Dood in de krant, levend in Albanië

Jean-Jacques van Belle Zijn leven was voorbij, meende Jean-Jacques van Belle. Hij liet een overlijdensadvertentie zetten en dacht een dodelijke dosis pillen in te nemen. NRC trof hem in Albanië.

Van Belle bij een feest in het Hilton Hotel, waar zijn verloving met voormalig kunstschaatsster Joan Haanappel werd bekendgemaakt, in 1967.
Van Belle bij een feest in het Hilton Hotel, waar zijn verloving met voormalig kunstschaatsster Joan Haanappel werd bekendgemaakt, in 1967. Foto ANP

In de laatste weekendeditie van NRC en De Telegraaf in 2018 prijkt tussen de overlijdensberichten een geschilderd portret van een minzaam glimlachende man in een blauw pak, zittend, een tijdschrift in zijn handen. Het is Jean-Jacques van Belle. De woorden erboven: „Bij de les. In het anatomielokaal, eigen regie – einde verhaal.”

De datum van overlijden staat eronder: 23-12-2018. Net als zijn bekendste daad. In 1966 richtte Van Belle de Holland Herald op, het tijdschrift van KLM.

Achttien dagen later verschijnt op de Nederlandse ambassade in Tirana een oudere heer, het witte haar netjes in een scheiding gekamd. Hij stelt zichzelf voor als Jean-Jacques van Belle, oprichter van de Holland Herald, ’s werelds oudste nog bestaande ‘in-flight magazine’. Hij was in de buurt en dacht: waarom geen bezoekje brengen? „Doe ik altijd als ik in een buitenlandse hoofdstad ben.”

Wat is hier aan de hand? Is dit een bedrieger? Een man die de wereld over reist terwijl hij zich uitgeeft voor een ander?

De overlijdensadvertentie van Van Belle in NRC.

„Ik was hier al bang voor”, zegt Rick Wilson geschrokken door de telefoon. Hij is de auteur van een tamelijk uitgebreide necrologie van Van Belle, die in een Schotse krant verscheen. Wilson: „Gisteren had ik zijn zoon uit Dubai aan de lijn. Die had zijn vader nog op 29 december gesproken, zei hij. Terwijl hij al op 23 december had horen te overlijden.”

Horen? Hoezo horen te overlijden? Wilson: „Wel, ik zag hem in augustus in Amsterdam. We zaten in een café onder de Westertoren en hij vertelde me dat het einde nabij was. Dat had hij gehoord in het ziekenhuis. En nu wilde ‘JJ’ de regie in eigen handen nemen. Hij vroeg mij of ik een in memoriam wilde schrijven. De datum van overlijden wist hij al: 23 december.”

Lees ook Holland Herald: lekker bladeren in de vliegtuigstoel

Wilson schreef de necrologie en liet die met geld van Van Belle vertalen naar het Nederlands. Maar Nederlandse kranten bleken niet geïnteresseerd. Alleen persdienst ANP maakte een nieuwsbericht over Van Belle’s dood. Dagbladen Trouw, AD, Reformatorisch Dagblad en Het Parool namen het over. Kop: Oprichter KLM’s Holland Herald overleden. Talloze websites volgden.

Wilson, die lange tijd medewerker was van de Holland Herald en Van Belle als een vriend beschouwt, vindt het nog steeds moeilijk te geloven. „Hij beloofde me dat hij dood zou zijn.”

Wilson belooft op zijn beurt The Times in Londen een e-mail te sturen om de geplande plaatsing van weer een necrologie tegen te houden.

Aanstekelijk sprankelend

Ik woon in Tirana, de ambassadeur is mijn echtgenote. Dus zoek ik Van Belle op. Ik tref hem in de lobby van Dinasty, een hotel gebouwd als een hedendaags kasteel. En ja, hij heeft het overlijdensbericht zelf laten zetten, met hulp van de kunstenaar van het portret – „toch ook een beetje reclame voor hem”.

Wilsons karakterisering van Van Belle in de necrologie blijkt te kloppen. De man is „aanstekelijk sprankelend”. Hij vertelt bovendien bijzonder vitaal over zijn veelbewogen en vooral reizende bestaan. In Mexico-Stad overleefde hij ternauwernood een aardbeving, op Curaçao ontsnapte hij naar eigen zeggen aan een bende drugshandelaren die het op hem had voorzien, in Italië verkocht hij Volvo’s en in Amsterdam leidde hij beroemdheden rond als Brigitte Bardot en Audrey Hepburn. En dan heeft hij het nog niet eens over zijn verloving met kunstschaatser Joan Haanappel.

