Recensie

Recensie Beeldende kunst

Feministische reddingsvesten voor de kantoortuin

Beeldende kunst In galerie Upstream toont kunstenaar Alicia Framis haar nieuwste collectie: ‘LifeDress’. Deze jurken beschermen vrouwen tegen grijpgrage handen.

Alicia Framis, LifeDress, 2018.
Alicia Framis, LifeDress, 2018. Foto Gert Jan van Rooij
    • Sandra Smallenburg

De eerste indruk is die van een bruidswinkel. In de statige galerieruimte van Upstream in Amsterdam staan zeven mannequins opgesteld die allemaal gekleed gaan in hagelwitte jurken. Alleen zijn deze japonnen niet gemaakt van kant of zijde, maar van de witte stof die gebruikt wordt voor airbags. De serienummers en streepjescodes van de Japanse autofabrikant staan er nog op. En er is nog iets vreemds aan de hand met deze jurken. Op gezette tijden worden ze door een soort stofzuigerslangen opgeblazen tot dekbedformaat. Zo geven ze het lichaam van de draagster een zacht en toch stevig buffertje.

‘LifeDress’, zo noemt de Spaanse kunstenaar Alicia Framis (1967) haar nieuwste collectie. Een instructievideo in dezelfde ruimte maakt duidelijk waar de kledingstukken voor dienen. In de film, die is opgenomen in het hoofdkantoor van de Rabobank, dragen vrouwen Framis’ jurken bij het kopieerapparaat en tijdens presentaties in de boardroom. Steeds als er grijpgrage handen richting billen of borsten gaan, kunnen ze hun beschermende airbags opblazen. Zo bezien zijn deze jurken een soort reddingsvesten voor de kantoortuin.

Beeld Courtesy the artist and Upstream Gallery, Amsterdam.

Framis lijkt daarmee handig in te spelen op de actuele #MeToo-discussie, waarin vrouwen zich steeds krachtiger uitspreken tegen seksuele intimidatie. Maar het thema van seksueel geweld houdt haar al veel langer bezig. Zo maakte ze in 2003, als bijdrage aan het Nederlands paviljoen op de Biënnale van Venetië, de serie ‘Anti- dog’: een kledinglijn met kogelvrije en hondenbeetbestendige jurken. In die zin was Framis met haar feministische oeuvre het #MeToo-tijdperk ver vooruit.

De tweede serie werken die Framis bij Upstream laat zien, is zo mogelijk nog pregnanter. Voor ‘Is My Body Public?’ maakte ze een serie omslagdoeken van lingeriestof, met daarop in vijftien verschillende talen de tekst ‘Is Mijn Lichaam Openbaar?’ Je beseft maar al te goed dat die vier simpele woorden in iedere taal – onder meer Japans, Thais, Russisch, Turks en Swahili – een andere betekenis heeft, al naar gelang de kledingcodes, de wetgeving of de omgangsvormen in het betreffende land.

Tijdens een performance die tijdens de opening van de tentoonstelling plaatsvond, hulden vijftien vrouwen van diverse nationaliteiten zich in de doorschijnende stoffen. Maar ook zonder de aanwezigheid van hun lichamen vormen de transparante spandoeken een krachtig statement: kijk ernaar, maar blijf ervan af.