WRR-advies: overheid moet publieke bank oprichten

Depositobank De bank zou een risicovrije spaar- en betaalrekening moeten bieden. Aanleiding voor het advies was het burgerinitiatief Ons Geld.

Was het vijftig jaar geleden nog normaal dat geld zowel bij commerciële als publieke instellingen gestald kon worden, tegenwoordig is een publiek alternatief niet meer voorhanden.
Was het vijftig jaar geleden nog normaal dat geld zowel bij commerciële als publieke instellingen gestald kon worden, tegenwoordig is een publiek alternatief niet meer voorhanden. Foto Getty Images

Het was een wat surrealistisch aandoend geheel, op 17 maart 2015 in Koninklijk Theater Carré in Amsterdam. Op het toneel: vijf heren van middelbare leeftijd die geen stijlmiddel onbenut lieten om de bijl aan de wortel van het economisch systeem te leggen. In de zaal het typische Carré-publiek: veelal wit, wat ouder, keurig gekleed, ongetwijfeld bemiddeld. Winnaars van de markteconomie, zou je zeggen.

En toch steeg bij iedere woedende aanval op het kapitalisme instemmend applaus op, steeds luider. Uiteindelijk klapte iedereen de handen blauw toen de acteurs het publiek uitnodigden om na de voorstelling een glas rentebier te drinken in de foyer. Klassieke agitprop in een modern jasje.

Het werkte. Op de golven van de kredietcrisis van 2008 bezochten 90.000 mensen de voorstelling Door de bank genomen van actie-theatermakers De Verleiders. De woede over het falen van het financiële systeem mondde onder leiding van acteur en voorman George van Houts uit in het burgerinitiatief Ons Geld, door 120.000 mensen gesteund. Daarin pleitten zij voor een herbezinning op geld, op schuld, en bovenal op geldcreatie en de rol van commerciële banken daarin. De boodschap is simpel: geef de zeggenschap over geldcreatie terug aan publieke instellingen, creëer een veilig spaar- en betalingsdeel in de bankensector en een risicovol financieringsdeel en maak het geldsysteem zo eerlijker en stabieler.

Lees meer over de voorstelling: Scherpe satire en verontwaardiging over bankiers

Nu, vier jaar na de voorstelling, komt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) op verzoek van het ministerie van Financiën en de Tweede Kamer met de antwoorden op het alternatieve publiekgeldsysteem dat Ons Geld voorstelde. In een deze donderdag verschenen rapport, getiteld Geld en Schuld, de publieke rol van banken, analyseert de adviesraad de voorstellen van Ons Geld. Tegelijk biedt het rapport inzage in ons geldsysteem en de risico’s ervan.

Grote Depressie

In een uitputtende analyse van publieke geldsystemen door de jaren heen zet de WRR de voor- en nadelen van een alternatief systeem op een rij. Het idee is verre van nieuw; in de nasleep van de Grote Depressie van 1933 werd het al eens geopperd én verworpen.

In de kern snijdt een publiekgeldsysteem de nauwe band tussen geld en schuld door: nieuw geld kan alleen nog door overheden of centrale banken worden gecreëerd, private financieringsbanken mogen alleen geld uitlenen dat ze zelf hebben opgehaald. Klanten die daar geld naartoe brengen, lopen het risico dat ze het niet terug krijgen: de financieringsbank wordt in geval van nood niet meer gered.

Om de verwachtingen maar direct te temperen: een overgang naar een systeem waarbij geldcreatie door commerciële banken volledig wordt afgeschaft om plaats te maken voor een stelsel van publieke geldcreatie, is onhaalbaar én onwenselijk, meent de WRR. De risico’s die de overgang naar zo’n systeem met zich meebrengt, zijn zowel in nationale als internationale context te groot. En het is maar de vraag of het echt veiliger en beter is dan het huidige. „Geen ongewenste experimenten met het monetair-financiële systeem, de ruggengraat van de economie”, is de boodschap.

Voor een scheiding tussen publiek en privaat valt op zich wat te zeggen, meent de raad. Probleem is alleen dat ook een nieuw systeem onzekerheden kent. „Het monetair-financieel stelsel is uiteindelijk geen technisch, maar een sociaal stelsel. Het gedrag van burgers, bedrijven, banken, politici en beleidsmakers doet ertoe en kan niet van tevoren helemaal worden voorspeld of vastgelegd.”

Lees ook: Moet de staat geld scheppen? Economen komen er niet uit

Welkome spiegel

Juist met die invalshoek valt het WRR-rapport te lezen als een overwinning van de publiekgelddenkers. De WRR constateert namelijk met de initiatiefnemers dat het huidige financiële stelsel tal van onvolkomenheden telt, en ziet Ons Geld dan ook als een welkome spiegel: „Het legt een aantal belangrijke pijnpunten bloot en het kan inspiratie bieden voor de noodzakelijke hervormingen.”

De grootste verrassing van het rapport zit in de terloopsheid waarmee het financiële stelsel zijn huidige vorm vond. Géén groots, vooropgezet plan voor werelddominantie van de banken, zoals De Verleiders suggereren. Wel een samenspel van maatschappelijke, technologische, politieke en economische ontwikkelingen. „Padafhankelijkheid” noemt de WRR dat. Was het vijftig jaar geleden bijvoorbeeld nog normaal dat geld zowel bij commerciële als publieke instellingen gestald kon worden, tegenwoordig is een publiek alternatief niet meer voorhanden. Ook is het bankenlandschap uniformer geworden (nog maar drie grote banken die samen 75 procent van de markt in handen hebben). En giraal geld, dat via leningen door commerciële banken gecreëerd kan worden, maakt mede dankzij technologische ontwikkelingen tegenwoordig 93 procent van de geldhoeveelheid uit. De rest is contant, door centrale banken uitgegeven geld.

