Een nieuw payrollbedrijf

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week arbeidsrecht.

Hij heeft begin februari 2018 een jaarcontract afgesloten met een payrollbedrijf om als ijzerwerker aan de slag te gaan bij een opdrachtgever. Begin augustus krijgt de man voor het laatst salaris van zijn werkgever, daarna komen de betalingen van een ander payrollbedrijf. De man stort die betalingen terug. Hij stelt dat hij geen arbeidsovereenkomst heeft met dit nieuwe payrollbedrijf, en zolang er geen contract is, blijft het ‘oude’ payrollbedrijf zijn werkgever. Dat moet dus zijn (achterstallig) loon betalen.

In een kort geding – het gaat om een voorlopige voorziening – buigt een rechter zich over de kwestie. Daar stelt het ‘oude’ payrollbedrijf dat alle payrollactiviteiten voor de klant, zijn overgenomen door een andere payroller, inclusief het hele personeelsbestand dat werkzaam was bij de klant (45 werknemers). Er is dan ook sprake van „overdracht van onderneming”, stelt het payrollbedrijf

Met die redenering gaat de rechter mee. Dat hier sprake was van een payrollconstructie, doet daar niet aan af, zegt de rechter. Het begrip ‘onderneming’ dient „zeer ruim uitgelegd te worden”. Van rechtswege is de man in dienst bij het nieuwe payrollbedrijf.

Uitspraak: ECLI:NL:RBROT:2018:10789
    • Anne van der Schoot