Recensie

Recensie

Eindelijk, bij Audi mag nu ook gedroomd worden

Autotest De nieuwe Audi A1 is een keurig strakgetrokken Polo- en Ibiza-derivaat met viptoeslag, vindt .

Audi A1 bij Muntstad Audi Utrecht, de Meern.
Audi A1 bij Muntstad Audi Utrecht, de Meern. Foto Merlijn Doomernik

Op het podium van Theater Amsterdam interviewt Humberto Tan Bram Schot voor een publiek van 800 slechtzittende verkopersjasjes, Audi-bobo’s en een snuf journaille. Schot is de nieuwe, Nederlandse CEO van Audi, die naar zijn land van herkomst is gevlogen voor de presentatie van de Audi E-tron. Het gewicht van zijn aanwezigheid is gewenst, want die stekker-SUV moet het als de bliksem maken. Anders gaan de luitjes voor de minstens 84 mille die Audi vraagt nog fanatieker Tesla’s kopen en dat kunnen we er echt niet bij hebben.

Tesla was een wake-upcall, zegt Schot met recht al zijn Europese concullega’s na. Tan vraagt Schot wat hij met dat merk van plan is. Wel, hij heeft zijn mensen uitgelegd dat ze hun dag efficiënter kunnen indelen. Dan houden ze tijd over om te dromen. Daar zegt hij wat, Audi kan wel wat fantasie gebruiken. In de stootvastheid van de slogan Vorsprung durch Technik was de laatste jaren wat de slijt gekomen. Nu heeft de E-tron in plaats van buitenspiegels camera’s die hun beelden projecteren op displays in de deuren. Als dat geen stappen zijn! Dat avontuur willen ze vaker zien in Ingolstadt, opdat straks alle grote jongens op een Audi aanslaan zoals Tan op deze. Natte droom, piept hij iets te opgewonden naar de schuchtere designer die de auto in vertederend Duits-Engels uitlegt. Dat is natuurlijk ook omdat hij zelf een E-tron in bestelling heeft en door Audi wordt geacht betaald hoera te roepen, maar hij configureert bekwaam het nagestreefde wow-effect; een auto die de mannen opwindt.

Het moet. Audi maakt goede tot zeer goede auto’s. Maar óf ze staan zoals de feodaal pompeuze topmodellen haaks op de tijd, óf ze zien er niet uit, óf ze zijn zoals de nieuwe A1 Sportback onbetaalbare variaties op bestaande auto’s die je bij de concerngenoten Volkswagen en Seat voor veel minder koopt. Blitse touchscreen- en veiligheidstechnologie maskeert een fundamenteel anachronistische grondhouding over de plaats van de auto in de samenleving. Die gepantserde Audi-grilles ijken de inzet: indruk maken.

Het kwartje viel tijdens een vlucht naar Zwitserland. Ik vloog naar Zürich met Easyjet. Dat kan tegenwoordig praktisch gratis. Maar 37 euro kostte mijn bijdrage aan de vergiftiging van de atmosfeer waarvoor de brave Nederlandse automobilist fiscaal mag bloeden. Het was een heerlijke reis. Voor het koffiebocht dat je bij KLM niet eens met slachtoffervergoeding opdrinkt, vraagt Easyjet verstandig narigheidstoeslag, maar je vliegt net zo plezierig en de stewardessen glimlachen even hemels in hetzelfde vliegtuig van hetzelfde bouwjaar.

Te grote voet

Kort door de bocht ligt hier het bestaansprobleem van kleine Audi’s. Binnen het VW-concern moeten ze als KLM uitsteken boven de Seat Ibiza Ryanair en de VW Polo Easyjet. Een Audi, hoe klein ook, moet een exclusieve propositie zijn. Daar is iets aan te doen. Een eigen stijl, een eigen vorm, eigen techniek, hogere prijzen. Maar deze keer mocht Operatie Upgrade niet de wereld kosten. VW leeft noodgedwongen op te grote voet. De boetes voor de sjoemeldiesels en de miljardeninvesteringen in elektrische auto’s drukken massief op de begroting. Dus verrees de nieuwe A1 op het platform van de volkse zusjes. Zelfde motoren, zelfde technologie, hogere prijzen. Al evenmin ziet hij er drie slagen specialer uit. Kon je de vorige A1 nog enige persoonlijkheid toedichten, de nieuwe is een keurig strakgetrokken Polo- en Ibiza-derivaat met viptoeslag en premium make-up die schijn semi-geraffineerd als zijn tracht te verkopen. De racy koelsleuven boven de single frame grille en de koperkleurige 17 inch-velgen verhullen drie beteuterde VW-cilinders. Hij is Zeeuws meisje na een uitgelopen smeerbeurt bij de visagist. Het digitale dashboard, in premiumesperanto ‘virtual cockpit’, is trouwens ook beschikbaar voor de Polo. Eén-één. Tot aan de kassa.

Met wat ditjes en datjes schiet je zo over de 40.000 euro. Daarvoor heb je, mind you, al een geweldige elektrische Kia of Hyundai met een grotere actieradius dan de E-tron van 84 – zo liggen tegenwoordig de verhoudingen. Hoeveel beter kan de Audi zijn dan de voortreffelijke Seat- en VW-confectie die je al naar gelang de opsmuk tien- tot vijftienduizend minder kost? Voilà, daar gaan we al. Die legt de lat te hoog om er met de gegeven middelen almachtig overheen te springen. Ik prees de Ibiza en de Polo, ik prijs noodgedwongen driemaal scheepsrecht de A1. Prima autootje. Maar hemel.