Recensie

Zeer verontrustend boek over hoe Trump de overheid van binnenuit kapot maakt

Verenigde Staten Journalist Michael Lewis legt in zijn nieuwe boek overtuigend uit dat president Trump lak heeft aan de expertise van zijn federale ambtenaren. De huidige shutdown is dan ook niet zo vreemd. (●●●●●)

Tijdens de shutdown krijgen in het Witte Huis spelers van de Clemson Tigers hamburgers te eten
Tijdens de shutdown krijgen in het Witte Huis spelers van de Clemson Tigers hamburgers te eten Foto Joshua Roberts/REUTERS

Op de ochtend van 9 november 2016 zitten de topambtenaren van het Amerikaanse ministerie van Energie klaar voor de inkomende ploeg. Donald Trump heeft de presidentsverkiezingen gewonnen en op alle departementen verwachten ze dat zijn transitieteam zal komen om te horen hoe dat eigenlijk moet, regeren. Duizenden ambtenaren hebben memo’s, draaiboeken en presentaties gemaakt om uit te leggen wat het werk op hun ministerie, in hun dienst, bij hun afdeling behelst. ‘De Amerikaanse overheid zou weleens de meest gecompliceerde organisatie ter wereld kunnen zijn’, schrijft Michael Lewis in The Fifth Risk.

Maar op 9 november meldt zich geen enkele medewerker van Trump bij Energie. De dag erop ook niet. Twee weken na de verkiezingen lezen de ambtenaren in de krant dat Trump een ‘landing team’ in het leven heeft geroepen. Een maand na de verkiezingen arriveert Thomas Pyle, voorzitter van een lobbyorganisatie die onder meer wordt gefinancierd door oliebedrijf ExxonMobil. Hij heeft pen noch papier bij zich, stelt geen vragen en blijft een uurtje. Uiteindelijk zal hij 74 vragen opsturen, waarvan twee over welke Energie-ambtenaren bijeenkomsten hebben bijgewoond van werkgroepen voor de maatschappelijke kosten van fossiele brandstoffen en voor klimaatverandering. ‘Dat riekte naar mccarthyisme’, zei de staatssecretaris later tegen Lewis.

Op andere departementen was de ervaring niet anders. Op Landbouw moeten ze tot een maand na de verkiezingen wachten. Eerst kwam één man opdagen, vlak voor de inauguratie van Trump waren het er vier. Zij moesten zich het werk van zo’n 100.000 ambtenaren eigen maken.

Het is pas na de inauguratie van Trump dat zijn medewerkers zich melden bij het NOAA, het federale agentschap waar onder meer de Nationale Weerservice onder valt. Het duurt tot maart eer de regering een oud-ambtenaar van president Bush inhuurt om te helpen snappen wat dat NOAA eigenlijk is, dat ruim 60 procent van het budget van het ministerie van Economische Zaken opsoupeert. De Bush-ambtenaar vraagt de nieuwe minister wat hij eigenlijk van plan is met het ministerie. ‘Hoe bedoel je’, vraagt de minister. ‘Nou, het is niet echt een ministerie van Economische Zaken. De missie van het departement is wetenschap en technologie.’ ‘Tsja, ik denk niet dat ik me daarop wil concentreren’, zegt de minister.

Onnozelheid als keuze

Dat de medewerkers van Trump zich niet of nauwelijks lieten inwerken door de zittende ambtenaren, was wel bekend. Stenograaf Beck Dorey-Stein schreef in juli 2018, in een opiniestuk voor The New York Times, dat Trumps medewerkers elke uitnodiging van Obama’s overdrachtsteam hadden afgeslagen en dat ze dus niet eens wisten hoe ze de lichten in het Witte Huis moesten aanhouden.

Lees ook de recensie van Fear, het boek van onderzoeksjournalist Bob Woodward: Een Dagobert Duck in het Witte Huis

Die onnozelheid was geen toeval, geen verzuim, het was een keuze, en over die keuze gaat The Fifth Risk. Het boek is geschreven door financieel journalist Michael Lewis, die bekend werd door boeken als Moneyball en The Big Short, allebei met succes verfilmd.

