Haperende schaakklokken en rumoerige laatkomers bij Tata Steel Chess

Tata Steel Chess Tournament Met 190 borden is ‘Tata Steel’ het grootste schaaktoernooi ter wereld. Hobbyisten en genieën, slechts een paar meter uit elkaar.

Schaakfans zitten vlak op de schakers tijdens de 81ste editie van het Tata Steel Chess Tournament.
Schaakfans zitten vlak op de schakers tijdens de 81ste editie van het Tata Steel Chess Tournament. Foto Robin Utrecht

Op schaaklegende Garry Kasparov na is er misschien wel niets heiliger dan de stilte op het grootste schaaktoernooi ter wereld. Wie die niet respecteert, zal het horen. „Sssssssssssssst”, klinkt het dan in dorpshuis De Moriaan in Wijk aan Zee.

Meestal zijn het de bezoekers die door de wedstrijdleiders van het Tata Steel toernooi tot stilte worden gemaand. Schakers zelf zijn van de korte dialogen. Slechts de hoogstnodige woorden wisselen ze uit als ze hun tegenstander hebben gevonden aan een van de ruim 190 borden in de zaal.

„Goedemiddag.”

„Koffie?”

„Even plassen nog.”

Deze middag is het rumoeriger dan anders. Het is 14 uur 21 en wedstrijdleider Aart Strik kan nog niet overzien of alle amateurpartijen over negen minuten daadwerkelijk kunnen beginnen. Het zijn er 176, naast de veertien partijen in de hoogste twee groepen die al eerder zijn begonnen.

Dat is ook wat dit toernooi uniek maakt, het feit dat hobbyisten hun partijen op een paar meter afstand spelen van grootmeesters als Vladimir Kramnik en Viswanathan Anand, de genieën die regeerden in het tijdperk tussen de heerschappij van Kasparov en huidig nummer één Magnus Carlsen.

Strik kan hun partijen amper volgen. Voor hem is schaken regelwerk. De minuten tikken weg. Nog niet iedereen is binnen.

Elke toernooidag kijkt er wel een schaker tegen een lege stoel aan. Tegenstanders vergissen zich in de tijd of komen onverhoopt niet opdagen. Nu is het een kwestie van overmacht. Een dodelijk ongeval op de weg naar Wijk aan Zee maakte het dorp urenlang nauwelijks bereikbaar. Een traumaheli kwam, toen volgde nog uitgebreid sporenonderzoek. We halen het niet, meldden amateurs vanuit de file.

Noodgedwongen stelde de wedstrijdorganisatie de amateurpartijen een uur uit, met als gevolg dat de hobbyschakers soms luidruchtig binnendruppelen als de Noorse wereldkampioen Carlsen al diep verzonken zit in wat uiteindelijk zijn langste partij ooit in Wijk aan Zee zou worden. 131 zetten. Remise.

„Doet-ie het niet?” Vlak voor aanvang inspecteert Strik een haperende schaakklok. „Ik haal wel een nieuwe”, zegt hij tegen de 65-plusser die het opneemt tegen een scholier van een jaar of twaalf.

Wereldkampioen Magnus Carlsen (zittend) tijdens de derde ronde van het Tata Steel Chess Tournament. Foto Robin Utrecht

Om half drie weerklinkt naast elk bord hetzelfde geluid. Het is het soort geluid waarnaar sommige radiozenders hun luisteraars zouden kunnen laten raden voor een fikse geldprijs. Klák.

Aan elke tafel tikt de bedenktijd weg in een doodse stilte. Klák. Klák. Wie de wc opzoekt, doet dat met een beetje pech in zijn eigen tijd als zijn tegenstander snel een zet doet.

Soms klinkt het gesis van een flesje frisdrank dat wordt geopend. Het gerinkel van wisselgeld in de koffiehoek. Schuifelende voeten over het geluiddempende tapijt rond de tafels. Schakers die oogcontact zoeken met clubgenoten die aan een andere tafel schaken, hebben aan één blik genoeg om te zien hoe de ander ervoor staat. Nakende nederlagen gaan gepaard met hoofdschudden. Zij die een koningin hebben geslagen, wanen zich de koning te rijk.

„Remise?” De gepensioneerde Wim Dam vindt zijn voorstel zelf ook „wat laf”, maar nu hij aan de verliezende hand is probeert hij het toch. Zijn minstens vijf keer zo jonge opponent aan tafel 7B aarzelt niet. „Nee.”

Spel dat generaties verenigt

Hun deelname, net als die van de vrouw naast hen, symboliseert de uitspraak van de Hongaarse grootmeester Judit Polgár die boven hen op een doek hangt naast citaten van mannen als Max Euwe en Bobby Fischer. „Schaken is een fantastisch spel voor iedereen”, zei de enige vrouw die de top-10 van de wereldranglijst haalde. „Rijk, arm, vrouw, man, oud, jong. Het verenigt mensen en generaties.”

In Wijk aan Zee zie je waarom. Zeventigers met uitwaaierende snorren nemen het op tegen twintigers in capuchontrui. Jonge vrouwen zitten tegenover basisschoolleerlingen. Leeftijd zegt niets over spelintelligentie, benadrukt de Woerdense grootmeester Erwin l’Ami (33). Hij wint zijn partij van de pas dertienjarige Rameshbabu Praggnanandhaa uit India, waar deze week een nog jongere schaker (12) tot één-na-jongste grootmeester ooit is gekroond.

„Ze worden jonger en jonger”, zegt l’Ami. „Vroeger hadden topschakers alleen boeken, je ging op de fiets naar je trainer toe. Nu ontwikkelen jongeren zich met de oneindige hoeveelheid informatie op het internet. Als ik met Ramesh over schaken praat, is er geen generatieverschil. Kijk, over iets als de Brexit hebben we het natuurlijk niet.”

Telefoons verboden

Waar schakers louter degene tegenover hen volgen, overziet wedstrijdleider Strik de gehele zaal. Als een ekster die door een glinstering wordt aangetrokken, valt zijn oog op elk oplichtend beeldscherm dat uit een broekzak komt. Telefoons zijn verboden, ook bij het publiek. Wedstrijdleiders als hij nemen liever het zekere voor het onzekere sinds er geruchten rondgaan over Russische schakers die zetten vanuit het publiek krijgen voorgezegd.

Schaakfans bij het Tata Steel Chess Tournament. Foto Robin Utrecht

Hoe? Toppartijen worden live geregistreerd. Er ‘kijken’ daarbij schaakcomputers mee die aangeven welke zet het beste is. Nu het tijdperk is aangebroken dat de computer áltijd van de mens wint, kan het verleidelijk zijn om deze informatie in het geheim te souffleren aan de schakers zelf. „Sta je telefoons toe, dan maak je het mensen met zulke intenties makkelijker”, zegt Strik.

Voor zover zichtbaar is iedereen deze middag aangewezen op zijn eigen kracht. Aan tafel 7B kunnen zijn vele levensjaren Wim Dam niet behoeden voor een nederlaag tegen het jongetje wiens voeten de grond nog niet raken.

    • Fabian van der Poll