‘Met pensioen? En dan, lanterfanten?’

In Amsterdam heerst steeds meer een monocultuur wat horeca en retail betreft. Maar ze zijn er nog: de leuke, gekke, bijzondere winkeltjes. In deze terug-van-weggeweeste rubriek passeren ze één voor één de revue. Ditmaal: een gastronomisch walhalla aan de Nieuwezijds Voorburgwal.

Andre Duijves (83), elke dag van de week aanwezig in zijn zaak Gastronomie Nostalgie: „De botervloot staat op één. Zeker om de dag komt er iemand die vraagt: ‘Heeft u hier ook botervlootjes?’”
Andre Duijves (83), elke dag van de week aanwezig in zijn zaak Gastronomie Nostalgie: „De botervloot staat op één. Zeker om de dag komt er iemand die vraagt: ‘Heeft u hier ook botervlootjes?’” Foto Roger Cremers

„Er is hier nog nooit wat gebroken”, zegt Andre Duijves (83), eigenaar van Gastronomie Nostalgie, het ‘bestekhuis’ dat alles heeft voor op tafel. En dat is bijzonder, want wie sinds 1984 voet heeft gezet door de piepende voordeur ziet smalle paden met uitpuilende kasten: vol karaffen, suikerpotjes, kandelaars, serviezen, servetringen en glaswerk.

Het is een heuse wirwar aan kristal en verzilverd tafelgoed. Toch zit Duijves niet hele dagen zilver te poetsen. Grinnikend: „Klanten zeggen ‘hoe is het mogelijk dat alles hier zo glimt’, maar als ik eenmaal heb gepoetst dan blijft het wonderbaarlijk genoeg een paar jaar goed.”

Duijves heeft elk item, van messenlegger – „die zijn weer in trek” – tot peper-en-zoutstel, zorgvuldig uitgekozen en voorzien van een handgeschreven prijskaartje. Zo kost een verzilverde opscheplepel van het Kurhaus Zandvoort 39 euro, „eigenlijk iets te duur”, maar dan krijgt de klant er wel een krantenartikel bij waarin het vergane badhotel wordt genoemd.

Geen goud

Een ijscoupe uit de jaren vijftig van Restaurant Artis, „voor de liefhebber”, kost 69 euro, een taartschaal van het Parijse Savoy hotel zo’n 190 euro: beide zijn verzilverd. „Aan kralen en goud begin ik niet, dan moet ik een portier bij de deur hebben en daar heb ik geen zin in.”

Het duurste stuk? Daar laat hij zich liever niet over uit, wel vertelt hij ooit een zeldzame ‘presse de canard’ – waarmee de beenderen van een eend worden ‘uitgeperst’ voor een culinair sausje – van het prestigieuze zilverhuis Christofle te hebben verkocht aan een Amerikaan, na de pers bijna tien jaar in de winkel te hebben gehad. „Als je er nu een op een veiling koopt, ben je zo’n 8.000 euro kwijt”, zegt Duijves fluisterend met zijn armen over elkaar geslagen. Een vintage horloge hangt losjes om zijn rechterpols.

Hij was een „vijftienjarig jongetje” toen hij kennismaakte met de horecawereld, als leerling-kok. Daarna ging het snel: van kelner bij Nederlands eerste sterrenrestaurant De Beukenhof in Oegstgeest (1957) tot ‘garçon’ in rokkostuum in Lausanne. „Alles werd daar aan tafel gemaakt, van kreeftcocktail tot aan crêpe suzette”, aldus Duijves. Achter in de winkel staat zo’n „voiture”, een houten wagen op wieltjes uit de dertiger jaren „waar de lamsrug mee aan tafel kan worden gesneden”. Het is een van de pronkstukken in zijn zaak; „dit vind je nergens meer.”

Zijn verzamelwoede begon halverwege de jaren zestig toen hij als kelner werkte bij restaurant d’Vijff Vlieghen in de Amsterdamse Spuistraat: „Omdat ik overdag vrij was kon dat. Al snel was ik besmet met het verzamelvirus en speurde ik kranten af op zoek naar advertenties van restaurant- en hotelveilingen.” Naast het verzamelen opende hij in 1974 zijn eerste eigen horecagelegenheid: koffie- en broodjeszaak ‘Haesje Claes’ – tegenwoordig een restaurant bekend om zijn gehaktbal met pepersaus, gevestigd pal aan de overkant van Gastronomie Nostalgie – tot hij de zaak begin jaren 90 overdeed aan zijn neef. Duijves woont zelf nog altijd boven het restaurant.

‘Voor mij is het een hobby’

Een stel komt binnen op deze winterse vrijdagmiddag en neust wat rond. Op de achtergrond klinkt Wim Sonneveld met Het Dorp op NPO radio 5. Duijves vervolgt: „Ik heb me de afgelopen dertig jaar vol op het bestekhuis gestort. Het is voor mij een soort hobby, verzamelen. Geld is niet zo belangrijk. Wat de mensen ermee doen moeten ze zelf maar weten. Vaak geldt: als er maar een naam op staat.”

Zo kopen veel klanten servies van de Holland-Amerikalijn. Ook gingen de cocktailshakers een tijd heel hard: „Dat is dan weer hip en dan pats, komen ze weer voor wijnkoelers.” Setjes worden veel verkocht, al is er moeilijk peil op te trekken. „Van de week had ik een stuk of vijf dames die allemaal theezeefjes kochten. Maar de botervloot staat op één. Zeker om de dag komt er iemand die vraagt: ‘Heeft u hier ook botervlootjes?’”

Met zijn paspoort, een pen en wat losse papieren in het borstzakje van zijn flanellen overhemd en een bril en een loep aan een koordje om zijn nek is ‘Duijfje’, zoals hij zichzelf noemt, niet moeilijk voor te stellen in een veilingbankje. „Ik ben vaak bij veilingen in Parijs geweest, daar vervangen veel vijfsterrenhotels zo nu en dan hun interieur, zoals Hôtel Ritz of Les Bains. Maar ook dichter bij huis gaat moois op de schop, zo was ik ooit bij de inboedelveiling van Hotel des Indes in Den Haag.”

Achter de toonbank hangt een vergeelde veilingadvertentie uit 1977, een reportage over zijn straat in Het Parool en een strip van Peter de Wit. Bijna onzichtbaar tussen de bestekdozen en kistjes oestervorken staat een computer. „Ik heb wel een website maar die is momenteel nul komma nul, maar met die computer kan ik wel mooi veilingen opzoeken en tegenwoordig koop ik ook wel eens online, ik heb er inmiddels een aardige kijk op.”

Een webshop behoort tot de toekomstplannen van de 83-jarige die zeven dagen per week de winkel bestiert, want aan stoppen denkt Duijves nog niet. „Met pensioen? En dan, lanterfanten? Ik vind dit veel mooier.”

Gastronomie Nostalgie, Nieuwezijds Voorburgwal 361, Amsterdam