Mijn tieners hebben overal hun oortjes in

Opgevoed Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag voor aan deskundigen. Deze week: tieners met oordoppen.

Illustratie Martien ter Veen

Moeder: „Mijn tieners van 15 en 17 hebben overal de oortjes van hun iPhones in. Als ze in de huiskamer zitten, in de keuken of in de auto, luisteren ze muziek of kijken ze films. Als ik iets tegen ze zeg, terwijl ik bijvoorbeeld sta te koken, is er eerst stilte, dan: ‘Hè, wat? Zei je iets?’ En dan de handeling van muziek uit, film op stop, ‘Wat zei je mam?’ Al dat werk rechtvaardigt niet de losse opmerking die ik even wilde maken.

„Het is niet zo dat ik iets belangwekkends te zeggen heb, soms wil ik gewoon in mijn eigen huis of onderweg even een achteloze opmerking maken over iets wat ik heb gehoord of gezien. Daar komt het dus steeds minder van.

„Als we gezamenlijk eten, gaan de telefoons weg en de oortjes uit, maar op al die andere momenten staat er tegenwoordig een geluidsmuur tussen ons. Ik wil het niet verbieden want dan gaan ze in hun eigen kamers zitten, en ik vind het gezellig als ze in mijn buurt zijn. Moet ik eraan wennen, of kan ik er iets over afspreken met ze?”

Naam is bij de redactie bekend. Deze rubriek is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag of reacties naar opgevoed@nrc.nl

Houd rekening met elkaar

Reinildis van Ditzhuyzen: „De etiquette heeft hiervoor geen pasklaar antwoord. Als je bij iemand op bezoek gaat, doe je natuurlijk geen oortjes in. Je komt daar om samen een gesprek te voeren, je afsluiten is niet de bedoeling.

„Maar in gezinnen wordt niet voortdurend geconverseerd. Toen er nog geen mobiele telefoons en koptelefoons waren, hadden we ook momenten in huis waarop iedereen in eigen bezigheden verdiept was. Kinderen maakten huiswerk, ouders deden een kruiswoordpuzzel, plozen de krant uit, keken het Journaal. Wie dan een losse opmerking maakte, hoorde ook ‘Ssssst’.

„Etiquetteregel nummer 1 is: houd rekening met elkaar. Probeer tot een vergelijk te komen. Pubers zijn geen 7-jarige kinderen meer die je kunt sturen in hun bezigheden.

„U kunt de afspraak van geen apparatuur aan tafel in overleg iets proberen uit te breiden tot momenten waarop jullie gezamenlijk iets doen. Bijvoorbeeld tijdens het theedrinken samen aan het einde van een school- of werkdag. Of als jullie samen klusjes doen, zoals afwassen en koken. Misschien kunt u zo iets meer van die gezamenlijke momenten creëren.”

Zie het positief

Peter Nikken: „Uitroepen van verwondering, plotse grapjes; als iemand zijn koptelefoon moet afzetten, of oortjes moet uitdoen om die te horen, is het moment voorbij. Dat niet meer kunnen delen van spontane reacties heeft invloed op de emotionele verbintenis, misschien kunnen we van een verarming spreken.

„U moet zich daarbij wel realiseren dat het mediagebruik van pubers meestal juist in het teken staat van verbinding. De nieuwste muziek luisteren, series kijken die iedereen ziet, vloggers liken; op school en de sportclubs praten tieners met leeftijdsgenoten over dat gedeelde cultuurgoed.

„Kinderen hebben recht op hun eigen domein. Mijn generatie zat vroeger hele dagen op de eigen slaapkamer plaatjes grijs te draaien. Zie het als positief dat uw kinderen uw nabijheid zoeken. U kunt ondertussen zien wat ze kijken, wat ze doen, en hun emoties bestuderen. Dat weegt allemaal op tegen niet zomaar iets klakkeloos kunnen zeggen. Zolang er nog genoeg gezamenlijke momenten zijn waarop er wel contact is, zou ik dit maar voor lief nemen.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Annemiek Leclaire