Dat veranderde landschap brengt problemen met zich mee voor de vier ‘kernwaardes’ waaraan een financieel stelsel zou moeten voldoen: dienstbaarheid, stabiliteit, rechtvaardigheid en legitimiteit. Die staan alle onder druk door de onevenwichtige groei van schulden en de onbalans tussen publieke en private belangen, aldus de raad. De crisis heeft deze twee ‘kernproblemen’ alleen maar vergroot, mede door het beleid van centrale banken dat aangaan van schulden door ultralage rentes alleen maar heeft gestimuleerd.

Tien jaar na de crisis vormt het rapport daarmee een staalkaart voor noodzakelijke aanpassingen in het financiële systeem. Ze zullen moeten komen uit een botsing tussen politiek, burger en de sector, zoals ook het huidige stelsel daar een resultante van is. De WRR geeft vier voorzetten:

  1. Zorg voor diversiteit in de financiële sector

    De WRR bepleit oprichting van een publiek verankerd alternatief voor sparen en betalen. De overheid zou dat kunnen initiëren. De facto is dat een terugkeer van de oude Postbank, van voor de overname door ING in 1991. Met zo’n alternatief, dat volledig met centralebankreserves gefinancierd zou moeten worden, kan de burger zijn geld veilig stallen. De WRR geeft ook in overweging burgers rechtstreeks toegang te geven tot de reserves van de centrale banken. Doel is om commerciële banken indirect te dwingen veiliger te worden en om zo de groei van schulden in te perken.

    Automaat van de Postbank in Sneek.

    Foto Wikimedia

    Commerciële banken zijn bang dat zo’n publieke bank het systeem instabieler maakt. In tijden van crisis is het risico groot dat mensen hun geld weghalen bij commerciële banken en stallen bij de ‘publieke veilige haven’. Dat veroorzaakt een bankrun bij de commerciële banken. Volgens de WRR zegt dat risico meer over de weeffouten in het huidige systeem dan over het alternatief als zodanig. De WRR gaat ervan uit dat commerciële banken juist veiliger en gedisciplineerder worden omdát er een publiek alternatief is.

    Ook bepleit de WRR het bankenlandschap diverser te maken door nieuwe toetreders makkelijker tot de Nederlandse markt toe te laten. Doel is de dominantie van de drie grote systeembanken ING, Rabo en ABN Amro in te perken.

  2. Tem de overmatige schuldengroei

    Overmatige schulden zijn slecht voor de economie: ze maken haar instabieler en tasten de dienstbaarheid van het financiële stelsel aan. Daarom moeten er betere remmen komen bij aangaan van schulden. Voor particulieren is er de afgelopen jaren al het een en ander gebeurd (aanscherping hypotheekrenteaftrek en leenvoorwaarden), maar voor bedrijven en financiële instellingen is financiering met schuld nog steeds voordeliger dan met eigen vermogen (aftrekbaarheid van de winstbelasting).

    De totale schuld van de private sector is nu met 2.000 miljard euro hoger dan voor de crisis (1.400 miljard in 2007) en bedraagt 289 procent van het bruto binnenlands product. De WRR bepleit dan ook de fiscale prikkels, die aangaan van schulden stimuleren, af te bouwen voor burgers, bedrijven en financiële instellingen. Schuld en eigen vermogen zouden gelijk behandeld moeten worden.

    Ook in het toezicht zou de samenhang tussen schulden, monetair beleid en sociaal-economisch beleid beter verankerd moeten worden. Risico’s voor de economie door kredietbubbels zouden zo beter geadresseerd kunnen worden.

  3. Wees beter voorbereid op de volgende crisis

    De klappen die de Nederlandse economie kreeg in 2008 en de jaren daarna waren groot (de staatsschuld nam toe van 260 tot 450 miljard), de kosten voor de redding van de banken enorm (174 miljard). Dat had anders en goedkoper gekund, vindt de WRR. Daarvoor is het wel nodig beter voorbereid te zijn op nieuwe crises. Een belangrijke aanbeveling van de WRR daarvoor is sneller verlies te nemen en zo ruimte te scheppen voor herstel. Een betere verdeling bij de afhandeling van onhoudbare schulden is daarbij cruciaal. Niet alleen de schuldenaar moet bloeden, ook de schuldeiser moet verlies nemen.

    In 2018 kwam de documentaire De achtste dag uit. Aan de hand van de reddingsoperatie van Fortis/ABN Amro vertellen Europese politici over de zeven spannendste dagen van 2008, na het uitbreken van de kredietcrisis.

    Ook moeten banken gedwongen kunnen worden staatssteun te accepteren in de vorm van herkapitalisatie, om hun vermogens te herstellen en zo het vertrouwen terug te winnen. Dit gebeurde na de crisis in de Verenigde Staten en droeg bij aan sneller herstel.

  4. Veranker de publieke dimensie van banken

    Private banken hebben publieke functies, zoals betalen, sparen en financiering van investeringen. Tegelijk heeft het publiek (de burger) nauwelijks tot geen zeggenschap over koers en keuzes van private banken.

    Dat moet anders, vindt de WRR. Burgers zouden makkelijker van bank moeten kunnen wisselen, ze zouden een publiek alternatief voor een aantal private diensten moeten hebben (de publieke spaar en betaalbank). Burgers moeten, kortom, aan het systeem kunnen ontsnappen.

    Daarnaast is cruciaal dat burgers een stem krijgen binnen de banken. Dat kan door instelling van een maatschappelijke adviesraad bij banken, maar ook door via toezichthouders en de Tweede Kamer burgers indirect een stem te geven in het financieel beleid. Ook niet-gouvernementele organisaties kunnen de rol van waakhond van het financiële systeem deels op zich nemen.