Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Het begin van het einde van Rutte III

Zoals dat gaat: de opwinding over een opmerkelijk interview duurt zelden nog langer dan drie dagen. Eerst een eruptie van aandacht. Dan de talrijke reacties, een nadere toelichting – meestal een afzwakking. Het rituele Kamerdebatje. Daarna de stilte die invalt: politici die zwijgen, media wier honger is gestild, de opwinding die achteraf overdreven aanvoelt.

Zo ging het ook met het vraaggesprek dat Klaas Dijkhoff, de VVD-fractievoorzitter, vorige week aan De Telegraaf gaf. Hij nam iets te handig afstand van het concept-Klimaatakkoord. Want wie op voorhand niet alle zeshonderd voorstellen overneemt, zoals hij zei, kan er later nog steeds héél veel accepteren. Maar ook noemde hij coalitiepartners D66 en CU „drammers” en zinspeelde hij op een coalitiebreuk over het definitieve Klimaatakkoord, dat in april moet worden gesloten. Vooral die uitspraken zeuren na.

Want hoewel het alweer dagen stil is over dat interview, merk je in de coalitie nu pas dat de schade voor het kabinet gevaarlijk groot is. Rutte mag denken dat het land een teer vaasje is. Ik weet iets dat veel teerder is: zijn derde kabinet.

Bekend was al dat de coalitie maandag, in het wekelijkse overleg, uitvoerig bij het interview stilstond. Daar kwam dinsdag het opmerkelijke moment bij – ik zag dit nooit eerder – dat twee fractievoorzitters uit de coalitie, Buma (CDA) en Segers (CU), tijdens het Vragenuurtje de premier onverwacht confronteerden met verzoeken om opheldering die zij, begreep ik, maandag binnenskamers al deden.

Je zag aan zijn lichaamstaal dat Rutte het buitengewoon ongemakkelijk vond.

Eerst dwong Buma de premier openlijk te beamen dat Dijkhoffs inhoudelijke bezwaren tegen het concept-Klimaatakkoord „binnen” de afspraken van de coalitie vallen. Ofwel: die bezwaren stellen niks voor. Daarna dwong Segers de premier openlijk te beamen dat de andere coalitiepartners, net als Dijkhoff, in de klimaatdiscussie aan de kant van de burger staan. Ofwel: die uitspraak stelt ook niks voor.

Daarna hoorde je in de coalitie: nu de grootste regeringspartij zonder goede inhoudelijke redenen blijkt te kunnen zinspelen op een coalitiebreuk, zal de vertrouwensvraag telkens terugkeren. Voortaan zitten we allemaal met een val van het kabinet in ons hoofd als het even moeilijk is. Nu gaan we, als coalitie, elkaar telkens beloeren als we een dossier met electorale risico’s voor ons hebben.

Dus het kan zo zijn dat we even niemand meer horen over Dijkhoffs Telegraaf-interview. Maar het effect van dat interview is er volgens coalitiepartners niet minder om. Dit is, vrezen zij, een kantelpunt: het begin van het einde.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.

    • Tom-Jan Meeus