”, zegt Van Yperen.

Toch woonden in 2017 niet alle 46.185 kinderen elders; ongeveer de helft van de kinderen doorloopt een „traject” dat niet langer dan drie tot zes maanden duurt, blijkt uit cijfers van het CBS over beëindigde trajecten in 2017. Bovendien logeerden ze tijdens zo’n traject slechts „enige tijd” ergens anders: van enkele dagen tot het complete traject, stelt Afke Donker, onderzoeker bij het Nederlands Jeugdinstituut. „Je kunt dus niet zeggen hoeveel kinderen vannacht niet thuis hebben geslapen.”

Stichting Het Vergeten Kind wil, los van de cijfers, vooral bereiken dat minder uit huis geplaatste kinderen steeds opnieuw moeten verhuizen. Hierover zijn geen harde cijfers bekend; wel noemt directeur Ende een steekproef van onderzoeker Peer van der Helm onder kinderen in gezinshuizen. Daaruit bleek dat deze kinderen gemiddeld 3,6 keer waren doorgeplaatst sinds de uithuisplaatsing. Uit een inventarisatie onder de jongerenraad van de eigen stichting blijkt dat 21 van de 25 kinderen na hun uithuisplaatsing waren doorverhuisd. „Vijf kinderen zijn meer dan tien keer doorgeplaatst”, zegt Ende. „Dat is heel kwalijk. Juist deze kinderen zijn vaak getraumatiseerd en hebben behoefte aan stabiliteit.” Een petitie tegen het stoppen van deze „carrousel” was woensdag na enkele dagen ruim 13.000 keer getekend.

Overigens hoeft doorplaatsen niet slecht te zijn, stelt jeugdzorgexpert Tom van Yperen. „Een meisje twintig keer doorplaatsen mag niet gebeuren. Ook iemand overplaatsen alleen omdat die moeilijk hanteerbaar is, moet je voorkomen. Maar als een kind kan worden overgeplaatst van een leefgroep naar een geschikt pleeggezin, of naar een eigen woning met begeleiding, dan is dat prima. Het hangt van de situatie af.”

Conclusie

In Nederland hebben in 2017 ruim 46.000 uit huis geplaatste kinderen korte of langere tijd elders geslapen. Dat betekent niet dat al deze kinderen het hele jaar elders verblijven. Dat zijn er minder. Omdat de kinderen niettemin deze ervaring hebben, beoordelen we de stelling als half waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt

    • Arjen Schreuder