In de rij voor een gekapte boom

Stadsbomen Stichting Stadshout verwerkt gekapte bomen uit Amsterdam. De gemeente onderzoekt mogelijkheden om méér gerooide bomen uit de stad te benutten.

De werkplaats van Stichting Stadshout in het Amstelpark. Bomen uit Amsterdam die worden gekapt belanden niet langer in de versnipperaar maar worden hergebruikt.
De werkplaats van Stichting Stadshout in het Amstelpark. Bomen uit Amsterdam die worden gekapt belanden niet langer in de versnipperaar maar worden hergebruikt. Foto Olivier Middendorp

Een snijplank van een monumentale boom uit het Vondelpark, een krukje van een Prinsengrachtboom of een onderzetter uit de Ceintuurbaan: de winkel van Stichting Stadshout in de Tweede Jan van der Heijdenstraat staat vol met producten van hout van gekapte bomen uit Amsterdam. Tegen de wanden prijken grote planken met daarop bijvoorbeeld ‘Linde Bijlmer 2015’, ‘Iep Beethovenstraat’ of ‘Trompetboom Frederiksplein’.

„Bij ons verliest het hout zijn anonimiteit”, zegt Marijke Hogers (56), die de stichting in 2008 samen met haar vriend Crisow von Schulz (52) opzette. „Van ieder plankje weten we precies waar het vandaan komt. Tot het huisnummer van de straat aan toe.” Ze pakt een broodplank met een sticker ‘Vondelpark’ erop. „Dit is gemaakt van een populier van zeker honderdvijftig jaar oud. Zes jaar geleden werd hij gekapt.”

Sinds 2008 krijgt Stichting Stadshout boomstammen die door de gemeente worden gekapt, voornamelijk uit Amsterdam-Zuid. Hogers en Von Schulz runden eerder een meubelmakerij in de Tweede Jan van der Heijdenstraat en kwamen op het idee toen er een boom uit de binnentuin er tegenover werd gekapt. „Die lag in delen op straat”, vertelt Hogers. „De buurvrouw kwam vragen of wij daar misschien interesse in hadden. We hebben een mobiele houtzagerij laten komen en hebben de planken binnen gezet.”

Foto Olivier Middendorp

De hoeveelheid hout die van één boom komt, is gigantisch, volgens Hogers. „Van die boom kwam 2,5 kubieke meter hout, zo veel gebruikt een meubelmaker gemiddeld per jaar. We konden er amper langs. Het was een soort lijk in de werkplaats. Vanaf dat moment ging ik erop letten en hoorde ik opeens overal in de stad kettingzagen. Uit navraag bij de gemeente bleek dat veel boomstammen in de versnipperaar terechtkwamen. Zonde, vonden wij.”

Fantastisch idee

Hogers en Von Schulz kwamen in contact met een wethouder van stadsdeel Zuid die het een fantastisch idee vond om het hout te gaan benutten. Ze kregen een plek toegewezen op de gemeentewerf in het Amstelpark, waar ze nog steeds hun houtzagerij hebben.

Veel boomstammen kwamen in de versnipperaar terecht. Zonde

Op het rommelige terrein staan containers en rijden gemeentemedewerkers in oranje hesjes in heftrucks rond. Von Schulz – sjekkie in zijn mondhoek – stapt in een rode shovel, rijdt er in een rap tempo mee weg, wipt een boomstam van de stapel stammen in de hoek van het terrein en legt hem klaar bij de grote zaag die helemaal achterin de hoek staat.

„Wat een prachtig hout is dit”, roept Hogers tegen de vrijwilliger die de zaag bedient. Ze wijst naar een zojuist gezaagde stam. „Die vlammen!” Een typische, zure geur van vers gezaagd hout heeft zich over de plek verspreid. Het is een esdoorn, denkt de vrijwilliger. Elke boomsoort ruikt anders, weet Hogers. „Iep ruikt naar stront.”

Stadshout levert gezaagd hout aan lokale bouwers: de stichting verkoopt halffabricaten aan architecten, ontwerpers en ondernemers. Een van de ondernemers die hout opkoopt bij Stichting Stadshout is Hout van je stad, een bedrijfje dat onder andere snijplanken maakt van lokaal hout, de zogeheten ‘Stadsplank’. Stichting Stadshout laat zich daarnaast inhuren voor projecten. Onlangs verzorgde de stichting de binnenbetimmering in het Comenius Lyceum, een vogelkijkwand in de Volgermeerpolder bij Broek in Waterland en – iets langer geleden – de muziekkapel in het Amstelpark. Maar zelf maken ze ook producten: snijplanken en vogelhuisjes zoals die te koop zijn in de winkel in De Pijp, maar ook moestuinbakken en bankjes voor in het park. Er werken tientallen vrijwilligers bij de stichting: mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, stagiairs van het meubileringscollege of bijvoorbeeld een advocaat die het lekker vindt om af en toe met zijn handen te werken.

Voorbeeld van circulariteit

De gemeente ziet Stadshout als een voorbeeld op het gebied van circulariteit in de stad. Om die een boost te geven, krijgt de stichting de komende drie jaar 8.000 kubieke meter hout én het eerste selectierecht op de kaplijsten van bomen uit de hele stad. Vorig voorjaar werd hiertoe een zogeheten schenkingsakte getekend.

