Zelfs onder een dreigende kabinetscrisis blijft premier Rutte optimistisch als altijd

Bijna een uur lang deed premier Mark Rutte (VVD) alsof er niks aan de hand was. Maar het wekelijkse vragenuurtje in de Tweede Kamer ging op dinsdag bijna helemaal over de vraag: komt er een kabinetscrisis over het klimaat? Daar dreigde VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff zaterdag mee in De Telegraaf. Op maandag ging het er uren over in het coalitieoverleg, de dag erna verplaatste het schouwspel zich naar de plenaire zaal van de Tweede Kamer.

Opvallend scherp waren CDA-leider Sybrand Buma en ChristenUnie-collega Gert-Jan Segers. Wat vond Rutte ervan, wilde Buma weten, dat Dijkhoff het kabinet zegt te laten vallen als hij zijn zin niet krijgt? Dat de VVD’er niet krijgt wat hij wil, is volgens Buma „dagelijkse kost”.

Segers was vooral geïrriteerd omdat Dijkhoff had gedaan alsof alleen hij opkomt voor ‘de burger’. Rob Jetten, de fractievoorzitter van D66 die door Dijkhoff was neergezet als „drammer”, wilde weten wat de premier de komende weken en maanden gaat doen om „fabeltjes en goedkope stoere taal” te voorkomen.

Het was voor iedereen duidelijk: Dijkhoff heeft met zijn interview iets losgemaakt – iets dat misschien wel onherstelbaar is. Een kabinetscrisis is opeens een reëel scenario geworden. Tot groot plezier van de oppositie. PVV-leider Geert Wilders stelde vast dat hij getuige was van een „historisch” moment. „Hoeveel bewijs heeft u nog nodig om te accepteren dat uw coalitie van ellende uit elkaar valt? Ze kunnen zich niet eens meer beheersen.”

GroenLinks-leider Jesse Klaver noemde de coalitie „los zand”. Maar premier Rutte bleef lachen. „Ik deel die apocalyptische schets van de stand van deze coalitie niet”, zei hij. „Weet je wat écht slecht is? Een coalitie waarin alles altijd wordt weggemasseerd. Nou, hier is stevige discussie over geweest. Wat is daar nou op tegen?”

Rutte, optimistisch als altijd. Maar zelfs zijn coalitiegenoten leken hem nauwelijks te geloven.