Recensie

Recensie Beeldende kunst

Juman Malouf en Wes Anderson laten je zelf het verhaal bedenken

Tentoonstelling Dichter Juman Malouf en filmregisseur Wes Anderson stelden uit de collectie van het Kunsthistorisches Museum in Wenen een onalledaagse expositie samen. Hun Wunderkammer-achtige wereld vol curiosa is een weelde.

Wes Anderson en Juman Malouf voor Bruegels Toren van Babel op de expositie
Wes Anderson en Juman Malouf voor Bruegels Toren van Babel op de expositie Foto KHM-Museumsverband

Neem nou die spitsmuis. Exact in het midden van de expositie Spitzmaus Mummy in a Coffin and other Treasures in het Kunsthistorisches Museum in Wenen, staat een kleine, glazen vitrine. Daarin ligt een houten kistje: nauwelijks 22 centimeter lang, taps toelopend, met op de buitenkant een zwarte spitsmuis geschilderd. Het kistje zuigt alle aandacht naar zich toe. Want je beseft meteen dat je zoiets nooit eerder hebt gezien: het kistje is heel oud (zo’n 2.400 jaar) en komt, gezien z’n tekening en symboliek, ongetwijfeld uit de krochten van een piramide. Het is veel te klein voor een mens – hierin is dus een spitsmuis begraven, een gemummificeerde spitsmuis zelfs, volgens de titel. En kijk, daar gaat je verbeelding al. Is dit kistje gemaakt voor de geliefde spitsmuis van een faraokind? Had de spitsmuis een andere betekenis? Was het een symbool van een godheid, of een speelkameraad?

En dat is het punt nu juist van de expostie, samengesteld door dichter en illustrator Juman Malouf en filmregisseur Wes Anderson. Het museum, Anderson en Malouf geven geen uitleg. Niks. Op Spitzmaus Mummy in a Coffin and other Treasures moet je het verhaal zelf maken. Samen met die onzichtbare spitsmuis en ruim vierhonderd andere objecten.

Doodskist van een spitsmuis (Egypte, vierde eeuw voor Chr.). Foto KHM-Museumsverband

Heel even is dat gebrek aan context irritant, vooral voor de bezoeker die van moderne kunst houdt en gewend is aan heel veel achtergrondinformatie. Maar die verwezenheid is juist de crux. Spitzmaus Mummy in a Coffin is de derde in een reeks van tentoonstellingen waarbij het Kunsthistorisches Museum een gastcurator uitnodigt een keuze te maken uit de historische collectie van zo’n vier miljoen objecten – de eerste was kunstenaar Ed Ruscha, de tweede keramist en schrijver Edmund de Waal, bekend van zijn boek The Hare with Amber Eyes. De missie van zo’n gastconservator is natuurlijk om door middel van zijn persoonlijke keuze en ordening nieuwe aspecten, nieuwe ideeën uit die immense verzameling naar boven te halen – en hopelijk terloops een zelfportret te schetsen.

Juist dat laatste aspect maakt nieuwsgierig naar de keuze voor Malouf en haar echtgenoot Anderson (regisseur van onder andere Fantastic Mr. Fox, The Grand Budapest Hotel en Isle of Dogs). Beiden hebben namelijk in al hun werk een nogal sterke voorkeur voor mensen en objecten die buiten de hedendaagse westerse mainstream vallen. Malouf is, behalve illustrator en schrijfster, ook een bijzonder stijlicoon die in haar kledingkeuze invloeden van de Victoriaanse tijd combineert met een liefde voor vintage Gucci.

Andersons films ondertussen, bestaan zo ongeveer bij de gratie van excentrieke plekken, mensen en dieren, of het nu de ‘Fantastic Mr. Fox’ is, het vuilniseiland in Isle of Dogs of de duistere, The Shining-meets-Der Zauberberg-achtige locatie van The Grand Budapest Hotel. Maar daar wordt het ook spannend, want zo’n fascinatie levert niet vanzelf een goede tentoonstelling op. Daarvoor heb je vooral een krachtig, coherent eigen wereldbeeld nodig, dat je hopelijk via de gekozen objecten kunt vertolken.