„Door de schenkingsakte willen we ervoor zorgen dat méér Amsterdams hout wordt hergebruikt”, zegt Ronald van den Brink, contractmanager Inkoop Bomen van de gemeente. „Tot voor kort verviel het vrijgekomen hout aan de aannemer die de boom kapte en was Stichting Stadshout afhankelijk van de bereidwilligheid van de individuele aannemers. De aannemer kon er ook voor kiezen om de boom te laten versnipperen, aan een houthandelaar te verkopen, of als biomassa aan een energiecentrale te leveren. Nu hebben we op papier vastgelegd dat Stichting Stadshout de komende jaren het eerste selectierecht heeft.”

Ondertussen bekijkt de gemeente mogelijkheden voor een centrale houtopslagplaats waar alle gekapte bomen van de stad heen worden gebracht. „Dat zou ons beter zicht geven op de zaak”, zegt Van den Brink. De gemeente laat op dit moment onderzoeken wat de potentie is van de hele keten en welke afzetmarkten er zijn voor het hout. Van de miljoen bomen die Amsterdam telt, worden elk jaar zo’n 3.000 straatbomen gekapt. Daarvan is ongeveer 30 procent geschikt als zaaghout.

Voordat de schenkingsakte aan Stichting Stadshout afloopt, wil de gemeente beslissen of er een centrale houtbank moet komen en zo ja, met welke partijen ze in zee gaan voor de uitvoering daarvan.

Hogers en Von Schulz zijn „ontzettend blij en dankbaar” met de schenkingsakte, maar volgens de twee zijn er wel wat rare dingen aan de hand. Zo heeft de stichting nog maar weinig boomstammen binnengekregen sinds de akte is ingegaan. Hogers denkt dat dit komt omdat veel aannemers nog niet weten dat zij nu de bomen naar Stadshout moeten brengen. Ook vragen Hogers en Von Schulz zich af welke rol zij in de toekomst krijgen. Hogers: „Als we ernaar vragen, wordt eromheen gedraaid. Wij hebben met Stichting Stadshout een hele nieuwe markt geopend en hebben jarenlang kennis en ervaring opgebouwd. Bij het opzetten van een centrale houtopslag zouden wij graag het voortouw nemen, we snappen niet waarom de gemeente het ons niet gewoon laat doen. Sinds de wethouder met wie wij goed contact hadden niet meer bij de gemeente werkt, kan niemand ons duidelijkheid verschaffen.”

Stadshout levert gezaagd hout aan architecten, ontwerpers en ondernemers.

Foto Olivier Middendorp

Gelijke kansen

De gemeente geeft in een reactie aan dat ze niet kan beslissen welke rol Stichting Stadshout krijgt zolang het onderzoek loopt. Van den Brink: „Stichting Stadshout is één marktpartij en zoals bij alle aanbestedingen moet de gemeente met alle partijen in gesprek gaan die zich inschrijven. Er zijn ook anderen die van alles met het hout willen doen, je hebt Hout van Hein, Stadsplank, kunstenaars en bouwbedrijven. Op de lange termijn willen wij dat meerdere partijen beter toegang hebben tot het vrijgekomen hout via een centrale houtbank. Uit het onderzoek moet blijken wat de ideale vorm is.”

Dat Stadshout nog maar weinig bomen heeft gekregen, bevestigt Van den Brink. „Een eerste lichting is al binnengebracht en meer volgt later in het kapseizoen. De bomen worden in bepaalde periodes gekapt. Ook heeft het tijd nodig voordat alle aannemers weten dat de stammen nu naar Stadshout moeten.”

Hogers en Von Schulz hebben het gevoel dat de gemeente hen de hete kastanjes uit het vuur laat halen door hen geen zekerheden voor de toekomst te bieden. Een centrale houtopslag juichen ze in principe toe. Hogers: „Wij hebben het idee zelf ooit ingediend bij de gemeente. Op die manier blijven de bomen in de stad en doet niet elke aannemer er zijn eigen ding mee.”

In de werkplaats neemt Von Schulz plaats achter een tafel naast een kachel. In de ruimte staat een houten bruggetje dat zojuist in elkaar is getimmerd. Volgens Von Schulz kan er nog veel meer gedaan worden met het Amsterdamse hout dan er nu gebeurt. „Als het hout uit de eigen stad optimaal zou worden benut, kan de import met 16 tot 20 procent worden gereduceerd.”

Foto Olivier Middendorp

Er is nog een reden dat Stadshout hoopt op een centrale opslag: de stichting wil graag groeien, professionaliseren en meer werknemers in dienst nemen. Maar op de huidige werkplaats in het Amstelpark is de ruimte te beperkt om te groeien. Er is zelfs te weinig plek om de beloofde 8.000 kuub hout te verwerken. Om die reden hebben Von Schulz en Hogers een opslagplaats gehuurd bij Ouderkerk aan de Amstel.

Nu is het alleen nog wachten op de beloofde levering. Von Schulz wijst naar buiten, naar de boomstammen aan de rand van het terrein. „Dat is het laatste restje dat we nog geleverd hebben gekregen. We hadden al zo veel verder kunnen zijn. Veel Amsterdammers denken dat we volledige medewerking van de gemeente krijgen, maar dat is niet zo.”

    • Kirsten Dorrestijn