Opinie

    • Maarten Schinkel

Het Britse pond als de mijnvogel van Brexit

Deze woorden: „Het is duidelijk dat het Huis deze deal niet steunt. Maar de stemming van deze avond vertelt ons niets over wat het dan wél steunt. Niets over hoe – en zelfs of – het van plan is de beslissing te honoreren die het Britse volk nam in een referendum dat het parlement zelf besloot te houden.”

Dit is best een knappe samenvatting, die de Britse premier May dinsdagavond direct na haar zware nederlaag gaf, waarbij haar Brexit-voorstel met 432 tegen 202 stemmen werd verworpen. En voor beleggers best een pijnlijke. Want wat moeten zij doen in afwachting van 29 maart, de dag waarop zoals het er nog steeds naar uitziet, het Verenigd Koninkrijk loskomt van de Europese Unie?

Wat May hier voor hen onderstreepte, is het spanningsveld tussen risico en onzekerheid. Risico’s zijn historisch meetbaar, in modellen te gieten en te beprijzen. Althans, dat is de communis opinio op de financiële markten zelf. Hele bouwwerken rusten op dit fundament, van de prijs van een simpele optie tot een complexe hedge fund-strategie, tot de waarde van de balans van een monster als Deutsche Bank.

Risico is hier te beschouwen als de kans dat iets wel of niet gebeurt, en in welke mate. Maar is de Brexit een risico? En is er dus voor beleggers mee te werken? De Brexit neigt juist naar een heel ander fenomeen: onzekerheid. Onzekerheid is er nog steeds over de vorm waarin de Brexit zal plaatsvinden. Wanneer de Brexit zal plaatsvinden. Zelfs óf de Brexit zal plaatsvinden. En wat voor Verenigd Koninkrijk er daarna is. Heel of niet. Met een Conservatieve regering, of een van Labour. Functioneel of chaotisch.

Beleggers hebben hier bitter weinig bakens om op te varen. Het meest gangbare advies van dit moment is: doe niets. Zit stil. Wacht tot het over is. Is er dan geen prijs of koers waarin het hele proces toch samen te vatten valt? Waar van onwerkbare onzekerheid alsnog iets van een werkbaar risico te maken valt?

Er is in theorie één prijs waarin alles samenkomt, of in ieder geval een die er het dichtst bij komt. Dat is de wisselkoers van het pond sterling. Wat zegt die ons? Dinsdagavond schoot de koers omhoog van 1,115 euro per pond naar 1,128. Dat werd verklaard als een teken van hoop dat, omdat de tegenstand tegen Mays deal onverwacht groot bleek, de Brexit misschien wel helemaal niet doorgaat.

Maar hoe flink deze reactie ook was, hij valt in het niet bij wat de Britse munt sinds het referendum van juni 2016 overkwam. Tegenover de euro kelderde het pond in de dagen na 23 juni van 1,31 naar 1,17.

Het gaat hier over een breder fenomeen dan alleen de wisselkoers tussen pond en euro. Tegenover het gemiddelde van de munten van alle landen waarmee het Verenigd Koninkrijk handel drijft, daalde de geïndexeerde (‘trade weighted’) koers van het pond van 87,44 naar 79 en later naar 77. En daar is de munt, ruim 2,5 jaar later, nog steeds.

De jongste ‘poll of polls’ laat intussen zien dat inmiddels 54 procent van de Britten tegen de Brexit is en 46 procent voor. Stevenen we nu langzaam toch af op ‘Remain’? De koers van sterling daalde na het referendum, onder meer omdat kapitaal het land verlaat en omdat een VK dat het alleen moet redden in de wereld aannemelijk een lage wisselkoers zal nastreven. Wie hoopt op een keiharde Brexit zal moeten inzetten op een pond dat nog lager is op dit moment. Wie zich stiekem begint te verheugen op een ‘Remain’ zal toch eerst de wisselkoers van sterling moeten zien stijgen in de richting van wat tot 23 juni 2016 gebruikelijk was. En dat is toch echt minstens 10 procent hoger dan nu.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.
    • Maarten Schinkel