VN: geweld Congo kostte vorige maand bijna 900 levens

Naar schatting zijn zo’n 16.000 mensen gevlucht naar buurland Congo-Brazzaville. Het geweld is het gevolg van een stammenoorlog.

Omgekomen burgers liggen in een mortuarium in een ander deel van Congo, in Beni in het oosten van het land.
Omgekomen burgers liggen in een mortuarium in een ander deel van Congo, in Beni in het oosten van het land. Foto Alexis Huguet/AFP

Tijdens drie dagen van hevig etnisch geweld in de Democratische Republiek Congo afgelopen december zijn zeker 890 Congolezen omgekomen. Dat schrijft de Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens van de VN woensdag in een verklaring over het geweld als gevolg van een stammenoorlog tussen de Banunu-stam en de Batendé.

Van 16 tot 18 december vonden hevige gevechten plaats in vier dorpen in de provincie Mai-Ndombe in het westen van de DR Congo. Volgens de VN-rapportage werden daar zeker 465 huizen en andere gebouwen in brand gestoken of geplunderd. Naar schatting zijn zo’n 16.000 mensen het gebied ontvlucht door de Congo-rivier over te steken naar buurland Congo-Brazzaville.

Lees ook: Turbulente verkiezingen in Congo gaan hele wereld aan

Het dodenaantal dat de VN woensdag rapporteert ligt forst hoger dan aanvankelijk werd gemeld. In december leek er nog sprake te zijn van enkele tientallen doden De VN benadrukt dat dit soort onderzoek onder meer “essentieel is om gerechtigheid te halen voor de slachtoffers, maar ook om nieuwe vijandelijkheden tussen groepen te voorkomen.”

Eind december vonden er presidentsverkiezingen plaats in Congo. President Kabila gebruikte de onrust in het land als reden om de verkiezingen in totaal twee jaar uit te stellen. Vorige week werd oppositiekandidaat Felix Tshisekedi door de kiescommissie uitgeroepen tot winnaar van de verkiezingen.

Lees ook: Hoe Kabila zijn opponenten handig tegen elkaar uitspeelt