De vitaliteit van Van Belle is des te opmerkelijk omdat hij net een hele nacht heeft gesproken – en is doorgezakt – met zijn zoon uit Dubai: Henry. Na het telefoontje van NRC boekte Henry de eerstvolgende vlucht naar Tirana. Hij noemt de overlijdensberichten „tamelijk bizar”, maar hij is ook blij dat zijn vader is gevonden. Levend. „Dat stelt mij in staat afscheid van hem te nemen.”

Dat afscheid was intens: Henry zit nu knikkebollend bij het gesprek. Vader stompt hem regelmatig tegen zijn schouder of op zijn arm. „Jij kan ook nergens tegen, mannetje.” Van Belle bestelt een koffie voor zijn zoon, nog een biertje voor zichzelf.

Van Belle, deze week in Tirana. Foto Pieter van Os

Bij een tweede ontmoeting, twee dagen later, ziet Van Belle er slechter uit. Roodomrande ogen, ongeschoren. Hij vertelt dat hij het leven moe was, in Amsterdam. „Ik had niets meer om voor te leven, geen project, geen doel.” Bovendien voelde hij zich niet op zijn gemak bij mensen van zijn leeftijd. „Ik at vaak bij het Leger des Heils. Je moet eens weten hoe lomp de ouderen daar tegen elkaar doen.” Van Belle imiteert een zeurderige oude stem: „Ga eens weg man, daar zat ik.” Ook jongeren toonden geen respect meer. „Ik ben maar liefst vier keer ondersteboven gefietst op de stoep. Op de stoep hè? En eentje riep: ‘Ken je niet uitkijken, ouwe lul?’”

Slapend doodvriezen

Wat hij vooral wil zeggen, interrumpeert hij zichzelf, is dat het niet zo makkelijk is, ‘eigen regie’, de woorden die hij gebruikte in de advertentie. Hij heeft het wel geprobeerd. Zeven jaar geleden al, in Haparanda, Zweden, net onder de poolcirkel. „In een lokaal café nam ik stevig in, gaf rondjes aan alle bezoekers, slikte een paar stevige pillen en wilde mezelf al slapend op een bankje in een park laten doodvriezen. Daar schijn je niets van te merken, prima dood.”

Wat ging er mis? „Het was daar de warmste decembermaand in jaren! Van de eeuw! Het regende.”

Enkele jaren later was Van Belle beslister dan ooit. Nieuwe zakelijke projecten waren mislukt en bij het vijftigjarig bestaan van de Holland Herald was geen dagblad geïnteresseerd in zijn verhaal – „Dat was de hardste klap.” Hij belandde zelfs enige tijd in de daklozenopvang. „Terwijl ik ooit omging met de rijken der aarde!”

Hij zegde zijn appartement in Amsterdam op, verkocht zijn meubels en ging naar Maastricht, omdat hij het ziekenhuis daar zijn lichaam had aangeboden voor de anatomieles. „Ik nam pillen in waarvan mij was verteld dat ze dodelijk zijn. Maar ik werd gewoon weer wakker.”

En toen wist Van Belle het niet meer. „Ik heb een vlucht genomen naar Albanië, enkele reis.”

Waarom Albanië? Niet echt een courante bestemming. Van Belle weet het niet meer. Hij geeft verschillende antwoorden op verschillende momenten.

„Misschien omdat ik er nog nooit was geweest.”

„Omdat A de eerste letter is in het alfabet?”

„Het goedkope Transavia-ticket heeft vast ook een rol gespeeld.”

„Oprecht, ik weet het niet meer.”

En wat doet hij nu in Tirana, in de blessuretijd van zijn leven? Hij maakt kleine wandelingetjes, waarbij hij zich laat ondersteunen door iemand van het hotelpersoneel. „Ze zijn allemaal heel vriendelijk.”

En hij denkt na wat te doen. Alsnog zijn aanvankelijke plan doorzetten en een einde aan zijn leven maken? Of misschien het plannetje van zijn zoon, die vanuit Dubai informeert bij een andere zoon van Van Belle, in Mexico, of die hem in huis wil nemen. Henry zal vrijdag naar het hotel bellen, om te vertellen of het is gelukt.

Woensdagmiddag zitten we samen aan de lunch. Grote lappen Albanees vlees liggen voor ons. Van Belle laat ze onaangeroerd. „Als ik emotioneel ben, kan ik niets doorslikken.” Bier lukt wel. Terug naar Amsterdam gaan, de derde mogelijkheid, wil hij niet serieus overwegen. „Mensen willen mij niet meer. Ik krijg geen antwoord op e-mails, ik kom niet langs telefonistes. Mij wordt voortdurend duidelijk gemaakt dat ik er niet meer bij hoor, iedere dag weer, en dat is voor mij geen leven.” Dan liever plan A: eigen regie. In het anatomielokaal of niet.

Praten over zelfdoding kan bij hulp- en preventielijn ‘Zelfmoord? Praat erover’. Telefoonnummer 0900-0113 of www.113.nl.
    • Pieter van Os