Opinie

In het echte leven ontbreken close-ups

Column Joyce Roodnat Zomaar iemands gezicht bestuderen, dat doe je niet. Kunstenaars doen het toch, op jacht naar intimiteit en gezegend ongemak. En wij kijken mee.

Joyce Roodnat

Toneelmakers zijn dol op Tsjechov, hun publiek is dat ook. In zijn stukken verglijdt de tijd waar je bij zit en de personages zijn op hun eigen wijze ongelukkig. En altijd innemend, zelfs al zijn ze een rotzak – op zijn 19de-eeuws Russisch, zich uitsprekend in de mooist denkbare droefheid. Olga, een van Tsjechovs Drie zusters, vat die eenvoudig samen, eigenlijk voor alle personages van alle stukken: „De muziek speelt zo vrolijk, zo opgewekt, je zou willen leven!” Ik bedoel maar.

Zoveel houden we met zijn allen van Tsjechov dat zijn stukken met de regelmaat van de klok over de podia drentelen, dan weer Oom Wanja, dan weer De Kersentuin, dan weer De meeuw. Of die drie zussen, die „naar Moskou…” willen. En nooit gaan.

En nu is er een nieuw Tsjechovstuk: Het duel. Een novelle, omgeschreven voor het podium. Keihard, een stuk minder nostalgisch. En toch hartstikke Tsjechov, vol machteloos gekeuvel en ijle dadendrang. Het komt (zie de titel) uit op een duel, tussen een strikt rationele en een strikt emotionele man. De ene wordt gespeeld door Jacob Derwig op zijn koelst. De andere is Joris Smit, op zijn hysterischt.

Lees ook deze recensie van Het Duel: De nieuwe Tsjechov lijkt totaal niet op de oude Tsjechov

Hoe dat duel afloopt, verraad ik niet. Ik vergat er trouwens op te letten, want al mijn aandacht ging naar die twee gezichten. Naar de spitse zelfvoldane kop van Derwig tegenover het karnemelkse melodrama van Smit. En hoe het kan, weet ik niet, maar ineens leken ze op elkaar. Tegenpolen, jawel. Maar ook twee doorgetripte romantici, die elkaar over de loop van hun pistool in het gezicht kijken en zichzelf in de ander herkennen. Waardoor beiden kunnen berusten in hun taaie bestaan.

Close-ups, portretten – in het dagelijks leven bestaan ze niet. Zomaar iemands gezicht bestuderen, dat doe je niet. Kunstenaars doen het toch, op jacht naar intimiteit en gezegend ongemak. En wij kijken mee.

Lees ook een portret over Tsai Ming-liang: Tsai zoekt de grenzen van het fysieke op met zijn films

Andy Warhol lukte het in 1966 met zijn video-serieScreen Test: beroemde en onberoemde mensen, minutenlang in de camera kijkend. De filmer Tsai Ming-liang maakte recent Your Face, twaalf bijna lichtende filmportretten van anonieme hoogbejaarden. Plus een dertiende, van Tsais muze, de acteur Lee Kang-sheng. In een nagesprek zei Tsai dat hij besloot filmer te worden „om naar Lees gezicht te kunnen kijken”.

Ik zie alvast My brilliant friend, de tv-serie naar deel 1 van het vierluik van Elena Ferrante. Volgende maand op tv, op het IFFR in Rotterdam kan hij op 31 januari worden gebinged. De hyperintelligente hoofdpersonen Lenú en Lila kijken standaard vlak – ze houden zich op de vlakte, ze lopen elk moment gevaar, impliceert de filmer. Daarnaast weet je, in het gewoel en geweld van hun Napolitaanse achterbuurt, steeds precies waar ze zijn en wat ze doen. Dankzij hun gezichten.