Vitrinekast in de groene zone van de expositie. Foto KHM-Museumsverband

Precies dat maakt deze Spitzmaus zo’n feest. Als je de ruimte betreedt (die eigenlijk helemaal niet zo groot is), beland je in een Wunderkammer-achtige wereld waarin de wetten van alledag niet meer lijken te gelden – terwijl de 430 objecten toch echt allemaal van onze aarde afkomstig zijn. Kijk: drie schilderijen van zogenaamde ‘haarmensen’, die rond 1580 in Duitsland leefden en door een ongelukkig syndroom haargroei over hun hele lichaam hadden, inclusief hun gezicht. Twee achttiende-eeuwse plattegronden van het Hofburg-paleis in Wenen waarop de potentiële sleerijroutes zijn aangegeven – prachtige abstracte tekeningen. Een grote glazen kwal. Een porseleinen beeld van een naakte vrouw die op een egel zit. Een zestiende-eeuws dubbelportret van een reus en een dwerg. Titiaans portret van Kurfürst Johann Friedrich von Sachsen, die lichaamstechnisch vrij ruim bemeten is – en zo gaat het maar door.

Verrukking

En bij die weelde blijft het niet. Malouf en Anderson hebben de objecten niet alleen uitgekozen en gegroepeerd, iedere zone in de tentoonstelling, negen in totaal, heeft vitrines in een eigen kleur. De mooiste daarvan is de groene zone, waarin ook alle objecten groen bevatten: dertig brokken malachiet, weelderige Mexicaanse vazen, een Japans Kagura Masker, een papegaaienveren schort uit Peru, een jurk uit 1978 die werd gebruikt in een productie van Hedda Gabler – je ziet Malouf er zo in weglopen.

Madeleine Gonsalvus, Dochter van de Haarman Petrus Gonsalvus op een tekening van Juman Malouf. Foto KHM-Museumsverband

Zo val je van de ene verbazing in de andere verrukking – en toch is dat niet de reden dat dit zo’n bijzondere tentoonstelling is. Want die zit ’m in de visie. Malouf en Anderson hebben een parallelle wereld gemaakt, waarbij ze niet alleen maar hebben gekozen, maar ook hebben geschapen. Zoals een beeldend kunstenaar een eigen wereld creëert met behulp van zijn of haar eigen vormen en ideeën, worden al die honderden objecten uit alle tijden en gebieden voor Anderson en Malouf een soort ready-mades, waarmee ze een universum optrekken dat net zo eigen lijkt als het oeuvre van de beste scheppende kunstenaars.

En dat maakt de keuze om nauwelijks iets uit te leggen extra intrigerend. Want zoals bij alle goede kunst voel je als toeschouwer de onderlinge samenhang – terwijl je ook beseft dat je daar eigenlijk geen idee van hebt. Dat wrijft het duo je ook nog eens stevig in. Niet voor niets schrijft Anderson in zijn voorwoord in de catalogus uitdagend, bijna pesterig: „We situate the seventeenth century emerald vessel in a confined space opposite the bright green costume from a 1978 production of Hedda Gabler in order to call attention to the molecular similarities between hexagonal crystal and Shantung silk; we place the painting of a seven-year-old falconer (Emperor Charles V) next to the portrait of a four-year-old dog owner (Emperor Ferdinand II) in order to emphasize the evolution of natural gesso [...].”

Inderdaad, dat had ik niet gezien – en niemand natuurlijk. En zo maakt dit wonderlijke tweetal in Wenen een perfect Wonderland waarin iedereen de weg kwijtraakt, en je steeds meer beseft hoe leuk dat is. Spitzmaus Mummy in a Coffin is niet alleen een portret van Anderson en Malouf, maar vooral een zelfportret van iedere afzonderlijke toeschouwer – die ineens ervaart dat hij zich niet bij de horizon hoeft neer te leggen, dat de ruimte in de wereld en in zijn eigen hoofd oneindig kan zijn. Als je maar nieuwsgierig blijft, lijken Anderson en Malouf te zeggen, als je je maar openstelt. Dan blijft er altijd meer te halen dan je denkt.