Tweede Kamer wil actie tegen ‘verengelsing’ studies

Hoger Onderwijs Eén op de acht studenten komt uit het buitenland. Veel colleges zijn in het Engels. Kamerleden vinden dat dit uit de hand loopt.

Een collegezaal in Tilburg. Van alle studenten in het hoger onderwijs is 12 procent buitenlands.
Een collegezaal in Tilburg. Van alle studenten in het hoger onderwijs is 12 procent buitenlands. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Een meerderheid in de Tweede Kamer vindt dat universiteiten en hogescholen beter moeten verantwoorden waarom ze Engels als onderwijstaal gebruiken. Zij willen dat minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66) ingrijpt. Dit blijkt uit een rondgang langs politieke partijen.

„De minister moet ingrijpen”, zegt Kamerlid Paul van Meenen (D66). „Mijn bezwaar is dat internationalisering en verengelsing veel te veel een verdienmodel zijn geworden. Het aanbod is er in de eerste plaats voor Nederlandse studenten. Het moet voor hen ook een meerwaarde zijn dat buitenlandse studenten hier kunnen studeren.” Volgens de Dienst Uitvoering Onderwijs is 12 procent van de studenten aan hogescholen en universiteiten buitenlands.

Noodzaak

Aanleiding voor de kritiek is de constatering van de Inspectie van het Onderwijs dat 34 van de 77 instellingen met opleidingen in het Engels geen wettelijk voorgeschreven gedragscode hebben. Daar zou onder andere in moeten staan, wanneer er noodzaak is om tot het Engels over te gaan en een afweging van voor- en nadelen. „Als er een code is, dan is de invulling vaak summier. Ze voldoen daarmee niet aan de wet”, aldus de inspectie.

Volgens universiteitenvereniging VSNU hebben de veertien grote universiteiten, waar de meeste buitenlandse studenten zitten, wel een gedragscode. De inspectie noemt twee universiteiten die dat niet hebben en dat zijn kleinere. De VSNU heeft een beleidsplan om de inhoud van de gedragscodes in overleg met de medezeggenschap te verbeteren.

Ook voldoen veel instellingen vaak niet aan de plicht om de uitdrukkingsvaardigheid in het Nederlands te bevorderen. Probleem is volgens de inspectie dat het wetsartikel uit 1992 verouderd is en geen heldere criteria bevat wat de gedragscode moet inhouden.

Gedragscode

In haar begeleidende brief bij het inspectierapport van eind december noemt minister van Engelshoven het ontbreken van een gedragscode „onacceptabel”. Zij zal daarover met de instellingen „in gesprek gaan”. Deze zomer komt ze met een wetsvoorstel met nieuwe criteria voor invoering van Engels als onderwijstaal.

Kamerleden vinden enkel „in gesprek gaan” niet genoeg. Kamerlid Harry van der Molen (CDA): „Je kunt als minister niet zeggen: we gaan het er even over hebben. Elke opleiding die deels of volledig in het Engels is, moet volgend jaar zo’n gedragscode hebben. Het lijkt of onderwijsinstellingen maar wat aan het doen zijn. Als ik spreek met opleidingen dan gebruiken ze andere argumenten voor het gebruik van Engels dan de wet mogelijk maakt. Ze willen studenten aantrekken en ze zeggen: andere instellingen doen het ook.”

Kamerlid Judith Tielen (VVD): „Ik doe aan instellingen een oproep om nu al te motiveren waarom ze voor Engelstalige opleidingen kiezen. Dat is belangrijk voor studenten die nu bezig zijn met hun oriëntatie op hun studie en naar de open dagen gaan.”

Regels omzeilen

Kamerlid Frank Futselaar (SP): „Het probleem met de huidige situatie is dat je de regels kunt omzeilen en dat dit massaal gebeurt. Dat moeten we niet allemaal gedogen.”

Kamerlid Zihni Özdil (Groenlinks) legt de oorzaak bij „perverse prikkels” om universiteiten af te rekenen op rendement van aantallen studenten. Hij maakt zich zorgen dat de kritiek leidt tot een „grenzendichtbeleid” voor hoger onderwijs.

Lees wat student Bart Haagsma schreef op het onderwijsblog: Internationalisering van onderwijs is echt geen geldkwestie