Trump liet zich met tegenzin overtuigen dat het opzetten van een transitieteam wettelijk verplicht was, schrijft Lewis. (‘Fuck the law’), zei hij eerst.) En toen nog vond hij het maar onzin. ‘Chris, jij en ik zijn zo slim dat we gewoon twee uurtjes eerder weg kunnen gaan van het overwinningsfeest en die transitie zelf eventjes in elkaar zetten’, zei hij tegen het hoofd van zijn transitieteam. ‘Deze gozer weet van niets’, zou vertrouweling Steve Bannon later over Trump zeggen. ‘En het maakt hem geen reet uit.’

Het is het kernbegrip in Lewis’ boek: willful ignorance, moedwillige onwetendheid. ‘Onwetendheid heeft een voordeel en kennis heeft een nadeel’, schrijft Lewis. ‘Kennis maakt het leven onoverzichtelijker. Het maakt het iets lastiger voor iemand die de wereld wil inkrimpen tot zijn kijk op de wereld.’

160 kernbommen

Wat The Fifth Risk gunstig onderscheidt van andere goede journalistieke boeken over de twee jaar dat de regering-Trump nu het land bestiert, is dat Lewis zijn oor niet te luisteren heeft gelegd in het Witte Huis alleen. Hij heeft drie departementen uitgekozen waar op schijnbaar kleurloze afdelingen door bij nader inzien fascinerende, dienstbare en intelligente ambtenaren essentiële overheidstaken worden uitgevoerd. Taken die zo ingewikkeld en kostbaar zijn dat een commercieel bedrijf ze met geen tang zou willen aanraken.

Het onderhouden van de nutsvoorzieningen, het bijhouden van de taken van de overheid – het kan eenvoudiger kapot dan je denkt.

Lewis begint op het ministerie van Energie, waar bijvoorbeeld 2 miljard dollar van het budget wordt besteed aan de opsporing van plutonium en uranium die geschikt zijn voor het vervaardigen van kernwapens. Tussen 2010 en 2018 speurden ambtenaren van dit departement over de hele wereld genoeg van deze stoffen op om 160 kernbommen te fabriceren.

Als Lewis aan John MacWilliams, chief risk officer op Energie, vraagt wat de belangrijkste vijf risico’s zijn op het gebied dat het ministerie bestrijkt, noemt deze dan ook als eerste kernwapens die zoek raken of worden gestolen. Hij noemt Iran en Noord-Korea als wapenproducenten. Hij noemt de kwetsbaarheid van het elektriciteitsnet. En als vijfde risico noemt hij ‘project-management’.

Daarmee geeft hij Lewis niet alleen de titel van zijn boek, maar vooral de lijn van zijn onderzoek. Het onderhouden van de nutsvoorzieningen, het bijhouden van de taken van de overheid – het kan eenvoudiger kapot dan je denkt. De overheid hoeft alleen maar te besluiten iets niet te doen. De voorbeelden daarvan – voorbeelden die al bezig zijn werkelijkheid te worden – maakt The Fifth Risk tot een veel verontrustender boek dan bijvoorbeeld Fear van Bob Woodward (over hoe ministers en medewerkers Trump maar ternauwernood van stupiditeiten kunnen weerhouden) of The Devil’s Bargain van Joshua Green (over de giftige invloed van Steve Bannon en ultra-rechts op deze president).

Ophoepelen

Lewis schetst overtuigend het belang van bepaalde overheidstaken en laat vervolgens zien hoe die worden bedreigd door ‘willfull ignorance’.

Een fors deel van de Amerikaanse bevolking is zo wantrouwig ten aanzien van de federale overheid dat lokale burgemeesters vragen of de ambtenaren niet willen zeggen dat subsidie van de overheid komt. En dan is er de president die de overheid haar wetenschappelijke missie afneemt (‘Ik vertrouw meer op mijn onderbuikgevoel’, zegt hij regelmatig) en meteen banen en afdelingen is gaan schrappen op de ministeries die Lewis bekeek. ‘Nadat Trump aantrad’, schrijft hij, ‘verdwenen de data bij de federale overheid van de radar’.

Links naar data over klimaatverandering. Inspectierapporten over bedrijven die zich schuldig hadden gemaakt aan dierenmishandeling. Publieke rapporten over klachten van burgers tegen financiële instellingen. Driekwart van de gegevens uit de jaarverslagen van de FBI. Trump zei dat hij zich wilde concentreren op gewelddadige misdaad, en tegelijkertijd verwijderde hij het meest krachtige instrument om dit te begrijpen. Het is allemaal weggehaald.

