Opinie

Het verdeelde verbond rond migratie kraakt

Paul Scheffer

Terwijl de machtsverhoudingen in de wereld aan het kantelen zijn, verscheuren de Verenigde Staten zichzelf. De sluiting van de overheid duurt nu al meer dan drie weken. Elke dag is er een te veel: welke regering en welk parlement laat het zo ver komen in een normale democratie? Op het moment dat China zijn macht ontplooit, verkeert Amerika in een impasse.

De strijd over de ‘Muur’ aan de zuidelijke grens is verworden tot een spiegelgevecht waarbij iedereen het algemeen belang uit het oog verliest. Het lijkt wel of Trump een zwart gat is waarin alle energie van tegenstanders én aanhangers verdwijnt. De schuldvraag is zinloos geworden: Republikeinen en Democraten hebben beide een aandeel in deze pijnlijke neergang.

Waarom worstelt het land zo met de illegale immigratie? Daarvoor moeten we op zijn minst teruggaan naar de tijd van Ronald Reagan. In 1986 werd met de Immigration Reform and Control Act een compromis gesloten over een amnestieregeling voor illegale migranten. Het ging om ongeveer drie miljoen mensen, vooral met een Mexicaanse achtergrond.

De deal was dat de amnestie gepaard zou gaan met betere grensbewaking en vooral ook sancties tegen werkgevers die illegalen in dienst namen. De amnestie werd doorgevoerd, maar de verscherping van het beleid werd afgezwakt. In de jaren daarna nam het aantal illegalen snel toe, zodat er onder Clinton in 1996 nieuwe wetgeving werd afgekondigd om deze groei te beteugelen.

De Amerikaanse immigratiehistoricus David Reimers heeft in Unwelcome Strangers onderzocht waarom afspraken over meer controle zo halfslachtig worden uitgevoerd. Hij concludeert dat het immigratiebeleid telkens werd verruimd door het samengaan van belangengroepen uit het bedrijfsleven, lobby’s van etnische gemeenschappen, druk uit religieuze hoek en activisme van juristen. Pogingen tot meer controle of beperking worden bemoeilijkt door deze tegenstrijdige coalitie.

We zien hoe een zachtmoedig humanisme hand in hand kan gaan met onbekommerd marktliberalisme. Die houdingen werden tijdens de debatten over de immigratiewetgeving belichaamd door de meest progressieve senator, Ted Kennedy, en de meest conservatieve senator, Orin Hatch. Deze uitersten vonden elkaar in een verzet tegen werkgeverssancties.

Kennedy werd bewogen door humanitaire overwegingen: de overheid zou de illegale migranten niet moeten opjagen door druk te leggen op werkgevers. Dat zou tot discriminatie leiden. Hatch was tegen sancties voor werkgevers omdat hij de belangen wilde beschermen van de landbouwsector in het Zuiden, die leeft van illegale arbeid. Zo kunnen opvattingen over mensenrechten samengaan met een praktijk van uitbuiting.

Een soortgelijk verbond – maar dan onuitgesproken – heeft de weg geplaveid voor het pact van Marrakesh van afgelopen december. Dit pact wil legale migratie vergemakkelijken en de verschillen tussen legale en illegale migratie verkleinen. Opnieuw zien we hoe werkgeversbelangen en mensenrechtenactivisme elkaar vinden: de weg van Davos naar Marrakesh kent geen bochten.

De pleitbezorgers van het pact kunnen dit ervaringsgegeven uit de migratiegeschiedenis niet wegwissen. De vermenging van kortetermijnbelang en slecht doordachte moraal is vooral gebaseerd op een miskenning van de waarde van het sociaal contract in de eigen samenleving. Daarom kent een klassiek immigratieland als de Verenigde Staten minder bescherming bij ziekte of werkloosheid.

Weinigen zullen tegen het waarborgen van mensenrechten zijn, ook voor mensen zonder verblijfsstatus. Maar mensenrechten en burgerrechten vallen niet samen: terwijl de mensenrechten geen grenzen kennen, krijgen burgerrechten juist vorm binnen grenzen. Het is geen toeval dat de verzorgingsstaat onder druk staat in een tijd van globalisering. De economische en de humanitaire ontgrenzing versterken elkaar.

Tegenover de aandrang tot verdere verruiming van migratie staat de publieke opinie in de landen van aankomst. Een recente peiling van het Pew Research Center laat zien dat in 27 landen die veel migratie kennen – waaronder ook Argentinië, Zuid-Afrika en India – 45 procent van de ondervraagden minder immigratie wil, terwijl 36 procent de immigratie op het huidige niveau wil houden en slechts 14 procent meer migratie wil.

Ziedaar de echte vragen die achter het spiegelgevecht over de muur opduiken. Gevraagd is een herijking van het migratiebeleid in Amerika en Europa. Emmanuel Macron heeft afgelopen zondag in zijn Lettre aux Français de vraag voorgelegd of regering en parlement niet duidelijke doelstellingen voor migratie moeten vastleggen, zoals Canada nu doet. En inderdaad, de impasse zou kunnen worden doorbroken door jaarlijks de omvang en aard van de migratie te bepalen.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.