Lees ook: Anoniem ‘verzet’ zegt Trump van binnenuit te saboteren

De databaas van Obama kon nog zoveel memo’s schrijven dat het genereren, openbaar maken en gebruiken van deze data zichzelf duizendvoudig terugbetaalde, het maakte de Trump-ambtenaren niet uit. ‘Ik denk niet dat iemand die memo’s gelezen heeft’, zucht de databaas. ‘If we don’t have data, we’re screwed.’

Achter het verwijderen van data zag hij meestal een commercieel motief. Trump benoemde lobbyisten en zakenlui op hoge posten. Daar gingen ze de belangen van kolenbedrijven, kippenslachterijen, frisdrankfabrikanten dienen. Op hun nieuwe posten kunnen zij kleine maar veelbetekenende dingen veranderen. Lewis vraagt een hoge Landbouwambtenaar om een voorbeeld. ‘Ze kunnen de snelheid van de lopende band verhogen’, antwoordt ze. Landbouw heeft de snelheid voor de slachterijen vastgesteld op 140 vogels per minuut. Dat biedt de inspectie enige kans op het onderzoeken van gevogelte op ziektes. Een lobbyorganisatie met de fantastische naam Nationale Kippen Raad heeft in 2017 een petitie ingediend voor het ophogen van de snelheid naar 175 vogels per minuut.

Prozaïsche naam

Als hoofd van de National Oceanic and Atmospheric Administration stelde Trump Barry Myers aan. Opnieuw een prozaïsche naam waarachter een essentiële taak schuilgaat. Onder dit agentschap valt de Nationale Weerservice, een netwerk van weerstations over het hele land dat door zijn verzamelen en analyseren van data spectaculair beter is geworden in het voorspellen van het weer. Dat is van groot belang voor boeren, maar in het geval van bijvoorbeeld tornadowaarschuwingen voor álle burgers.

Myers was voor zijn benoeming eigenaar en topman bij AccuWeather, een commercieel weersvoorspellingbedrijf. Myers had zijn hele loopbaan geprocedeerd tegen de Nationale Weerservice, omdat die gratis gegevens publiek maakte, waar hij met zijn bedrijf betaalde producten van wilde maken. Hij wilde niet dat de overheid burgers zou waarschuwen voor tornado’s, hij wilde dat burgers zich tegen betaling zouden abonneren op een tornado-alarm van zijn bedrijf.

Met een mengeling van vrolijk optimisme (over de hartstocht waarmee ambtenaren de publieke zaak dienen) en angstige voorgevoelens (over de nieuwkomers die vooral uit zijn op geld) beschrijft Lewis de overheidsdienaren en hun afdelingen. Als het een Nederlands boek was, zou je zeggen: geschreven door Gerard van Westerloo. Zo precies doorgevraagd, zo fijn afgesteld op de mensen die hem (en dus ons) het verhaal vertellen. Hij kan even weloverwogen stilstaan bij een natuurwandeling van een enkele hoofdpersoon, als bij de wonderlijke verhouding tussen de Amerikaanse overheid en haar burgers. ‘Een boek daarover zou op zijn minst een hoofdstuk moeten besteden aan de pogingen van de overheid om burgers te behoeden voor de dingen die hen kunnen doden.’

Een voormalige topambtenaar van de afdeling Plattelandsontwikkeling vertelt Lewis dat Republikeinse bestuurders in vrijwel alle zuidelijke staten steevast tegen haar zeiden: ‘Wij haten de overheid en jij kunt ophoepelen.’ Tot die ambtenaar hun uitlegde dat zij 1 miljard dollar per jaar in die staten stak. ‘Onze afdeling is de enige reden dat jouw rottige staatje nog overeind staat.’ Zonder het ministerie van Landbouw, geen drinkwater in Alaska.

Wie deze weken ziet hoe koppig president Trump de gedeeltelijke shutdown van de overheid rechtvaardigt, ontkomt na lezing van The Fifth Risk niet aan de gedachte dat het hem domweg niet uitmaakt of de overheid haar publieke taken vervult.

    • Bas Blokker